De werknemer trad op 17 maart 2025 in dienst bij Sanitronics met een arbeidsovereenkomst voor zeven maanden. Na een proeftijdontslag en een nieuwe kortere arbeidsovereenkomst meldde hij zich op 17 april 2025 ziek. De bedrijfsarts adviseerde een geleidelijke werkhervatting vanuit huis. Sanitronics stelde een opbouwschema op, maar de werknemer stelde een ander schema voor en benadrukte zijn fysieke beperkingen en de noodzaak van thuiswerken. Sanitronics legde op 9 mei 2025 een loonstop op wegens vermeend niet nakomen van re-integratieverplichtingen.
De werknemer startte op 9 mei 2025 met werkhervatting vanuit huis volgens het advies van de bedrijfsarts en vroeg om volledige systeemtoegang. Sanitronics handhaafde de loonstop ondanks het advies van de bedrijfsarts dat er sprake was van een arbeidsconflict dat eerst opgelost moest worden. De werknemer werkte niet meer voor Sanitronics na de loonstop en de arbeidsovereenkomst eindigde op 16 juli 2025.
De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende basis bestond voor de loonstop omdat de werknemer niet zonder geldige reden weigerde mee te werken aan re-integratie. De looneis werd gedeeltelijk toegewezen voor de periode van 9 mei tot 16 juli 2025, tegen 95% van het loon conform de arbeidsovereenkomst. Daarnaast werd vakantietoeslag, vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen, wettelijke verhoging en rente toegekend. De tegenvordering van Sanitronics tot teruggave of vergoeding van een laptop werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De proceskosten werden aan Sanitronics opgelegd.