ECLI:NL:RBROT:2025:14401

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
25/9492
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake sluiting huurwoning door burgemeester wegens overtreding Opiumwet met gevolgen voor minderjarige kinderen

Op 9 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over een verzoek om een voorlopige voorziening. De burgemeester van Nissewaard had de huurwoning van verzoeker gesloten vanwege een overtreding van de Opiumwet, waarbij in de woning aanzienlijke hoeveelheden drugs, een wapen en contant geld zijn aangetroffen. Verzoeker, die samen met zijn minderjarige zoon en dochter in de woning woonde, heeft bezwaar gemaakt tegen deze sluiting en verzocht om heropening van de woning tot er op het bezwaarschrift is beslist.

De voorzieningenrechter heeft de zaak op 4 december 2025 behandeld, waarbij onder andere de gevolgen van de sluiting voor de kinderen van verzoeker zijn besproken. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende rekening heeft gehouden met de impact van de sluiting op de minderjarige zoon en de kwetsbare dochter van verzoeker. De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening toe en schorste de sluiting van de woning tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot betaling van het griffierecht en proceskosten aan verzoeker.

De uitspraak benadrukt het belang van de belangenafweging tussen de handhaving van de Opiumwet en de gevolgen voor de kinderen van verzoeker, waarbij de rechter concludeert dat de belangen van de kinderen zwaarder wegen dan de door de burgemeester gestelde belangen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/9492

uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 december 2025 in de zaak tussen

[naam verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. M.P. Harten),
en

de burgemeester van Nissewaard

(gemachtigde: [persoon A] ).

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 20 november 2025 heeft de burgemeester verzoekers woning per direct voor drie maanden gesloten vanwege een overtreding van de Opiumwet
.Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 4 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, [persoon B] (beschermingsbewindvoerder), [persoon C] en [persoon D] (kinderen van verzoeker), de gemachtigde van de burgemeester en [persoon E] (namens de burgemeester).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
3. Verzoeker woont met zijn minderjarige zoon (17 jaar) en dochter (18 jaar) op het adres [adres] in Spijkenisse. Stichting Maasdelta Groep (Maasdelta) is de eigenaar van de woning.
4. De politie heeft op 17 november 2025 de anonieme melding ontvangen dat verzoekers zoon een vuurwapen in zijn bezit heeft. De politie heeft op 19 november 2025 verzoekers woning doorzocht. Daarbij zijn volgens een bestuurlijke rapportage van de politie van 22 november 2025 onder meer netto 149,7 gram cocaïne, bruto 16,1 gram hennep, € 3.660,- aan contant geld, een mixer met wit residu, een revolver en een wapenstok aangetroffen.
Waar gaat het in deze zaak om?
5. De burgemeester heeft van de politie op 20 november 2025 een voorlopige bestuurlijke rapportage ontvangen. De burgemeester heeft vervolgens besloten om verzoekers woning per direct te sluiten voor drie maanden. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat hij weer toegang krijgt tot zijn woning totdat er op het bezwaarschrift is beslist.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe
6. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Beoordelingskader
7. Op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen harddrugs of softdrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
De burgemeester voert beleid om de handel in drugs in Nissewaard tegen te gaan. Dit beleid staat in de Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Nissewaard 2019. In dit beleid staat in welke gevallen de burgemeester in beginsel overgaat tot sluiting van een woning.
Bevoegdheid en noodzaak
8. Partijen zijn het erover eens dat de burgemeester, gelet op wat bij de doorzoeking is aangetroffen, bevoegd was de woning te sluiten. Zij verschillen wel van mening over de vraag of de sluiting noodzakelijk is. Volgens verzoeker is niet gebleken dat de aangetroffen drugs in of vanuit de woning werd verhandeld.
9.1.
Gelet op wat in de woning is aangetroffen, verwacht de voorzieningenrechter dat het bestreden besluit op dit punt in bezwaar stand zal houden. In de woning van verzoeker is een forse hoeveelheid harddrugs aangetroffen. Deze hoeveelheid vormt een aanwijzing voor drugshandel. Ook zijn in de woning zaken aangetroffen die gerelateerd kunnen worden aan drugshandel, namelijk een (vuur)wapen, een mixer met wit residu en een groot geldbedrag.
9.2.
Verzoeker voert aan dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van drugs in zijn woning. Volgens verzoeker verblijft zijn dakloze neef soms in zijn woning en heeft die de drugs en de mixer in een tas in een kast achtergelaten. Verzoeker heeft tijdens de zitting verklaard dat hij pas op het politiebureau heeft begrepen dat er drugs in zijn woning lag. Dit komt echter niet overeen met de informatie uit de bestuurlijke rapportage. Daarin staat dat verzoeker heeft verklaard dat hij de tas van zijn neef twee dagen voor de doorzoeking heeft opengemaakt en dat hij toen de drugs en de mixer heeft gezien. De wisselende verklaringen dragen niet bij aan verzoekers geloofwaardigheid. Hoe dan ook, verzoeker kan naar voorlopig oordeel verantwoordelijk worden gehouden voor de aangetroffen drugs in de woning.
9.3.
Verzoeker voert verder aan dat het in de woning aangetroffen wapen geen vuurwapen was, maar een alarmpistool. Dit punt is niet geheel opgehelderd. De gemachtigde van de burgemeester heeft verklaard dat hij hierover geen navraag heeft gedaan bij de politie. De voorzieningenrechter kan dan ook niet uitsluiten dat het inderdaad om een alarmpistool of alarmrevolver gaat. Maar dat betekent nog niet dat de aanwezigheid daarvan in de woning geen rol kan spelen bij de beoordeling van de noodzaak van de sluiting. Daarbij is van belang dat ook alarmpistolen en alarmrevolvers onder de Wet wapens en munitie (kunnen) vallen.
9.4.
Volgens verzoeker heeft hij het bedrag van € 3.660,- zelf gespaard. Hij ontvangt elke week € 120,- leefgeld en dit bedrag neemt hij dan contant op. Verzoeker heeft bankafschriften overgelegd waaruit blijkt dat hij inderdaad elke week € 120,- opneemt. De voorzieningenrechter kan niet uitsluiten dat deze verklaring van verzoeker op waarheid berust. Maar zelfs als dit punt wegvalt, blijft er naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog voldoende over om de noodzaak van de sluiting op te baseren.
Evenwichtigheid
10. Als de conclusie is dat de sluiting noodzakelijk is, moet de burgemeester zich er vervolgens van vergewissen dat de sluiting ook evenwichtig is.
11. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid kunnen verschillende factoren van belang zijn. De burgemeester moet bijvoorbeeld de mate van verwijtbaarheid van degenen die door de sluiting worden getroffen beoordelen. Daarnaast is van belang wat de gevolgen voor hen zijn van het voor de duur van de sluiting elders moeten verblijven. Verder moet de burgemeester de aanwezigheid van minderjarige kinderen en de impact van de sluiting op hun welzijn in zijn besluitvorming betrekken. Ook is van belang hoe lang de woning gesloten blijft en of de bewoners na de sluiting weer van de woning gebruik kunnen maken. Bij dat laatste dient de burgemeester zich er rekenschap van te geven dat de sluiting van een huurwoning de verhuurder de wettelijke grondslag biedt om de huurovereenkomst buitengerechtelijk, dus zonder tussenkomst van de kantonrechter, te ontbinden. En ook dat de huurder door sluiting van de woning veelal op een zogenoemde zwarte lijst bij een woningcorporatie komt te staan, als gevolg waarvan hij voor een bepaalde duur geen nieuwe sociale huurwoning kan huren in de regio. [1]
12.1.
De burgemeester heeft gesteld dat hij van de politie heeft vernomen dat verzoekers dochter na de woningsluiting door haar moeder is ondergebracht bij familie, samen met de hond en de kat die in de woning aanwezig waren. Verzoeker en zijn zoon hebben eerst een verklaring afgelegd op het politiebureau en zijn daarna heengezonden. Volgens de politie is de zoon vervolgens opgevangen door zijn moeder. De gemachtigde van de burgemeester heeft tijdens de zitting verklaard dat hij het gezin ook heeft aangemeld bij de zorgafdeling van de gemeente.
12.2.
Verzoeker heeft tijdens de zitting verklaard dat het niet juist is dat zijn zoon is opgevangen door zijn moeder. Volgens verzoeker mogen zijn zoon en dochter van de kinderbescherming niet bij hun moeder verblijven. Volgens verzoeker verblijven hij en zijn kinderen bij de oom van zijn kinderen (de broer van hun moeder). Het gezin van de oom bestaat uit vijf personen. De beide gezinnen verblijven nu met acht personen in een driekamerwoning. Verzoekers dochter en zoon zijn beiden dit jaar begonnen met een nieuwe opleiding. Sinds de woningsluiting is de dochter echter niet meer naar school geweest, omdat zij de situatie niet aankan. Ter zitting is verder toegelicht dat er bij de dochter problemen uit het verleden spelen.
12.3.
De verhuurder van de woning heeft verzoeker laten weten dat de huurovereenkomst wordt ontbonden. Verzoeker heeft tot en met 8 december 2025 de tijd om te laten weten of hij berust in de ontbinding van de huurovereenkomst. Als verzoeker niet reageert of niet akkoord gaat, zal de verhuurder een gerechtelijke procedure starten om de huurovereenkomst te laten ontbinden.
12.4.
De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat verzoeker bijna klaar is met zijn schuldhulpverleningstraject. Zij verwacht dat er in december of januari een zitting is voor de schone lei. Volgens de bewindvoerder zal verzoeker zijn stabiele situatie kwijtraken als hij zijn woning (definitief) verliest.
12.5.
De voorzieningenrechter moet een belangenafweging maken. De voorzieningenrechter moet aannemen dat verzoeker als hoofdbewoner verantwoordelijk kan worden gehouden voor de aangetroffen drugs in de woning. Uit de rapportage komt niet naar voren dat verzoekers kinderen betrokken waren bij de drugs. Zij worden echter wel zwaar geraakt door de woningsluiting. Zij verblijven bij familie in een te kleine woning en dit is zelfs voor de korte termijn al een lastige situatie. Voor de langere termijn bestaat er een aanzienlijke kans dat zij hun woning definitief kwijtraken omdat Maasdelta van plan is de huurovereenkomst te (laten) ontbinden. Gelet op de woningnood zal het voor verzoeker zeer lastig worden om een andere (sociale) huurwoning te vinden, nog los van de mogelijkheid dat hij op een zwarte lijst geplaatst wordt. De burgemeester heeft aangevoerd dat Maasdelta de huurovereenkomst wil ontbinden vanwege de aangetroffen drugs en het aangetroffen wapen en dat dit losstaat van de burgemeesterssluiting. Een burgemeesterssluiting maakt het voor Maasdelta echter wel gemakkelijker om over te gaan tot ontbinding van de huurovereenkomst, omdat de ontbinding dan zonder tussenkomst van de kantonrechter kan plaatsvinden. Aannemelijk is verder dat de problematische woonsituatie negatieve gevolgen heeft voor de opleidingen waarmee verzoekers kinderen net zijn begonnen.
12.6.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester onvoldoende aandacht heeft besteed aan de gevolgen van de woningsluiting voor verzoekers kinderen. Dit is temeer van belang omdat verzoekers zoon minderjarig is en aangenomen moet worden dat verzoekers jongvolwassen dochter kwetsbaar is vanwege gebeurtenissen uit het verleden.
Naar voorlopig oordeel wegen de belangen van met name de kinderen van verzoeker zwaarder dan de door de burgemeester gestelde belangen. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen door het bestreden besluit te schorsen.

Conclusie en gevolgen

13. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit is geschorst tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
14. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet de burgemeester het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en heeft aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- schorst het bestreden besluit tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 194,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2025.
de griffier is verhinderd te tekenen
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie de overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2922).