Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft het verzoek behandeld en beoordeeld of verzoekster te goeder trouw was bij het ontstaan van haar schulden en of zij aan de verplichtingen van de Wsnp kan voldoen.
Hoewel verzoekster in 2024 meerdere verkeersboetes heeft laten ontstaan die niet te goeder trouw zijn, past de rechtbank de hardheidsclausule toe omdat zij in 2025 geen nieuwe boetes heeft gekregen en een serieuze saneringsgezinde houding toont. Tevens is vastgesteld dat verzoekster gedurende tien maanden heeft voldaan aan de inspanningsverplichting door 28 uur per week te werken en daarnaast te studeren.
De rechtbank bepaalt de looptijd van de Wsnp op achttien maanden met een ingangsdatum van 27 december 2024, tien maanden eerder dan het vonnis, omdat verzoekster in het minnelijk traject voldoende heeft afgedragen en zich heeft ingespannen. Een bewindvoerder en rechter-commissaris worden benoemd om toezicht te houden en de verplichtingen te controleren. Bij succesvolle nakoming eindigt het traject met een schone lei voor verzoekster.