De Raad voor de Kinderbescherming heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2009, vanwege ernstige zorgen over zijn ontwikkeling. De minderjarige is bekend bij politie en justitie en wordt verdacht van het plegen van een woninginbraak. De ouders zijn onmachtig gebleken om grip te krijgen op het gedrag van de minderjarige, die norm- en grensoverschrijdend gedrag vertoont en verbaal agressief reageert bij confrontaties.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering aanwezig. De ouders waren niet aanwezig, ondanks juiste oproeping. De minderjarige zelf gaf geen mening.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor ondertoezichtstelling zijn vervuld, gezien de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige, zijn politiecontacten, problemen met school en vermoedelijk middelengebruik. Vrijwillige hulpverlening via een jongerencoach heeft onvoldoende effect gehad. Daarom is gedwongen hulpverlening noodzakelijk, waarbij de gecertificeerde instelling regie voert.
De ondertoezichtstelling wordt vastgesteld voor de duur van een jaar, van 10 oktober 2025 tot 10 oktober 2026, en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na dagtekening.