ECLI:NL:RBROT:2025:13269
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen lening bijzondere bijstand huurkosten tijdens detentie
Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor doorbetaling van huur tijdens zijn detentie. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft deze bijstand toegekend in de vorm van een lening voor een periode van zes maanden, met een verlenging tot maximaal twaalf maanden. Eiser was het niet eens met de duur en de vorm van de bijstand en stelde beroep in tegen het besluit.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het college het beleid uit de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024 correct heeft toegepast. Dit beleid voorziet in bijzondere bijstand voor huurkosten tijdens detentie uitsluitend als lening, omdat detentie wordt gezien als gevolg van verwijtbaar gedrag. Het college heeft een belangenafweging gemaakt en geoordeeld dat de omstandigheden van eiser geen aanleiding geven tot een uitzondering waarbij de bijstand als gift zou worden verstrekt.
Eiser heeft geen concrete argumenten aangevoerd waaruit blijkt dat het beleid niet consistent is toegepast. Ook is niet gebleken van zeer dringende redenen die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. De rechtbank concludeert daarom dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen recht heeft op terugbetaling van het griffierecht of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van bijzondere bijstand als lening wordt ongegrond verklaard.