Verzoekers hebben een schuldregeling aangeboden aan hun schuldeisers met een betaling van circa 15,62% aan preferente en 7,81% aan concurrente schuldeisers. Zeven- en tienzeventien schuldeisers stemden in, maar Inostate en Cartera weigerden. Deze schuldeisers vertegenwoordigden een klein deel van de totale schuld en voerden aan dat het aanbod niet het maximaal haalbare bevatte en dat een wettelijke schuldsaneringsregeling betere waarborgen biedt.
De rechtbank oordeelde dat het voorstel goed gedocumenteerd was, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoekers die beiden fulltime werken. De belangen van verzoekers en de meerderheid van schuldeisers wogen zwaarder dan die van de weigerende schuldeisers. Bovendien zou de wettelijke schuldsaneringsregeling minder opleveren door bijkomende kosten.
Daarom werd het verzoek toegewezen en Inostate en Cartera werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis vervangt de vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.