ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.C. Bruning
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inschrijving en terugbetalingsperiode studiefinanciering deeltijdopleiding
Betrokkene volgde vanaf september 2007 een deeltijdopleiding HBO-rechten en wilde deze vanaf september 2009 voortzetten aan de Hogeschool Utrecht. Hoewel zij een bewijs van inschrijving en collegekaart had met datum 1 september 2009, kon zij niet aannemelijk maken dat de inschrijving daadwerkelijk per die datum had plaatsgevonden. De Hogeschool Utrecht had haar namelijk op 19 oktober 2009 medegedeeld dat zij niet kon worden ingeschreven vanwege het niet voldoen aan inschrijfvoorwaarden.
Na een minnelijke schikking werd betrokkene per 1 februari 2010 ingeschreven, wat ook bevestigd werd door het Centraal Register Inschrijvingen Hoger Onderwijs (CRIHO). De rechtbank had het besluit van de minister vernietigd omdat nader onderzoek naar de fout van de onderwijsinstelling had moeten plaatsvinden. De Raad oordeelt echter dat de inschrijving een zaak is tussen betrokkene en de onderwijsinstelling en dat het niet aan de minister is om de rechtmatigheid van de inschrijving te toetsen.
De Raad stelt vast dat betrokkene van 1 september 2009 tot 1 februari 2010 niet ingeschreven stond en dus niet doorlopend voor 1 januari 2010 ingeschreven was. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor schorsing van de terugbetalingsperiode van de studiefinanciering. Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de terugbetalingsperiode wordt hervat per 1 maart 2010.