Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 28 juli 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de GI, vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2] als toehoorder;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 3] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
rechtvan de ouders. Dit recht is namelijk gegeven in het belang van het kind en kan daarom niet worden losgezien van de
plichtdat belang te dienen. Zowel die plicht als dat recht zijn vastgelegd in artikel 1:247 BW.