ECLI:NL:RBROT:2025:13177

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
11585798 CV EXPL 25-5429
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 2 sub c BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewoners veroordeeld tot betaling incassokosten en proceskosten wegens energiegebruik zonder contract

De bewoners van een woning hebben gedurende bijna een jaar energie verbruikt zonder een energiecontract af te sluiten. De netbeheerder Stedin heeft herhaaldelijk gewaarschuwd en aanmaningen gestuurd, waaronder huisbezoeken, maar de bewoners sloten pas na het starten van de procedure een contract af.

Stedin vorderde betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, nadat de vordering tot afsluiting van het contract was ingetrokken. De kantonrechter oordeelde dat de bewoners terecht hoofdelijk betrokken zijn omdat zij allen van de onrechtmatige situatie hebben geprofiteerd.

De incassokosten van €75,- werden toegewezen omdat deze redelijk en voldoende onderbouwd waren. Daarnaast werden de proceskosten van in totaal €356,92 aan Stedin toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: Bewoners worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van incassokosten en proceskosten aan netbeheerder.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11585798 CV EXPL 25-5429
datum uitspraak: 14 november 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stedin Netbeheer B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen

1.[gedaagde 1],

2. [gedaagde 2],

3. [gedaagde 3],
woonplaats: Middelharnis,
gedaagden,
gemachtigde: [naam].
Eiseres wordt hierna ‘Stedin’ genoemd. Gedaagden worden hierna ‘[gedaagde 1]’, ‘[gedaagde 2]’ en ‘[gedaagde 3]’ genoemd en gezamenlijk ‘[gedaagden]’.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 25 februari 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de repliek, met bijlage;
  • de dupliek, met bijlagen;
  • de akte van Stedin van 25 augustus 2025.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Volgens Stedin hebben [gedaagden], bewoners van het leveringsadres [adres], sinds 27 augustus 2024 energie afgenomen zonder dat zij een leveringsovereenkomst met een energieleverancier hadden. Ondanks herhaalde aanmaningen en huisbezoeken is die situatie zo gebleven. Pas na het starten van deze procedure is met ingang van 24 juli 2025 een energiecontract afgesloten. Stedin heeft daarop haar vordering tot afsluiting ingetrokken, maar haar vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten gehandhaafd. [gedaagden] zijn het daarmee niet eens. De vordering wordt echter toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Incassokosten
2.2.
De kantonrechter stelt voorop dat [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] als meerderjarige bewoners van het leveringsadres terecht hoofdelijk in de procedure zijn betrokken, omdat zij allen hebben geprofiteerd van de onrechtmatige situatie. Vaststaat dat zij gedurende een lange periode (bijna een jaar) energie hebben verbruikt zonder leveringsovereenkomst. Stedin heeft als netbeheerder niet alleen het recht, maar ook de plicht om tegen deze onrechtmatige situatie op te treden en dat heeft zij gedaan. Stedin heeft [gedaagden] herhaaldelijk aangeschreven en vóór de dagvaarding een laatste termijn gegeven tot 14 februari 2025 om een energiecontract af te sluiten. Pas op 24 februari 2025 heeft [gedaagde 2] per e-mail laten weten bezig te zijn met het regelen van een contract. Op dat moment was de termijn al verstreken. Onder deze omstandigheden kon van Stedin niet worden verwacht langer te wachten met het starten van een procedure. Dat [gedaagden] vervolgens pas op 24 juli 2025 een energiecontract hebben afgesloten, bevestigt de noodzaak van de door Stedin gestarte procedure.
2.3.
De incassokosten van € 75,- worden toegewezen. Stedin heeft onweersproken gesteld dat zij en haar gemachtigde vóór de dagvaarding buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht waaronder het versturen van meerdere aanmaningen en het afleggen van huisbezoeken. Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) komen redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte voor vergoeding in aanmerking. De kantonrechter acht de hoogte van het bedrag, dat niet is betwist, redelijk en voldoende onderbouwd.
Proceskosten
2.4.
[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten betalen. (artikel 237 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagden] aan Stedin moeten betalen op € 121,92 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde
(2 punten x € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 356,92. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Stedin dat eist en [gedaagden] daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk om aan Stedin te betalen € 75,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
3.2.
veroordeelt [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk in de proceskosten, die aan de kant van Stedin worden begroot op € 356,92;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954