Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:13316

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
ROT 25/7517
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M.G.L. de Vette
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 15 ParticipatiewetAlgemene nabestaandenwetImmigratie- en naturalisatiedienst regelgeving
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening aanvullende bijstand wegens kostendelersnorm en gewijzigde situatie zus

Verzoekster heeft een aanvullende bijstandsuitkering aangevraagd omdat zij niet kan rondkomen van haar Anw-uitkering. Avres heeft dit afgewezen op grond van de kostendelersnorm, omdat zij samenwoont met haar zus. Verzoekster betwist dit en vraagt de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter constateert dat verzoeksters zus een gewijzigde verblijfsstatus heeft sinds 25 september 2025, waardoor zij mogelijk zelf aanspraak kan maken op bijstand. Het ligt op de weg van de zus om zelf een bijstandsuitkering aan te vragen. Daarnaast is vastgesteld dat de zus zorgbehoevend is en geen gezamenlijke huishouding voert, waardoor de kostendelersnorm terecht is toegepast.

De voorzieningenrechter oordeelt dat er weliswaar sprake is van een spoedeisend belang, maar dat de gewijzigde situatie en het ontbreken van een verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlaging van de Anw-uitkering maken dat het verzoek moet worden afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor aanvullende bijstand wordt afgewezen vanwege toepassing van de kostendelersnorm en gewijzigde situatie van de zus.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/7517

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 november 2025 in de zaak tussen

[naam verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. S. Karkache),
en

het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avres, Avres

(gemachtigde: mr. J.G.H. Hartwijk).

Samenvatting

Verzoekster heeft een aanvullende bijstandsuitkering aangevraagd, omdat zij van haar Anw-uitkering niet kan rondkomen. Zij woont samen met haar zus en volgens Avres is de kostendelersnorm daarom op haar van toepassing. Avres heeft de aanvraag afgewezen, omdat verzoeksters inkomen hoger is dan de voor haar geldende (kostendelers)norm. Verzoekster is het daar niet mee eens. De voorzieningenrechter stelt vast dat de situatie na het bestreden besluit lijkt te zijn gewijzigd, waardoor verzoeksters zus mogelijk in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering. Het ligt op de weg van verzoeksters zus om zelf een bijstandsuitkering aan te vragen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een aanvullende bijstandsuitkering. Avres heeft deze aanvraag met het besluit van 22 september 2025 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Avres heeft op 23 oktober 2025 aan de rechtbank laten weten dat de verblijfscode van verzoeksters inwonende zus sinds 25 september 2025 is gewijzigd naar code 30.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, verzoeksters stiefzoon en haar schoondochter. Avres heeft zich afgemeld voor de zitting.
4. De voorzieningenrechter heeft verzoekster in de gelegenheid gesteld om nadere stukken in te sturen over de verblijfsstatus van verzoeksters zus. Verzoekster heeft stukken ingestuurd. De voorzieningenrechter heeft Avres in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren en om toe te lichten wat de verblijfscode 30 van verzoeksters zus voor gevolg heeft voor verzoeksters bijstandsuitkering. Avres heeft een reactie gegeven.
5. De voorzieningenrechter heeft de uitspraaktermijn verlengd met twee weken.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
6. Verzoekster ontvangt een Anw [1] -uitkering van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Zij woont samen met haar zus. Verzoeksters zus is – na het overlijden van hun moeder – in 2023 vanuit Marokko naar Nederland gekomen. Verzoekster heeft de Nederlandse nationaliteit en haar zus heeft de Marokkaanse nationaliteit. Verzoeksters zus heeft aan de IND [2] gevraagd om afgifte van een verblijfsdocument voor gemeenschapsonderdanen. Met het besluit van 23 september 2024 heeft de IND die aanvraag afgewezen. Volgens de IND verblijft verzoeksters zus niet rechtmatig in Nederland en moet zij terugkeren naar Marokko. De SVB heeft de Anw-uitkering verlaagd, omdat verzoekster samenwoont met haar zus en de kostendelersnorm op haar van toepassing is. Verzoeksters zus heeft geen eigen inkomsten.
Waar gaat het in deze zaak om?
7. Verzoekster heeft op 14 juli 2025 een bijstandsuitkering aangevraagd, omdat zij met haar Anw-uitkering niet kan rondkomen. Avres heeft die aanvraag afgewezen, omdat verzoeksters Anw-uitkering hoger is dan de voor haar geldende bijstandsnorm. Volgens Avres is de kostendelersnorm op verzoekster van toepassing, omdat haar zus bij haar inwoont. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat zij een aanvullende bijstandsuitkering krijgt.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
8. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is er een spoedeisend belang?
9. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening is, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
10. Verzoekster voert aan dat zij op dit moment een Anw-uitkering ontvangt van € 898,56 per maand. Zij betaalt elke maand € 1.104,- aan huur, elektra en zorgverzekering. Zij komt dus elke maand geld te kort. De voorzieningenrechter ziet hierin een voldoende spoedeisend belang voor een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
Is de kostendelersnorm op verzoekster van toepassing?
11.1.
Avres heeft verzoekster en haar zus niet aangemerkt als een gezamenlijke huishouding, omdat er bij de zus sprake is van een bepaalde mate van zorgbehoefte. Verzoeksters zus wordt daarom aangemerkt als kostendeler. Verzoekster is het er niet mee eens dat de kostendelersnorm op haar van toepassing is verklaard. Volgens verzoekster is er wel sprake van een gezamenlijke huishouding.
11.2.
Verzoekster heeft zelfstandig een aanvraag ingediend. Als er sprake is van een gezamenlijke huishouding, dan dient zij samen met haar zus een aanvraag in te dienen. Daarnaast is er sprake van zorgbehoefte als verzoeksters zus door ziekte of stoornissen van lichamelijke, verstandelijke of geestelijke aard blijvend niet in staat is een eigen huishouding te voeren, omdat zij is aangewezen op intensieve zorg van anderen. [3] Uit het verslag van diagnostisch onderzoek van ASVZ van 8 mei 2025 lijkt daarvan sprake te zijn. De voorzieningenrechter ziet vooralsnog geen aanleiding om het standpunt van Avres ten aanzien van de toepassing van de kostendelersnorm onjuist te achten. Uitgaande van de kostendelersnorm heeft verzoekster geen recht op een aanvullende bijstandsuitkering.
Waarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af?
12.1.
De voorzieningenrechter vraagt zich af of de Anw-uitkering geen voorliggende voorziening is. [4] Die uitkering is verlaagd omdat de SVB de kostendelersnorm heeft toegepast. Het ligt dan eerder voor de hand dat verzoekster opkomt tegen de verlaging van die uitkering. Zij heeft wel beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van het bezwaar door de SVB, maar geen verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank.
12.2.
De voorzieningenrechter stelt daarnaast vast dat de situatie na het bestreden besluit lijkt te zijn gewijzigd. Verzoeksters zus heeft sinds 25 september 2025 een andere verblijfscode. Volgens verzoekster heeft haar zus door die verblijfscode recht op een bijstandsuitkering. Verzoeksters zus zou in dat geval zelfstandig een bijstandsuitkering kunnen aanvragen. Dit is ook wat de gemachtigde van Avres heeft aangegeven in zijn reactie van 6 november 2025.
12.3.
De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen.

Conclusie en gevolgen

13. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat Avres geen aanvullende bijstandsuitkering aan verzoekster hoeft toe te kennen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.G.L. de Vette, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene nabestaandenwet
2.Immigratie- en naturalisatiedienst
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2931.
4.Zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet.