Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten in beide zaken
Artikel 8
5.Beslissing
2 februari 2024.
Hoge Raad
Partijen zijn in 1997 op huwelijkse voorwaarden getrouwd, met bepalingen over pensioenverevening en periodieke verrekening van inkomsten. In 2009 en 2016 zijn deze voorwaarden gewijzigd, waarbij onder meer het periodiek verrekenbeding verviel en verrekening ook plaatsvond bij negatief vermogen. De vrouw stelde dat deze wijzigingen nadelig voor haar waren en dat zij onvoldoende door notarissen was geïnformeerd.
De rechtbank wees het verzoek van de vrouw tot vernietiging van de wijzigingsakten toe, maar het hof Arnhem-Leeuwarden vernietigde dit oordeel en verklaarde de akten onverkort van kracht. Het hof vond dat de notarissen hun zorgplicht hadden vervuld en dat de man gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de wil van de vrouw.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of de notarissen specifiek hebben voldaan aan hun waarschuwings- en vergewisplicht op grond van art. 43 lid 1 Wna Pro, vooral gezien de nadelige gevolgen voor de vrouw. Ook heeft het hof onvoldoende gemotiveerd waarom het vertrouwen van de man gerechtvaardigd zou zijn, gelet op stellingen over de ongelijkwaardige positie van de vrouw en het gebrek aan openheid van de man.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. In het incidentele cassatieberoep wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.