ECLI:NL:RBROT:2025:14542

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
C/10/706746 / JE RK 25-1910
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor medische behandeling van minderjarige met traumatische ervaringen

In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam op 23 oktober 2025 een beschikking gegeven over het verzoek om vervangende toestemming voor de medische behandeling van een minderjarige, geboren in 2014. De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (GI) heeft het verzoek ingediend, omdat de vader van de minderjarige toestemming voor de behandeling heeft geweigerd. De minderjarige kampt met traumatische ervaringen en de GI stelt dat behandeling noodzakelijk is. Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de moeder, de vader, een vertegenwoordiger van de GI en de bijzondere curator aanwezig. De moeder steunt het verzoek, terwijl de vader verzet aantekent en de behandeling aanhoudt tot er meer duidelijkheid is over de situatie van de minderjarige. De bijzondere curator heeft onvoldoende tijd gehad om een goed advies te geven en vraagt om meer informatie. De kinderrechter heeft besloten de behandeling van het verzoek aan te houden tot een volgende zitting op 20 november 2025, waarbij de GI, de ouders en de bijzondere curator opnieuw worden opgeroepen. De kinderrechter benadrukt het belang van samenwerking tussen de ouders in het belang van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/706746 / JE RK 25-1910
Datum uitspraak: 23 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over vervangende toestemming medische behandeling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd in Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam curator],
hierna te noemen: de bijzondere curator, kantoorhoudende in [plaatsnaam] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 16 september 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum;
  • de brief van school over de schorsing van [minderjarige] van 25 september 2025;
  • de spreekaantekeningen van de vader, overhandigd ter zitting.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
  • de vader;
  • de bijzondere curator;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
Bij beschikking van 6 augustus 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 7 februari 2026. Het overige verzochte is aangehouden tot 1 januari 2026 pro forma. Ook is bij de beschikking van 6 augustus 2025 [naam curator] tot bijzondere curator benoemd tot 7 februari 2026.
2.4.
De vader heeft toestemming geweigerd voor de medische behandeling van [minderjarige] .

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [minderjarige] . Deze medische behandeling betreft het door Yulius voorgestelde behandeltraject, bestaande uit psycho-educatie, gevolgd door traumabehandeling en/of PMT. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [minderjarige] kampt met traumatische gebeurtenissen uit het verleden. [minderjarige] geeft aan dat gesprekken hierover met instanties hem eraan herinneren. [minderjarige] erkent dat er iets speelt, maar geeft aan dit te willen wegstoppen. Hij is niet gemotiveerd voor behandeling. Dit is zorgelijk. Ook de school maakt zich zorgen over [minderjarige] gezien zijn gedrag. Ondanks zijn houding acht Yulius het wel mogelijk om met [minderjarige] aan de slag te gaan, hoewel er veel op de achtergrond speelt. De vader toont weerstand tegen de behandeling, terwijl [minderjarige] beide ouders daarbij nodig heeft voor begeleiding en ondersteuning. [minderjarige] heeft al verschillende trajecten doorlopen. AMZO was gericht op het schoolse aspect en op de vraag of [minderjarige] kon terugkeren naar regulier onderwijs; dit staat los van de behandeling bij Yulius. Het starten van de behandeling bij Yulius heeft meerwaarde.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
De moeder stemt in met het verzoek. De moeder heeft alle noodzakelijke hulpverleningstrajecten doorlopen en succesvol afgerond. Het was wenselijk geweest om dit samen met de vader te doen, maar het verbeteren van de communicatie is niet mogelijk zonder gezamenlijke inzet. Er ligt een duidelijk advies om in het belang van [minderjarige] zo min mogelijk als ouders samen op dezelfde plek aanwezig te zijn, maar de vader komt toch naar de voetbal, terwijl hij weet dat de moeder daar aanwezig is. Het zou de rust bevorderen als beide ouders zich aan de gegeven adviezen houden.

5.Het standpunt van de vader

5.1.
De vader voert verweer en verzoekt de beslissing op het verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming voor medische behandeling aan te houden. De bijzondere curator was aanvankelijk niet op de hoogte van deze zaak, waardoor er nog geen actueel en onafhankelijk advies van de bijzondere curator is. Eerst dient duidelijk te worden wat in het belang van [minderjarige] is. De vader is niet tegen hulpverlening, maar op dit moment moet het belang van [minderjarige] bij rust en stabiliteit zwaarder wegen dan de voorgestelde behandeling. In 2022 suggereerde het KSCD dat [minderjarige] mogelijk last heeft van een trauma. Dit onderzoek vond plaats tijdens een ingrijpende scheiding. In 2024 verleende de kinderrechter toestemming voor een medische behandeling, nadat [minderjarige] een woede-uitbarsting had gehad. Hierna ging het beter met [minderjarige] en kwam hij tot rust. De recente problemen lijken voort te komen uit acties van de moeder, die de omgangsregeling frustreerde en ervoor zorgde dat [minderjarige] de vader blokkeerde, wat leidde tot spanningen en grensoverschrijdend gedrag op school. Op dit moment krijgt [minderjarige] ondersteuning op school om met zijn frustraties om te gaan. Er wordt nu opnieuw gevraagd om psycho-educatie, terwijl [minderjarige] niet over de scheiding wil praten. [minderjarige] heeft de scheiding verwerkt en heeft er vrede mee. Door hem herhaaldelijk met de gebeurtenissen te confronteren, ontstaat onrust bij [minderjarige] . Zijn grenzen en gevoelens dienen gerespecteerd te worden.

6.Het standpunt van de bijzondere curator

6.1.
De bijzondere curator constateert dat de ouders het niet met elkaar eens zijn, wat een belasting vormt voor [minderjarige] . De bijzondere curator heeft inmiddels met [minderjarige] en de moeder gesproken en zal morgen de vader spreken. Verder heeft de bijzondere curator nog geen volledig beeld kunnen krijgen, aangezien hij hiervoor te weinig tijd heeft gehad. De bijzondere curator wil weten wat de zienswijze van de GI is en [minderjarige] bij voorkeur nogmaals spreken. Derhalve kan de bijzondere curator nog geen advies geven over het verzoek betreffende de medische behandeling bij Yulius. Hoewel de ouders het niet eens zijn, is het duidelijk dat zij beiden veel van [minderjarige] houden. Het meest wenselijke scenario zou zijn dat de ouders tot overeenstemming komen, waarbij de bijzondere curator zich zal inzetten om dit te bevorderen.

7.De beoordeling

7.1.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat de bijzondere curator onvoldoende tijd heeft gehad om voldoende informatie te verzamelen en een goed beeld van de situatie te krijgen om een zorgvuldig advies over het verzoek te kunnen geven. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de behandeling van het verzoek moet worden aangehouden tot de zitting op de hierna te noemen datum. De kinderrechter verzoekt de bijzondere curator tijdig voor deze zitting (beknopt) verslag te doen van zijn bevindingen.
7.2.
De bijzondere curator heeft aangegeven zich ervoor in te willen spannen om de ouders tot overeenstemming te brengen over wat nodig is voor [minderjarige] , zodat een volgende zitting mogelijk niet nodig is. Dit zou tevens kunnen bijdragen aan het verminderen van spanningen tussen de ouders. Onder verwijzing naar de beschikking van 6 augustus 2025 verwacht de kinderrechter in dit verband van de ouders, dat zij ieder voor zich bezien wat helpend kan zijn om ervoor te zorgen dat de onderlinge spanningen afnemen, in het belang van de verdere ontwikkeling van [minderjarige] .

8.De beslissing

De kinderrechter:
Alvorens te beslissen:
8.1.
houdt de behandeling van het verzoek aan en roept de GI, de moeder, de vader en de bijzondere curator op te verschijnen tijdens de zitting van mr. G.M. Paling van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam
, op 20 november 2025 te 14:30 uur,teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
8.2.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
8.3.
verzoekt de bijzondere curator tijdig voor de zitting het verzochte verslag aan de rechtbank te doen toekomen;
8.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025 door mr. G.M. Paling, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 6 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.