Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 maart 2025, met bijlagen;
- de rolbeslissing van 25 april 2025;
- het mondelinge antwoord van 8 mei 2025;
- de akte van UCP van 8 mei 2025.
Rechtbank Rotterdam
De huurder heeft een huurachterstand van € 8.217,68 opgebouwd bij verhuurder UCP IV Coöperatief U.A. De verhuurder vordert betaling van de achterstand en ontbinding van de huurovereenkomst. De kantonrechter veroordeelt de huurder tot betaling van de achterstand en bijkomende kosten, maar verleent een laatste kans om ontbinding te voorkomen, conform artikel 7:280 BW Pro.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig is (zes maanden) en dat de huurder verplicht is tijdig te betalen, wat niet is gebeurd. Hoewel de melding van de achterstand aan de gemeente te laat was, weegt dit mee in het geven van een laatste kans omdat de huurder heeft aangegeven de schuld te willen betalen en schuldhulpverlening is opgestart.
De huurder moet binnen een maand na het vonnis de volledige achterstand en proceskosten voldoen. Bij uitblijven van betaling wordt de huurovereenkomst ontbonden en moet de huurder binnen 14 dagen ontruimen. Daarnaast is het opslagbeding in de huurovereenkomst vernietigd wegens oneerlijkheid, maar dit heeft geen gevolgen voor de huurprijs in deze zaak.
De proceskosten worden aan de huurder opgelegd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.
Uitkomst: Huurder moet huurachterstand en kosten betalen en krijgt een laatste kans; bij niet-betaling volgt ontbinding en ontruiming.