ECLI:NL:RVS:2019:887
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.C. Kranenburg
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging watervergunning voor tijdelijke verhoging waterpeil Lauwersmeer ondanks bezwaren omwonenden
Het dagelijks bestuur van het waterschap Noorderzijlvest verleende op 12 januari 2017 een watervergunning voor het tijdelijk verhogen van het waterpeil van het Lauwersmeer tot maximaal -0,52 mNAP gedurende maximaal zes weken tussen 15 februari en 1 april, voor twee achtereenvolgende jaren. De Vereniging van Huiseigenaren Robbenoort en anderen, alsmede enkele individuele appellanten, maakten bezwaar vanwege mogelijke wateroverlast, verzilting en schade aan hun percelen.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde de beroepen ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep van enkele appellanten niet-ontvankelijk was wegens het niet instellen van beroep bij de rechtbank. De overige beroepen werden ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde dat het dagelijks bestuur de vergunning op goede gronden had verleend, mede gelet op de adviezen van deskundige instanties zoals de StAB en de uitgebreide onderzoeken naar de effecten van de rietproef.
De Afdeling ging uitvoerig in op de procesrechtelijke aspecten, de beoordeling van het beheerprotocol, het monitoringsplan, de effecten op de omgeving, en de belangenafweging op grond van de Waterwet. Ook de wijzigingen in het besluit van 19 juni 2018, waaronder de verlenging van de vergunningstermijn en aanpassing van voorschrift 10, werden als rechtmatig beoordeeld. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de vergunningverlening ondanks de bezwaren van omwonenden en betrokkenen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt grotendeels ongegrond verklaard en de watervergunning voor de tijdelijke verhoging van het waterpeil in het Lauwersmeer wordt bevestigd.