De burgemeester heeft de woning van verzoeker per direct voor drie maanden gesloten vanwege een overtreding van de Opiumwet, nadat bij een politieonderzoek 149,7 gram cocaïne, een mixer met wit residu, een revolver en contant geld zijn aangetroffen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de sluiting en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting is gebleken dat verzoeker met zijn minderjarige zoon en jonge dochter in de woning woont. De burgemeester heeft onvoldoende aandacht besteed aan de gevolgen van de sluiting voor de kinderen, die door de sluiting in een problematische woonsituatie terecht zijn gekomen. De dochter is kwetsbaar vanwege gebeurtenissen uit het verleden en de zoon is minderjarig. De woningcorporatie heeft de huurovereenkomst ontbonden, waardoor het gezin mogelijk hun woning definitief kwijtraakt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat hoewel de burgemeester bevoegd was tot sluiting en de sluiting noodzakelijk lijkt vanwege de aangetroffen drugs en wapens, de belangen van de kinderen zwaarder wegen dan de belangen van de burgemeester. Daarom wordt het besluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.