De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2018, die momenteel in een pleeggezin verblijft. De kinderrechter had eerder al ondertoezichtstelling en een eerdere machtiging tot uithuisplaatsing verleend. De minderjarige verblijft nu in een crisispleeggezin, maar er is een gezinsgericht gezinshuis gevonden waar hij kan wennen en verder kan verblijven.
De moeder voert verweer tegen het verzoek en stelt dat er nog mogelijkheden zijn voor terugplaatsing thuis met ambulante hulpverlening. Zij uit kritiek op de samenwerking met de jeugdbeschermer en wijst op vermeende vernedering en verwaarlozing in het pleeggezin. De moeder wil een andere jeugdbeschermer toegewezen krijgen.
De kinderrechter oordeelt dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De minderjarige heeft een ontwikkelingsachterstand en extra ondersteuning nodig. De moeder toont onvoldoende inzicht in haar problematiek en werkt niet constructief samen met de hulpverlening. Daarom is thuisplaatsing momenteel niet mogelijk. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt direct. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk.