Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlage van de man, ingekomen op 18 oktober 2024;
- het bericht met bijlage van de man van 8 november 2024;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 30 december 2024;
- het verweerschrift met bijlagen van de man op het zelfstandig verzoek, ingekomen op 19 februari 2025;
- het aanvullende verzoek met bijlage van de vrouw, ingekomen op 15 april 2025;
- het verweerschrift met bijlagen van de man op het aanvullende verzoek, ingekomen op 13 mei 2025;
- het bericht met bijlagen van de man van 17 september 2025.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
€ 51.983,- + € 33.347,- +
€ 35.592,- +
Een echtgenoot heeft een vergoedingsrecht jegens de andere echtgenoot indien een bedrag of waarde ten behoeve van die andere echtgenoot aan zijn/haar vermogen is onttrokken. De vergoeding is gelijk aan het bedrag of de waarde ten tijde van de onttrekking, ongeacht waarvoor het onttrokken bedrag of de onttrokken waarde is aangewend.
Een vergoedingsrecht is direct opeisbaar, tenzij redelijkheid en billijkheid zich tegen die opeisbaarheid verzetten.
Over een vergoedingsrecht is rente verschuldigd nadat het bedrag in rechte is gevorderd, in welk geval vanaf het tijdstip dat een echtgenoot in gebreke is met de voldoening daarvan de wettelijke rente is verschuldigd.
De echtgenoten kunnen bij schriftelijke overeenkomst van het in de voorgaande leden bepaalde afwijken.
Een vergoedingsrecht ontstaat niet indien sprake is van de voldoening aan een natuurlijke verbintenis, indien een bedrag of waarde op grond van een overeenkomst aan de andere echtgenoot ter beschikking wordt gesteld, of indien als gevolg van die onttrekking de waarde van een aan de andere echtgenoot toebehorend goed op grond van artikel 9 geheel Pro of gedeeltelijk verrekend moet worden.
De kosten van de gemeenschappelijke huishouding worden door de echtgenoten gedragennaar evenredigheidvan ieders netto inkomen uit arbeid. Zijn de inkomens onvoldoende, dan worden de kosten gedragen naar evenredigheid van ieders vermogen. Eén en ander geldt niet voor zover bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten.
primair:
subsidiair: de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden vast te stellen als volgt:
p.m., welk de man aan haar verschuldigd is en aan haar dient te voldoen waarna partijen over en weer, in het kader van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, niets meer aan elkaar verschuldigd zijn subsidiair vast te stellen dat de man aan de vrouw verschuldigd is een bedrag zoals de rechtbank in goede justitie meent te moeten vaststellen, waarbij de man dit bedrag binnen twee weken na betekening van de uitspraak in deze aan de vrouw dient te voldoen;
meer subsidiair:
4.De beslissing
1 februari 2026 PRO FORMA, om partijen in de gelegenheid te stellen voornoemde afwikkeling in onderling overleg te regelen;