Op 9 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over een verzoek om een voorlopige voorziening. De burgemeester van Nissewaard had de huurwoning van verzoeker gesloten vanwege een overtreding van de Opiumwet, waarbij in de woning aanzienlijke hoeveelheden drugs, een wapen en contant geld zijn aangetroffen. Verzoeker, die samen met zijn minderjarige zoon en dochter in de woning woonde, heeft bezwaar gemaakt tegen deze sluiting en verzocht om heropening van de woning tot er op het bezwaarschrift is beslist.
De voorzieningenrechter heeft de zaak op 4 december 2025 behandeld, waarbij onder andere de gevolgen van de sluiting voor de kinderen van verzoeker zijn besproken. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende rekening heeft gehouden met de impact van de sluiting op de minderjarige zoon en de kwetsbare dochter van verzoeker. De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening toe en schorste de sluiting van de woning tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot betaling van het griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
De uitspraak benadrukt het belang van de belangenafweging tussen de handhaving van de Opiumwet en de gevolgen voor de kinderen van verzoeker, waarbij de rechter concludeert dat de belangen van de kinderen zwaarder wegen dan de door de burgemeester gestelde belangen.