De huurder van een woning in Rotterdam werd betrapt op het bezit van een aanzienlijke hoeveelheid illegaal vuurwerk, handelshoeveelheid harddrugs en een boksbeugel. Tevens werden vernielingen aan gemeenschappelijke ruimtes vastgesteld, waaronder liften in het complex. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De huurder betwistte de ernst van de tekortkomingen en wees op zijn persoonlijke, fysieke en psychische problemen, maar kon deze niet concreet onderbouwen. De kantonrechter oordeelde dat de combinatie van de vondsten, vernielingen en een agressief incident voldoende ernstig was om de ontbinding te rechtvaardigen, mede gezien eerdere incidenten in 2021.
De kantonrechter wees de vorderingen van de verhuurder grotendeels toe, inclusief betaling van de huurachterstand en gebruiksvergoeding tot ontruiming. De gevraagde incassokosten werden afgewezen wegens oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is ondanks eventueel hoger beroep.