Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft verzocht tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank stelt vast dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden, waaronder te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden en de verwachting dat zij aan de verplichtingen zal voldoen.
De rechtbank bepaalt dat de ingangsdatum van de Wsnp-regeling eerder kan worden vastgesteld dan de datum van het vonnis, namelijk op 28 januari 2025, omdat vanaf die datum aan de verplichtingen van het voorafgaande schuldhulpverleningstraject is voldaan. Dit ondanks dat gedurende elf maanden beslag lag op de inkomsten van verzoekster, waardoor niet volledig voor gezamenlijke schuldeisers is gespaard.
De rechtbank benoemt een bewindvoerder en een rechter-commissaris die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen en het beheer van de boedel. De looptijd van de regeling wordt vastgesteld op 18 maanden, met een einddatum op 28 juli 2026. Indien verzoekster zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers niet langer verhaal kunnen nemen op haar resterende schulden.