Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en conclusie van eis in reconventie met producties 1 tot en met 15,
Rechtbank Rotterdam
ING Bank vordert terugbetaling van een lening van €100.000 die zij aan [gedaagde] verstrekte vóór diens faillissement in 2009. De rechtbank onderzoekt of de vordering verjaard is en of het conservatoir beslag op het woonhuis en de BKR-registratie rechtmatig zijn.
De rechtbank oordeelt dat de vordering niet verjaard is omdat stuitingshandelingen door Vesting Finance namens ING tijdig zijn verricht en ontvangen. Het beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid, waaronder rechtsverwerking en schending van de zorgplicht, wordt verworpen. De rechtbank stelt dat ING geen zorgplicht heeft geschonden omdat [gedaagde] als ondernemer geacht wordt de risico's van kredietverhogingen te begrijpen.
De vordering van ING wordt toegewezen met wettelijke rente, en [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten. De reconventionele vorderingen van [gedaagde] tot opheffing van het beslag en doorhaling van de BKR-registratie worden afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van ING tot betaling van €100.000 toe en verklaart het beslag en de BKR-registratie rechtmatig.