ECLI:NL:RBROT:2025:13855
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen watervergunning voor beschoeiing en L-wand langs watergang
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het dagelijks bestuur van het waterschap Hollandse Delta om vergunninghoudster een watervergunning te verlenen voor het plaatsen van een beschoeiing en een L-wand langs een watergang bij haar woning.
Eiser betoogt onder meer dat het dagelijks bestuur onzorgvuldig heeft gehandeld, dat er sprake is van privaatrechtelijke belemmeringen vanwege mandeligheid van de watergang, dat de vergunning in strijd is met de doelstellingen van de Waterwet, dat de natuurvriendelijke oever wordt aangetast, dat het waterbergend vermogen vermindert, dat er geen omgevingsvergunning is en dat het dagelijks bestuur haar bevoegdheid misbruikt.
De rechtbank oordeelt dat de watervergunning terecht is verleend. De vergunning voldoet aan de doelstellingen van artikel 2.1 van de Waterwet, de belangen van eiser zijn voldoende meegewogen, de stabiliteit van de constructies is geborgd en het onderhoud van de watergang blijft mogelijk. Privaatrechtelijke belemmeringen en het ontbreken van een omgevingsvergunning behoren niet tot het toetsingskader van de watervergunning.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de watervergunning blijft in stand en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de watervergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit van het dagelijks bestuur blijft in stand.