De rechtbank Rotterdam behandelt het verzoek van de verzoeker om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De verzoeker heeft geen minnelijke schuldregeling geprobeerd omdat haar ex-partner, met wie zij in gemeenschap van goederen was getrouwd, sinds 2019 is vertrokken en de echtscheiding pas in 2025 is geregistreerd. Hierdoor is het aannemelijk dat een buitengerechtelijke regeling niet mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat de verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder het zijn van een problematische schuldenaar en te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden. De rechtbank stelt de looptijd van de regeling vast op 18 maanden en bepaalt een eerdere ingangsdatum op 11 juni 2025, de datum waarop het plan van aanpak door schuldhulpverlening is getekend. Dit is gerechtvaardigd omdat vanaf die datum beslag op het inkomen lag en de verzoeker 80-100% arbeidsongeschikt is verklaard.
De rechtbank benoemt een bewindvoerder en een rechter-commissaris die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen binnen de Wsnp. De bewindvoerder zal ook adviseren over de nakoming van verplichtingen in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject. Indien de verzoeker zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt de regeling met een 'schone lei', waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen.