ECLI:NL:RBROT:2025:12700
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet
Eiser was werkzaam als slaapwacht bij een jeugdzorglocatie en werd op staande voet ontslagen na meldingen van ouders over ongepast gedrag jegens jeugdigen. Het UWV kende een WW-uitkering toe maar weigerde deze uit te betalen vanwege verwijtbare werkloosheid. De rechtbank bevestigt dat het UWV op goede gronden oordeelde dat er sprake is van een dringende reden voor ontslag en dat eiser dit verwijt kan worden gemaakt.
De rechtbank baseerde zich op de ontslagbrief, verklaringen van jeugdigen en een mentor, en de erkenning door eiser van bepaalde gedragingen zoals het geven van sigaretten, chocolade, een ring en het sturen van grensoverschrijdende berichten. De stelling dat eiser verward is met een collega werd niet gevolgd. Ook het ontbreken van een vertrouwenspersoon bij het ontslaggesprek en het niet kennen van de gedragscode door eiser leidde niet tot een ander oordeel.
De rechtbank oordeelt dat de gedragingen van eiser niet passen bij zijn functie en een dringende reden vormen voor ontslag. Het beroep van eiser op strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en schending van de hoorplicht faalt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de uitkering geweigerd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het UWV terecht de WW-uitkering heeft geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.