ECLI:NL:RBROT:2025:13134
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond inzake inzageverzoek persoonsgegevens op grond van de AVG
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 AVG Pro, nadat hij via de Rijksdienst voor identiteitsgegevens had vernomen dat zijn gegevens op 2 juni 2022 waren ingezien. Het college stelde dat er geen persoonsgegevens van eiser waren verwerkt behalve het inzageverzoek zelf en dat de inkijk per ongeluk had plaatsgevonden.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat er meer persoonsgegevens van hem verwerkt moesten zijn. De rechtbank oordeelt dat het college voldoende onderzoek heeft gedaan in de relevante systemen en dat de verklaring van het college niet ongeloofwaardig is. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er meer persoonsgegevens zijn verwerkt dan door het college is vermeld.
De rechtbank benadrukt dat de vraag of de inkijk bewust of abusievelijk is gedaan niet relevant is voor het inzageverzoek. Ook het bezwaar van eiser over een onjuiste vermelding van een e-mailadres is onvoldoende onderbouwd om het beroep te steunen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit, waardoor eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter J.J.R. Lautenbach op 27 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.