Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 21 juni 2024;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 3 oktober 2024;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 29 november 2024;
- het aanvullend verweerschrift tevens houdende gewijzigde verzoeken met bijlagen van de man, ingekomen op 23 september 2025;
- de berichten met bijlagen van de vrouw van 3 oktober 2025 en 13 oktober 2025;
- de berichten met bijlagen van de man van 6 oktober 2025 en 13 oktober 2025.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
2.De vaststaande feiten
- [minderjarige] wordt aan de vrouw toevertrouwd;
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning komt aan de vrouw toe;
- de man voldoet met ingang van 1 april 2024 € 650,- per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] ;
- de vrouw voldoet per 1 april 2024 € 175,- per maand aan hypotheekaflossing;
- de man voldoet de andere € 175,- per maand aan hypotheekaflossing, de hypotheekrente en alle gebruikerslasten;
- bij levering van de woning aan de man of een derde wordt de overwaarde van de woning bij helfte tussen partijen gedeeld, inclusief de waarde van de opbouw van de polis;
- vanaf 1 april 2024 komt de man de hypotheekrente aftrek toe;
- de vrouw ziet af van aanspraak op een gebruikersvergoeding.
3.De beoordeling
4.De beslissing
1 augustus 2026 PRO FORMA;