De rechtbank Rotterdam behandelde op 4 november 2025 een verzoek van de vader om gezamenlijk ouderlijk gezag over zijn bijna 17-jarige kind te verkrijgen. De moeder was tot dan toe als enige met het gezag belast. De vader had het kind erkend maar had nooit gezag uitgeoefend en had al geruime tijd nauwelijks contact met het kind.
De minderjarige maakte gebruik van haar recht om haar mening te geven en uitte teleurstelling over de vader en de ruzies tussen haar ouders. De rechtbank concludeerde dat het contact tussen de ouders ernstig verstoord is en dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen hen. Daarom werd het verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen.
Daarnaast bereikten partijen overeenstemming over de kinderbijdrage. De rechtbank nam deze regeling over en stelde vast dat de vader vanaf 1 oktober 2025 maandelijks €209 zal betalen, plus een eenmalige betaling van €1.000. De proceskosten worden door elke partij zelf gedragen.