ECLI:NL:RBROT:2025:13789
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen OV-schuld wegens niet tijdig stopzetten studentenreisproduct
Eiser is per 20 september 2024 uitgeschreven bij zijn onderwijsinstelling en verloor daarmee zijn recht op studiefinanciering en het studentenreisproduct. Hij heeft het reisproduct niet uiterlijk de tiende werkdag van oktober 2024 stopgezet. In januari 2025 is met zijn OV-kaart nog gereisd, waardoor een schuld van €185,98 is ontstaan.
Eiser betwist de schuld en voert aan dat de minister geen bewijs heeft geleverd van onrechtmatig gebruik, dat het reisproduct zijn eigendom is en dat hij mocht aannemen dat hij het mocht gebruiken. Ook stelt hij dat de minister hem niet tijdig heeft geïnformeerd en dat hij recht heeft op een vergoeding voor de periode dat hij het reisproduct niet gebruikte.
De rechtbank oordeelt dat het studentenreisproduct een publiekrechtelijke regeling is en dat eiser verantwoordelijk is het tijdig stop te zetten. De minister heeft meerdere keren gewezen op de stopzetting. Het feit dat eiser gedetineerd was doet hieraan niet af. De stellingen van eiser over betaling en vergoeding worden verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de OV-schuld wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.