ECLI:NL:RBROT:2025:13680

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
FT RK 25/1894
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 lid 4 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek moratorium ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet na ontruiming

Verzoekster heeft op 16 oktober 2025 een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287, vierde lid, van de Faillissementswet. Dit verzoek strekte ertoe om te voorkomen dat de ontruiming van haar woonruimte zou worden uitgevoerd totdat op haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zou zijn beslist. De ontruiming had echter reeds op dezelfde dag om 11:00 uur plaatsgevonden, ruim voor het indienen van het verzoek.

De rechtbank heeft tijdens de zitting van 20 oktober 2025 de zaak aangehouden om verzoekster en schuldhulpverlening de gelegenheid te geven het verzoek in te trekken. Verweerster, Woonplus, was niet opgeroepen en kon geen verweer voeren. De rechtbank oordeelde dat voor toewijzing van het verzoek vereist is dat sprake is van een bedreigende situatie, maar dat deze situatie door de reeds uitgevoerde ontruiming niet meer aanwezig was.

De rechtbank concludeert dat de voorlopige voorziening niet kan leiden tot het terugdraaien van een reeds uitgevoerde ontruiming. Daarom wordt het verzoek afgewezen wegens gebrek aan belang. De beschikking is gegeven door rechter M. Aukema op 17 november 2025. Tegen deze uitspraak kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld door een daartoe gerechtigde, uitsluitend via een advocaat.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening moratorium wordt afgewezen wegens gebrek aan belang omdat de ontruiming reeds heeft plaatsgevonden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
voorlopige voorziening ex artikel 287, vierde lid, Faillissementswet
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 17 november 2025
[verzoekster],
[adres]
[postcode] [plaatsnaam],
hierna: verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 16 oktober 2025 om 13:45 uur een verzoekschrift ex artikel 287, vierde lid Faillissementswet (hierna: Fw) ingediend waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.
De ontruiming heeft op 16 oktober 2025 om 11:00 uur plaatsgevonden.
De rechtbank heeft op 17 oktober 2025 per e-mailbericht aan schuldhulpverlening te kennen gegeven dat het verzoek ex artikel 287, vierde lid Fw ter zitting van 20 oktober 2025 – datum mondelinge behandeling Wsnp verzoek – kan worden toegelicht.
Ter zitting van 20 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • [verzoekster], verzoekster;
  • de heer M. Van der Linden, schuldhulpverlener bij Stroomopwaarts (hierna: schuldhulpverlening).
Woonplus, gevestigd te Schiedam (hierna: verweerster) is niet opgeroepen voor de zitting van 20 oktober 2025. Verweerster heeft dan ook geen kennis kunnen nemen van het verzoekschrift en hiertegen geen verweer kunnen voeren.
Ter zitting van 20 oktober 2025 is de zaak aangehouden voor een periode van vier weken. Dit om verzoekster en schuldhulpverlening in de gelegenheid te stellen het verzoekschrift ex artikel 287, vierde lid, Fw in te trekken.
De uitspraak is nader bepaald op heden.

2.Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe verweerster te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 oktober 2024 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster ten uitvoer te leggen, totdat op het door verzoekster ingediende verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal zijn beslist.
Daarnaast strekt het verzoek ertoe om de ontruiming welke reeds heeft plaatsgevonden terug te draaien, daar verweerster op de hoogte was van het feit dat er een Wsnp zitting gepland stond op 20 oktober 2025. Verweerster heeft er – nog steeds – voor gekozen om de ontruiming te laten plaatsvinden.

3.Het verweer

Doordat verweerster niet op de juiste wijze is opgeroepen, is verweerster niet in de gelegenheid gesteld om schriftelijk dan wel mondeling verweer te voeren.

4.De beoordeling

Allereerst merkt de rechtbank op dat niet is bepaald dat een belanghebbende, in dit geval verweerster, moet worden opgeroepen. De rechtbank ziet – gelet op de hierna te geven beslissing – ook geen aanleiding dit (alsnog) te doen.
Voor toewijsbaarheid van het verzoek is allereerst vereist dat door verzoekster is aangetoond dat sprake is van een bedreigende situatie. Naar het oordeel van de rechtbank is er bij verzoekster geen sprake meer van een bedreigende situatie. De ontruiming heeft op 16 oktober 2025 om 11:00 uur immers al plaatsgevonden kort voorafgaand aan de indiening van dit verzoekschrift waardoor de dreiging al een voldongen feit is. De voorlopige voorziening ex artikel 287, vierde lid Fw kan een ontruiming die reeds heeft plaatsgevonden niet terug draaien.
De verzochte voorziening ex artikel 287, vierde lid, Fw zal dan ook worden afgewezen bij gebrek aan belang.

5.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 17 november 2025 gegeven door mr. M. Aukema, rechter, in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier. [1]