Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de heer [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer [persoon B] , verweerder;
- mevrouw mr. R. van der Hoeff, werkzaam bij THL Advocaten (hierna: advocaat verweerder).
18 november 2025 aan de rechtbank een verweerschrift toegezonden.
2.Het verzoek
€ 2.031,20 per maand (bestaande uit kale huur, stoffering en meubilering). Om toch tot betaling van de lopende huurtermijnen te kunnen overgaan heeft verzoekster op 29 oktober 2025 woonkostentoeslag aangevraagd. Op deze aanvraag is tot heden nog geen beslissing genomen. Ter zitting heeft schuldhulpverlening verklaard dat ook onbekend is wanneer op de aanvraag zal worden beslist. Verzoekster heeft dus – op dit moment – onvoldoende inkomen om de lopende huurtermijnen te voldoen. Doordat het budgetplan van verzoekster niet rond komt, kan ook het schuldhulpverleningstraject (nog) niet aanvangen. Verzoekster verblijft vanwege ernstige medische omstandigheden in het ziekenhuis.
3.Het verweer
4.De beoordeling
€ 2.031,20 te kunnen voldoen. Ook is de door verzoekster aangevraagde woonkostentoeslag (nog) niet toegekend. Onvoldoende is dus ook gewaarborgd dat de lopende huurtermijnen zullen worden voldaan. Daarnaast kan het schuldhulpverleningstraject – op dit moment – niet aanvangen omdat de financiële situatie niet stabiel is. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat het belang van verweerder zwaarder dient te wegen dan het belang van verzoekster. De verzochte voorziening zal dan ook worden afgewezen.