In deze zaak heeft verzoekster, die op 30 januari 2024 failliet is verklaard, een verzoek ingediend tot opheffing van haar faillissement en gelijktijdig de toepassing van de schuldsaneringsregeling (Wsnp). Tijdens de zitting op 16 oktober 2025 heeft de rechtbank de standpunten van verzoekster en de curator gehoord. Verzoekster heeft gedurende haar faillissement fulltime gewerkt en heeft een verzoek gedaan om de ingangsdatum van de Wsnp te bepalen op 1 juni 2024. De curator heeft positief geadviseerd over het verzoek, aangezien verzoekster voldoende medewerking heeft verleend en er geen opvallende schulden zijn. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster ontvankelijk is in haar verzoek, omdat aan de voorwaarden van artikel 15b van de Faillissementswet is voldaan. De rechtbank heeft besloten om de looptijd van de Wsnp met veertien maanden te verkorten, waardoor deze eindigt op 28 februari 2026. De rechtbank heeft ook het salaris van de curator en de verschotten vastgesteld en een datum voor de verificatievergadering bepaald op 20 januari 2026. Het vonnis is uitgesproken door rechter J.T.P. Pot op 30 oktober 2025.