Op 13 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht betreffende een minderjarige, geboren in 2010. De kinderrechter heeft de minderjarige onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing verleend bij de vader voor de duur van zes maanden. De Raad verzocht om deze maatregelen vanwege de zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van de minderjarige, die al veel ups en downs heeft meegemaakt en recent bij de vader is geplaatst. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, gezien zijn belast verleden en de onzekere opvoedsituatie bij de vader. De kinderrechter heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de maatregelen direct van kracht zijn, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met de mogelijkheid voor belanghebbenden om binnen drie maanden in hoger beroep te gaan.