ECLI:NL:RBROT:2025:14473

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
FT EA 23-863
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing faillissement met toepassing van de schuldsaneringsregeling

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 3 december 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van een verzoeker tot opheffing van zijn faillissement, dat op 5 september 2023 was uitgesproken. De verzoeker heeft tevens verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft vastgesteld dat het faillissement op eigen aangifte van de verzoeker is uitgesproken, wat voldoet aan de voorwaarden van artikel 15b van de Faillissementswet. De curator heeft positief geadviseerd over het verzoek, ondanks de gokverslaving van de verzoeker en de daaruit voortvloeiende schulden. De rechtbank heeft de ontvankelijkheid van het verzoek bevestigd en geoordeeld dat er geen gronden zijn voor afwijzing. De duur van de Wsnp is vastgesteld op achttien maanden, ingaande op de datum van het vonnis. De rechtbank heeft het faillissement opgeheven en de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van de curator en bewindvoerder. Het salaris van de curator is vastgesteld op € 15.041,82, te betalen door de schuldenaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling na faillissement
insolventienummer: [nummer 1] (voorheen [nummer 2] )
uitspraakdatum: 3 december 2025
[naam verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode 1] [woonplaats] ,
verzoeker,
curator: mr. P.A. Loeff.

1.De procedure

Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend tot opheffing van zijn op 5 september 2023 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Verzoeker en de curator zijn gehoord ter zitting van 24 november 2025. Verzoeker heeft het Informatieblad Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp) ontvangen en voor instemming ondertekend.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De standpunten

Standpunt curator
Het faillissement van verzoeker is uitgesproken op eigen aangifte. De curator acht het omzettingsverzoek daarom ontvankelijk. De beoordeling van de goeder trouw toets laat de curator aan de rechtbank over. Er is geen sprake van bijzondere of opvallende schulden. Het betreft een lange lijst van schulden, waarvan de oorzaak gelegen is in de verlieslatende onderneming van verzoeker. De schulden van verzoeker zijn mede veroorzaakt door een gokverslaving. In de periode voor het faillissement is er sprake geweest van excessief gokken. Verzoeker hoopte met gokwinsten de financiële problemen van zijn
onderneming op te kunnen lossen. Ook kampte verzoeker bij aanvang van het faillissement met een depressie. Dit heeft geleid tot vertraging in de afwikkeling van het faillissement.
Ten aanzien van de vraag of verzoeker de verplichtingen uit de Wsnp zal nakomen merkt de curator op dat verzoeker gedurende het faillissement niet aan de boedel heeft afgedragen. Vanaf het moment dat verzoeker is gaan werken, was er wel sprake van afdrachtcapaciteit. Dat verzoeker niet aan de boedel heeft afgedragen is niet geheel aan hem te wijten. Er zijn geen berekeningen van het vrij te laten bedrag gemaakt, omdat de afwikkeling van het faillissement al in gang was gezet en schuldenaar later te kennen heeft gegeven alsnog een omzettingsverzoek in te willen dienen. Gelet op de ervaringen met verzoeker verwacht de curator dat verzoeker de uit de Wsnp voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De curator adviseert positief ten aanzien van het verzoek.
Standpunt verzoeker
Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat zijn gokverslaving onder controle is. Hij heeft hiervoor hulp gezocht bij de huisarts en de psycholoog. Ook heeft hij hulp gezocht voor zijn depressiviteit. Verzoeker wenst een oplossing voor zijn schulden.

3.De beoordeling

Ontvankelijkheid van het verzoek
Voordat de rechtbank het verzoek inhoudelijk kan behandelen, dient de vraag te worden beantwoord of verzoeker een beroep op artikel 15b, eerste lid van de Faillissementswet (hierna: Fw) toekomt. De voorwaarde die de wet in artikel 15b, eerste lid, Fw stelt, is dat, wanneer een verzoeker niet op eigen aangifte maar op rekest failliet is verklaard, wordt vastgesteld dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, Fw geen verzoekschrift tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend. Daarnaast stelt de wet als voorwaarde dat geen verificatievergadering is gehouden, noch dat de rechter-commissaris een beschikking als bedoeld in artikel 137a, eerste lid Fw heeft gegeven.
De rechtbank stelt vast dat het faillissement op eigen aangifte van verzoeker is uitgesproken. Daarmee is voldaan aan het vereiste van artikel 15b lid 1 Fw. Voorts stelt de rechtbank vast dat geen verificatievergadering is gehouden, noch dat de rechter-commissaris een beschikking als bedoeld in artikel 137a, eerste lid, Fw heeft gegeven.
De curator heeft vastgesteld dat een akkoord binnen het faillissement niet tot de mogelijkheden behoort.
Verzoeker is daarom ontvankelijk in zijn verzoek.
Toelating tot de Wsnp
De curator adviseert positief ten aanzien van het omzettingsverzoek. Verzoeker heeft alle medewerking verleend. Verzoeker heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de uit de Wsnp voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen.
De rechtbank oordeelt dat er geen, althans onvoldoende, grond is gebleken voor afwijzing van het verzoek tot opheffing van het op 5 september 2023 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.
De duur van de Wsnp
Het Wsnp-traject duurt in principe achttien maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de Wsnp in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis. De rechtbank kan de termijn van de schuldsaneringsregeling verkorten. Daarbij hanteert de rechtbank als uitgangspunt dat niet alleen het deel van het inkomen aan de boedel is afgedragen dat boven het vrij te laten bedrag uitgaat, maar ook dat de uit het faillissement voortvloeide verplichtingen zijn nagekomen. Verzoeker dient zich in het faillissement ook zodanig te hebben gedragen en ingespannen dat hij zoveel mogelijk aan de boedel heeft afgedragen als ware sprake was van een schuldsaneringsregeling (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 20 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:3075).
De rechtbank stelt vast dat verzoeker niet om een verkorting van de Wsnp heeft verzocht. Ook ziet de rechtbank in dit geval geen aanleiding om de Wsnp ambtshalve te verkorten.

3.De beslissing

De rechtbank:
- heft het faillissement van verzoeker op;
- stelt het salaris van de curator en de verschotten definitief vast op € 15.041,82 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenaar;
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[naam verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] -1982 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
[postcode 1] [woonplaats] ;
voorheen handelend onder de namen [handelsnaam 1] tevens handelend onder de namen [handelsnaam 2] , [handelsnaam 3] , [handelsnaam 4] ,
kantoorhoudende te [vestigingsadres] ,
[postcode 2] [vestigingsplaats] ;
- benoemt in de schuldsaneringsregeling van schuldenaar tot rechter-commissaris
mr. M. Aukema;
- en stelt aan tot bewindvoerder mr. P.A. Loeff,
postadres: Postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.T.P. Pot, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.