Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 maart 2025, met bijlagen;
- de rolbeslissing van 25 april 2025;
- het mondelinge antwoord van 8 mei 2025;
- de akte van UCP van 8 mei 2025.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak, behandeld door de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 17 oktober 2025, staat de huurachterstand van gedaagde centraal. Gedaagde huurt een woning van UCP IV Coöperatief U.A. en heeft een huurachterstand van € 8.217,68. UCP heeft de kantonrechter verzocht om de huurovereenkomst te ontbinden vanwege deze achterstand. Tijdens de zitting heeft UCP echter aangegeven bereid te zijn om gedaagde een laatste kans te geven om de huurachterstand te betalen, wat de kantonrechter heeft gehonoreerd. Gedaagde moet de achterstand binnen een maand voldoen om ontbinding van de huurovereenkomst te voorkomen. De kantonrechter heeft ook overwogen dat de melding van de huurachterstand aan de gemeente te laat is gedaan, maar dit was geen reden om de vordering van UCP af te wijzen. De kantonrechter heeft verder geoordeeld dat gedaagde de proceskosten moet betalen, die zijn begroot op € 1.363,45. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat UCP het vonnis onmiddellijk kan uitvoeren, zelfs als gedaagde in hoger beroep gaat. De kantonrechter heeft ook een onredelijk opslagbeding in de huurovereenkomst vernietigd, maar dit had geen gevolgen voor de huurprijs of de huurachterstand.