ECLI:NL:RBROT:2025:14321
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening tegen sluiting avondwinkel door burgemeester Rotterdam
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam op 1 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker, eigenaar van een avondwinkel, had de burgemeester van Rotterdam verzocht om de sluiting van zijn winkel, die voor drie maanden was opgelegd, eerder op te heffen. De sluiting was ingesteld vanwege ernstige signalen van drugshandel vanuit de winkel. De burgemeester had eerder op 24 september 2025 besloten om de winkel te sluiten, en dit besluit was bevestigd door de voorzieningenrechter in een eerdere uitspraak op 6 oktober 2025. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen de sluiting en vroeg om een voorlopige voorziening, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat de sluiting nog steeds noodzakelijk en evenwichtig was om de openbare orde en het woon- en leefklimaat te herstellen. De voorzieningenrechter wees het verzoek af, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die de sluiting onterecht maakten. De burgemeester had tijdig op het verzoek om opheffing beslist en de politie had negatief geadviseerd over een eerdere opheffing. De voorzieningenrechter concludeerde dat de sluiting van de avondwinkel voorlopig moest blijven bestaan, en dat er geen aanleiding was voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.