De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2020. De moeder heeft het ouderlijk gezag en de minderjarige woont bij haar. De ouders zijn niet meer samenwonend, maar de vader is nog regelmatig betrokken bij de opvoeding.
De kinderrechter constateert dat ondanks positieve ontwikkelingen, zoals een stabielere woonsituatie van de moeder en haar actieve medewerking aan hulpverlening, de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd. De spanningsvolle relatie tussen de ouders heeft geleid tot een onveilige en instabiele opvoedsituatie. De moeder is gestart met EMDR-therapie, wat de situatie tijdelijk kwetsbaar maakt.
De kinderrechter oordeelt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft omdat de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet voldoende kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd tot 20 juni 2026 en wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De ouders zijn correct opgeroepen maar niet verschenen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk.