Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 juli 2025, met bijlagen;
- het tussenvonnis van 6 augustus 2025;
- de akte van UCP van 17 september 2025, met bijlagen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De huurder heeft van Coöperatie UCP IV Cooperatief U.A. een woning gehuurd en heeft een huurachterstand opgebouwd. De huurovereenkomst is beëindigd, maar de huurachterstand inclusief incassokosten, rente en proceskosten wordt gevorderd door UCP.
De kantonrechter verleent verstek tegen de huurder en oordeelt dat de huurder de huurachterstand moet betalen. Echter, de rechter stelt het bedrag lager vast dan gevorderd omdat de opslagbedingen in de huurprijsverhogingsbepalingen als oneerlijk worden aangemerkt en vernietigd. De jaarlijkse opslag van maximaal 5% bovenop de CPI-indexering is niet gerechtvaardigd en overschrijdt aanvaardbare grenzen.
De kale aanvangshuur bedroeg € 950,- en werd verhoogd met 4,5% naar € 992,75, resulterend in een betalingsverplichting van € 1.125,75 inclusief servicekosten. Correctie op basis van alleen CPI-indexering leidt tot een lagere huurverplichting, waardoor de huurachterstand € 2.127,21 bedraagt in plaats van € 2.180,41.
De incassokosten van € 440,55 en wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen. De proceskosten van € 1.017,14 komen voor rekening van de huurder. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van € 2.567,76 met rente en proceskosten, met correctie wegens vernietiging oneerlijke opslagbedingen.