ECLI:NL:RBROT:2025:13135
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen besluit vergoeding begeleid openbaar vervoer voor zoon met autisme
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente om een vergoeding van € 630,- toe te kennen voor begeleid openbaar vervoer voor zijn zoon met een autismespectrumstoornis. Eiser wilde een kilometervergoeding voor eigen vervoer, omdat hij meent dat zijn zoon niet zelfstandig met het openbaar vervoer kan reizen vanwege prikkelgevoeligheid.
Het college baseerde haar besluit op een medisch advies van het Team Sociaal Medische Advisering, waarin werd geconcludeerd dat de zoon niet zelfstandig, maar wel onder begeleiding met het openbaar vervoer kan reizen. De rechtbank oordeelt dat het medisch advies zorgvuldig en objectief tot stand is gekomen en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft gegeven om hieraan te twijfelen.
De rechtbank stelt dat het college niet verplicht was een kilometervergoeding toe te kennen en dat de vergoeding voor begeleid openbaar vervoer passend is. Ook de toepassing van de hardheidsclausule wordt door de rechtbank afgewezen, omdat geen onbillijkheid van overwegende aard is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vergoeding van begeleid openbaar vervoer wordt ongegrond verklaard.