Eiser, woonachtig aan een adres in Rotterdam, heeft sinds de invoering van betaald parkeren meerdere malen een parkeervergunning voor bewoners aangevraagd. Deze aanvragen zijn telkens afgewezen omdat zijn woning een gekoppelde parkeervoorziening heeft. Na een nieuwe aanvraag in februari 2025 heeft het college deze opnieuw geweigerd en het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser voert aan dat het parkeerbeleid in zijn situatie onevenredig is en dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen, mede omdat hij niet geïnformeerd is door zijn verhuurder over de parkeervoorziening en de bijkomende kosten.
De rechtbank stelt vast dat eiser aanspraak kan maken op de gekoppelde parkeervoorziening en dat hij geen zwaarwegende argumenten heeft aangevoerd waarom dit niet van hem kan worden verlangd. De keuze voor een hybride auto zonder laadfaciliteiten in de parkeergarage is een eigen verantwoordelijkheid. Problemen met veiligheid en afstand tot de parkeergarage betreffen privaatrechtelijke kwesties tussen huurder en verhuurder. Het college is niet verplicht om hiervoor een uitzondering te maken. Toepassing van de hardheidsclausule zou een ongewenst precedent scheppen, omdat meerdere bewoners in dezelfde situatie verkeren.
De rechtbank concludeert dat het college de aanvraag terecht heeft geweigerd en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen parkeervergunning, geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Bouter-Rijksen op 5 november 2025.