De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en tot vaststelling van een eerdere ingangsdatum. De rechtbank oordeelt dat de heer verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder het te goeder trouw zijn en de verwachting dat hij aan de verplichtingen zal voldoen.
De rechtbank stelt de looptijd van de Wsnp-regeling vast op 18 maanden en wijst het verzoek tot een eerdere ingangsdatum af. Dit omdat de heer verzoeker niet heeft aangetoond dat hij gedurende het minnelijk traject voldoende aan zijn inspanningsplicht heeft voldaan, mede doordat hij pas ruim anderhalf jaar na het aanbod aan schuldeisers het verzoek tot toelating heeft ingediend zonder concrete reden voor deze vertraging.
Tijdens de Wsnp zal een bewindvoerder worden benoemd die toezicht houdt op de nakoming van verplichtingen zoals informatieplicht, inspanningsplicht, geen nieuwe schulden maken en afdracht van inkomen boven het vrij te laten bedrag. Daarnaast wordt een rechter-commissaris benoemd voor toezicht op de bewindvoerder. Indien de heer verzoeker aan alle verplichtingen voldoet, eindigt het traject met een 'schone lei', waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen.
De rechtbank bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen indien de boedel toereikend is en legt een postblokkade op voor de eerste 13 maanden. De beslissing is uitgesproken op 26 november 2025 en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen.