ECLI:NL:RBROT:2025:14156

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
FT RK 25/1172 en FT RK 25/1174
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek gedwongen schuldregeling ondanks weigering enkele schuldeisers

Verzoekers hebben een schuldregeling aangeboden aan hun schuldeisers met een betaling van circa 15,62% aan preferente en 7,81% aan concurrente schuldeisers. Zeven- en tienzeventien schuldeisers stemden in, maar Inostate en Cartera weigerden. Deze schuldeisers vertegenwoordigden een klein deel van de totale schuld en voerden aan dat het aanbod niet het maximaal haalbare bevatte en dat een wettelijke schuldsaneringsregeling betere waarborgen biedt.

De rechtbank oordeelde dat het voorstel goed gedocumenteerd was, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoekers die beiden fulltime werken. De belangen van verzoekers en de meerderheid van schuldeisers wogen zwaarder dan die van de weigerende schuldeisers. Bovendien zou de wettelijke schuldsaneringsregeling minder opleveren door bijkomende kosten.

Daarom werd het verzoek toegewezen en Inostate en Cartera werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis vervangt de vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt toegewezen en schuldeisers worden bevolen in te stemmen met de regeling.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 5 november 2025
in de zaak van:
[verzoeker] en [verzoekster],
wonende te [adres]
[postcode] [plaatsnaam],
verzoekers.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 2 juli 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een drietal schuldeisers, te weten:
  • Financial Lease Nederland / Hiltermann Lease B.V. (hierna: Hiltermann);
  • Inostate B.V. (hierna: Inostate);
  • Nextfactor N.V., wiens vordering is verkocht en overgedragen aan Cartera de Vente B.V. (hierna: Cartera);
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
De schuldhulpverlener van verzoekers heeft op 22 augustus 2025 aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden.
LAVG heeft namens Cartera op 17 oktober 2025 een verweerschrift toegezonden.
De schuldhulpverlener van verzoekers heeft bij brief van 27 oktober 2025 gereageerd op het verweerschrift en heeft te kennen gegeven dat Hiltermann op 13 oktober 2025 heeft aangegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
Ter zitting van 29 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekers;
  • mevrouw J.A. Logtenberg, werkzaam bij HBG Aldis (hierna: schuldhulpverlening).
De weigerende schuldeisers zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De schuldhulpverlener van verzoekers heeft op 31 oktober 2025 aanvullende stukken toegezonden aan de rechtbank en laten weten dat verzoekers het Wsnp verzoek in willen trekken.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het verzoek

Verzoekers hebben volgens het ingediende verzoekschrift negentien schuldeisers, waarvan één preferente en achttien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 216.320,27 van verzoekers te vorderen. Verzoekers hebben een schuldregeling aangeboden aan hun schuldeisers, inhoudende een betaling van 15,62% aan de preferente schuldeisers en 7,81% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. Uit de nagezonden stukken van 27 oktober 2025 is gebleken dat de schuldenlast is gedaald waardoor er een hoger percentage uitgekeerd zou kunnen worden aan de schuldeisers. Naar verwachting kan er 17% aan de preferente schuldeisers uitbetaald worden en 8,5% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoekers hebben op basis van hun dienstbetrekking. Verzoeker werkt fulltime in loondienst en verzoekster werkt fulltime als zelfstandige. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoekers hebben zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke hebben gedaan om het aangeboden percentage aan hun schuldeisers aan te bieden. Verzoekers hebben sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en hun vaste lasten worden voldaan.
Zeventien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Inostate en Cartera stemmen hier niet mee in. Inostate heeft een vordering van € 6.474,30 op verzoekers, welke 3% van de totale schuldenlast beloopt. Cartera heeft een vordering van € 7.262,27 op verzoekers, welke 3,4% van de totale schuldenlast beloopt.

3.Het verweer

LAVG heeft namens Cartera in haar verweerschrift aangevoerd dat zij in redelijkheid heeft mogen weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. Zij wijst erop dat toewijzing van een verzoek om een gedwongen schuldregeling slechts bij hoge uitzondering mogelijk is. Cartera stelt dat haar vordering 3,3% van de totale schuldenlast vertegenwoordigt en dat in totaal 22,1% van de schuldeisers niet heeft ingestemd met het voorstel, zodat aan die weigering aanzienlijk gewicht toekomt. Volgens Cartera ontbreekt bovendien een toereikende motivering van verzoekers waarom zij niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren. Verder voert Cartera aan dat een wettelijke schuldsaneringsregeling betere vooruitzichten biedt voor de schuldeisers dan het huidige aanbod. Het voorstel zou niet goed, volledig en betrouwbaar zijn gedocumenteerd en niet het maximaal haalbare bevatten. Zij betoogt dat verzoekster onvoldoende inkomsten genereert, geen aantoonbare zelfstandige activiteiten verricht en in staat moet worden geacht (meer) betaalde arbeid te verrichten, waardoor de afloscapaciteit kan toenemen. Daarnaast wijst Cartera erop dat verzoekers beschikken over een auto waarvan de waarde niet is meegenomen in het voorstel, terwijl niet is aangetoond dat het bezit noodzakelijk is voor het werk. Ook zouden de hoge huurlasten de afloscapaciteit beperken, zonder dat is aangetoond dat gezocht is naar goedkopere woonruimte. Voorts meent Cartera dat (een deel van) de schulden niet te goeder trouw is ontstaan, nu verzoekers in strijd met de Beklamel-norm hebben gehandeld bij het aangaan van een zakelijk krediet terwijl duidelijk was dat zij niet aan hun verplichtingen konden voldoen. Tot slot benadrukt Cartera dat de wettelijke schuldsaneringsregeling meer waarborgen biedt voor schuldeisers, onder meer door toezicht van de bewindvoerder en de rechter-commissaris, hetgeen in het minnelijke traject ontbreekt.
Cartera verzoekt daarom het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, althans af te wijzen.
Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben Inostate en Cartera geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten ter zitting toe te lichten.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Inostate en Cartera bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Inostate en Cartera in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekers of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vorderingen van Inostate en Cartera een gering aandeel vormen in de totale schuldenlast van 6,4%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk zeventien van de negentien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten HBG Aldis. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekers in staat moeten worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat zowel verzoeker als verzoekster beschikt over een fulltime baan. Verzoeker werkt fulltime in loondienst en verzoekster is fulltime werkzaam als zelfstandige. Dat betekent dat verzoekers beiden reeds voldoen aan de in de schuldsaneringsregeling bestaande werkverplichting. Voorts is door schuldhulpverlening ter zitting verklaard dat aan alle waarborgen, die ervoor moeten zorgen dat verzoekers het maximale ten behoeve van hun schuldeisers zullen afdragen, is voldaan. Verzoekers hebben immers al meerdere maanden hun inkomen boven het vrij te laten bedrag afgedragen. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede.
Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoekers van toepassing zou zijn, zoals Cartera voorstelt in haar verweerschrift. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoekers zouden kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoekers die vanuit een stabiele situatie hun schuldenproblematiek willen oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Inostate en Cartera, die geweigerd hebben in te stemmen.
Het verzoek om Inostate en Cartera te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Inostate en Cartera zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Inostate en Cartera om in te stemmen met de door verzoekers aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Inostate en Cartera in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.