Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekers, bijgestaan door hun advocaat;
- de moeder.
2.De vaststaande feiten
[minderjarige].
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 7 november 2025 het verzoek van de vader en de oma van vaderszijde om gezamenlijk belast te worden met het ouderlijk gezag over de minderjarige, geboren in 2020. De moeder is belanghebbende in de procedure. De raad voor de kinderbescherming was opgeroepen maar verscheen niet.
De minderjarige heeft sinds zijn geboorte zijn gewone verblijfplaats in Nederland, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is op het gezagsvraagstuk. De vader heeft sinds juni 2021 eenhoofdig gezag over de minderjarige. De ouders wonen samen met de oma, die een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind heeft en een belangrijke rol speelt in de zorg vanwege beperkingen van de ouders.
De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke voorwaarden voor gezamenlijk gezag met een ander dan de ouder is voldaan: de vader en oma hebben minimaal een jaar gezamenlijk de zorg gedragen en de vader is ten minste drie jaar alleen met het gezag belast geweest. Er is geen gegronde vrees dat de belangen van het kind bij toewijzing worden verwaarloosd. Daarom wijst de rechtbank het verzoek toe en bepaalt dat hiervan aantekening wordt gemaakt in het openbare gezagsregister.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en belast de vader en oma gezamenlijk met het gezag over de minderjarige.