ECLI:NL:RBROT:2025:12658

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 oktober 2025
Publicatiedatum
28 oktober 2025
Zaaknummer
FT RK 25-1516
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 lid 4 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 FaillissementswetArt. 316 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling wegens problematische schuldensituatie

Mevrouw verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 13 oktober 2025, waarbij ook beschermingsbewindvoerders en de advocaat van verzoekster aanwezig waren.

De rechtbank oordeelt dat mevrouw verzoekster ontvankelijk is in haar verzoek, ondanks het ontbreken van een poging tot buitengerechtelijke schuldregeling. Dit wordt verklaard door de dreigende woningontruiming en het feit dat de gemeente Nissewaard geen minnelijk schuldhulpverleningstraject wenst te starten. De rechtbank stelt vast dat het centrum van haar voornaamste belangen in Nederland ligt en verklaart zich bevoegd.

Mevrouw verzoekster voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder het zijn van te goeder trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden in de afgelopen drie jaar, en de verwachting dat zij aan de verplichtingen zal voldoen. De looptijd van de regeling wordt vastgesteld op 18 maanden, ingaand op 20 oktober 2025, zonder eerdere ingangsdatum omdat geen minnelijk traject is doorlopen.

Tijdens de Wsnp moet verzoekster aan diverse verplichtingen voldoen, waaronder informatie- en inspanningsverplichtingen, en wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de afwikkeling van de boedel. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder. Bij naleving van de verplichtingen eindigt het traject met een 'schone lei', waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen.

De rechtbank benoemt mr. M. Aukema tot rechter-commissaris en R. Springer tot bewindvoerder, stelt de looptijd vast en bepaalt dat de bewindvoerder de post van verzoekster mag inzien. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de Wsnp met een looptijd van 18 maanden ingaand op 20 oktober 2025.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
20 oktober 2025
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 13 oktober 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [verzoekster] , verzoekster,
- mevrouw A.E.H. Hallema en mevrouw K.C. Hallema, beschermingsbewindvoerders,
- mevrouw mr. M. Raaijmakers, advocaat van verzoekster.

2.De beoordeling

Ontvankelijkheid
2.1.
Om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet mevrouw [verzoekster] in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.
2.2.
Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens mevrouw [verzoekster] geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. In plaats daarvan is direct een Wsnp-verzoek ingediend. De eerste reden hiervoor is onvoldoende tijd vanwege de dreigende woningontruiming door de verhuurder. De verhuurder van mevrouw [verzoekster] heeft de ontruiming van haar woning bij exploot van 26 juni 2025 aangezegd om op 26 augustus 2025 over te gaan tot ontruiming. Het Wsnp-verzoek is naar aanleiding daarvan op 20 augustus 2025 ingediend. Op 25 augustus 2025 is een verzoekschrift conform artikel 287, vierde lid, Faillissementswet ingediend. Bij vonnis van deze rechtbank is op 25 augustus 2025 een voorlopige voorziening ex artikel 287, vierde lid, Faillissementswet uitgesproken tot het moment dat op het Wsnp-verzoek is beslist. De tweede reden is dat de gemeente Nissewaard geen minnelijk schuldhulpverleningstraject wenst op te starten.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet binnen afzienbare tijd tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. Mevrouw [verzoekster] is daarom ontvankelijk in haar verzoek.
De toelating
2.4.
Mevrouw [verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.5.
Mevrouw [verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank stelt vast dat mevrouw [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Mevrouw [verzoekster] heeft geen minnelijk traject doorlopen.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of mevrouw [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die mevrouw [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). Mevrouw [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [verzoekster] .
3.6.
Als mevrouw [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] -1976 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema
en tot bewindvoerder R. Springer,
gevestigd te Postbus 2888,
2601 CW Delft;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 20 oktober 2025 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 20 april 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M. Aukema, rechter, in samenwerking met S.R.L.T. Peek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025. [1]