Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 juli 2025, met bijlagen;
- het tussenvonnis van 6 augustus 2025;
- de akte van UCP van 17 september 2025, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 26 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Coöperatie UCP IV Cooperatief U.A. (eiseres) en een gedaagde huurder die niet in de procedure is verschenen. De eiseres vorderde betaling van een huurachterstand van € 2.180,41, vermeerderd met incassokosten en rente. De huurovereenkomst was inmiddels beëindigd, maar er was nog een huurachterstand. De kantonrechter heeft verstek verleend tegen de gedaagde en geoordeeld dat de huurder € 2.127,21 verschuldigd is, omdat de huurverhoging die door de verhuurder was toegepast op basis van een oneerlijk opslagpercentage in het huurprijswijzigingsbeding niet gerechtvaardigd was. De kantonrechter heeft de opslagbedingen vernietigd, omdat deze niet binnen aanvaardbare grenzen blijven en niet nodig zijn om kostenstijgingen te compenseren. De kantonrechter heeft ook de incassokosten van € 440,55 toegewezen en de rente over de huurachterstand vanaf 14 juli 2025 tot de dag van volledige betaling. De proceskosten zijn begroot op € 1.017,14, die voor rekening van de gedaagde komen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.