ECLI:NL:RBROT:2025:14557

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
10/278985-23; 10/228795-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zedendelicten en cybercrime door verdachte met minderjarigen via sociale media

In deze zaak heeft de rechtbank Rotterdam op 9 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere ernstige zedendelicten. De verdachte, geboren in 1992, heeft zich gedurende een periode van ongeveer twee jaar schuldig gemaakt aan een reeks van vijf ernstige zedendelicten, waaronder het fysiek plegen van ontucht met een minderjarig meisje en het verleidend benaderen van andere minderjarige meisjes via sociale media. De verdachte heeft minderjarigen onder druk gezet en/of betaald om seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten en deze beelden naar hem te sturen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan het verwerven, vervaardigen en bezitten van een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van enkele aanrandingen, maar heeft hem wel veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar. Daarnaast zijn er bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder een meldplicht bij de reclassering en een verbod op contact met de slachtoffers. De rechtbank heeft ook vorderingen van benadeelde partijen toegewezen, die schadevergoeding hebben geëist voor de geleden schade door de daden van de verdachte.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummers: 10/278985-23; 10/228795-24 (gev ttz)
Datum uitspraak: 9 december 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1992,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ( [postcode] ) te [plaatsnaam] ,
raadsman mr. R. Tetteroo, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 18 november 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. In de zaak met parketnummer 10/278985-23 is de tenlastelegging ter terechtzitting gewijzigd. De tekst van de (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.L. van Prooijen heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 10/278985-23 onder feit 1 (aanranding), 2 (aanranding), 3 (ontucht minderjarige 12-16 jaar), 4 (aanranding), 5 (aanranding), 6 (verleiding minderjarigen tot ontucht) en 7 (verwerven, vervaardigen en bezit kinderporno) en in de zaak met parketnummer 10/228795-24 (verleiding minderjarige tot ontucht);
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren met bijzondere voorwaarden, te weten: een meldplicht, ambulante behandeling bij De Waag, een contactverbod met slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] , een locatieverbod voor de woonadressen van deze slachtoffers en het vermijden van kinderporno;
  • de oplegging van een contact- en locatieverbod in het kader van de maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) met betrekking tot de slachtoffers zoals genoemd, met 2 weken hechtenis voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totale duur van maximaal 6 maanden en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan.

4.Waardering van het bewijs

Inleiding
De rechtbank stelt op basis van de stukken in het dossier en de behandeling op zitting de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 30 juni 2023 is namens de destijds 11-jarige [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) aangifte gedaan van online seksueel misbruik. Zij heeft verklaard dat zij door de gebruiker van Snapchataccounts
' [accountnaam 1]' en
' [accountnaam 2] 'onder druk is aangezet tot het maken en sturen van naaktfoto’s en video’s. Uit onderzoek bleek dat het Snapchataccount
' [accountnaam 1]'is aangemaakt via het IP-adres: [IP-adres] en dat dit IP-adres in gebruik was bij de verdachte. Van het Snapchataccount ‘
[accountnaam 2] ’waren geen gebruikersgegevens bekend. Wel was een soortgelijk Snapchataccount met de naam
' [accountnaam 3] 'aan hetzelfde IP-adres gekoppeld.
Op 1 december 2023 zijn bij de doorzoeking in de woning van de verdachte 17 digitale gegevensdragers in beslag genomen. Uit onderzoek naar de inhoud daarvan is gebleken dat de verdachte (kinder)pornografisch materiaal in zijn bezit had en dat hij een gedeelte van het materiaal zelf had vervaardigd. Ook bleek daaruit dat de verdachte gedurende een langere periode geld heeft overgemaakt vanaf zijn rekening naar minderjarige meisjes.
De verdachte heeft bekend zich op Snapchat (onder meer) te hebben voorgedaan als ‘ [naam 1] ’ en ‘ [naam 2] ’. Tevens heeft de verdachte bekend dat hij meisjes op sociale media heeft benaderd en dat hij hen heeft gevraagd om naaktfoto’s of video’s te sturen, waarbij de leeftijdsgrens volgens de verdachte op den duur is vervaagd. Voor het verkrijgen van de naaktfoto’s en video’s heeft de verdachte op bepaalde momenten geld betaald.
Leeswijzer bij dit vonnis
De volgende feiten zijn aan de verdachte ten laste gelegd:
Feit 1. de aanranding van [slachtoffer 1] ;
Feit 2. de aanranding van [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] );
Feit 3. de ontucht met een minderjarige tussen 12-16 jaar, te weten met [slachtoffer 3] , (hierna: [slachtoffer 3] );
Feit 4. de aanranding van [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4] );
Feit 5. de aanranding van [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] );
Feit 6. de verleiding minderjarigen tot ontucht van 14 minderjarige meisjes;
Feit 7. het verwerven, vervaardigen en bezit kinderporno.
In de zaak met parketnummer 10/228795-24 is aan de verdachte ten laste gelegd de verleiding van [slachtoffer 6] (hierna: [slachtoffer 6] ), tot ontucht.
Eerst zullen de feiten worden besproken die bewezen worden verklaard zonder dat daar een nadere motivering voor nodig is. Dit betreffen de feiten 3 en 7.
Daarna worden feit 1, 4 en 5 besproken. Ten slotte worden feiten 2, 6 en de zaak met parketnummer 10/228795-24 besproken.
4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering: 10/278985-23 feit 3 en 7
Het onder parketnummer 10/278985-23 feit 3 en 7 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte beschikkingsmacht had over de aangetroffen bestanden in de cloudstorage MEGA.nz in de tenlastegelegde periode. De verdachte wordt ten aanzien daarvan partieel vrijgesproken.
4.2.
Vrijspraak: 10/278985-23 feit 1, 4 en 5
4.2.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de onder feit 1, 4 en 5 ten laste gelegde aanranding van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] . De verdachte heeft bekend dat hij de persoon was die achter de Snapchataccounts zat waarmee die meisjes contact hadden. Ook heeft hij bekend dat hij over zijn leeftijd loog en dat hij het seksueel beeldmateriaal opsloeg zonder medeweten van de minderjarigen. Ondanks de ontkenning van de verdachte dat hij [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] heeft gedwongen of bedreigd met het naar buiten brengen van foto’s of video’s met seksuele inhoud (‘exposen’), is er geen reden te twijfelen aan hun verklaringen daarover, nu zij consistent en gedetailleerd verklaren en de modus operandi van de verdachte steeds overeenkomt. De interactie tussen de verdachte en [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] is dusdanig geweest dat, ondanks het gebrek aan fysiek contact, sprake is geweest van aanranding. De feitelijkheden in onderlinge samenhang bezien hebben [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] ertoe gedwongen om seksueel beeldmateriaal van zichzelf naar de verdachte te sturen.
4.2.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1, 4 en 5 ten laste gelegde, omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte door geweld of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen. De verdachte heeft zich weliswaar als iemand anders voorgedaan maar dit levert geen dwang op zoals bedoeld in artikel 246 (oud) Sr. Ook kan bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] niet worden gesproken van ontuchtige handelingen omdat de verdachte zich niet actief heeft bemoeid met de inhoud van de door hen opgestuurde naaktfoto’s en video’s. Tot slot heeft de verdediging zich ten aanzien van feit 1 en 4 op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van een voltooid delict en dat slechts kan worden gesproken van een poging, aangezien de minderjarigen de naaktfoto’s of video’s niet hebben verstuurd na de bedreiging.
4.2.3.
Beoordeling door de rechtbank
Juridisch kader
De eerste vraag die de rechtbank bij de beoordeling van het bewijs voor deze verdenkingen dient te beantwoorden, is of op grond daarvan kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van ontuchtige handelingen in de zin van artikel 246 Sr zoals dat gold tot 1 juli 2024. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een ontuchtige handeling als bedoeld in artikel 246 (oud) Sr een handeling van seksuele aard is die in strijd is met een sociaal-ethische norm. Uit jurisprudentie volgt dat hiervan ook sprake kan zijn wanneer er geen lichamelijke aanraking tussen dader en slachtoffer heeft plaatsgevonden. Of in een dergelijk geval de gedraging of gedragingen van de dader – al dan niet in hun onderlinge samenhang bezien – het plegen van ontuchtige handelingen met het slachtoffer opleveren, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt in het bijzonder betekenis toe aan het antwoord op de vraag of en zo ja, in hoeverre tussen de dader en het slachtoffer enige voor het plegen of dulden van ontucht relevante interactie heeft plaatsgevonden. Van een dergelijke situatie zal slechts sprake kunnen zijn in uitzonderlijke gevallen (HR 27 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1675).
De tweede vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of ook kan worden vastgesteld dat het slachtoffer tot het plegen van de ontuchtige handelingen is gedwongen door (bedreiging met) geweld en/of een andere feitelijkheid. De kern van dwang in deze context is dat degene die eraan blootstaat iets ondergaat wat hij/zij zonder die dwang niet zou hebben laten gebeuren. Een dergelijke dwang is aan de orde wanneer de geweldshandelingen of andere feitelijkheden die van de verdachte uitgaan zijn gericht op het bewerkstelligen van ontuchtige handelingen en dat deze van een zodanig kaliber zijn dat de ander zich daartegen redelijkerwijs niet heeft kunnen verzetten. De verdachte moet door die feitelijkheden of dat geweld opzettelijk hebben veroorzaakt dat de ander de handelingen tegen zijn/haar wil heeft ondergaan.
Feit 1: [slachtoffer 1]
De rechtbank komt tot vrijspraak van de onder 1 ten laste gelegde aanranding van [slachtoffer 1] . De rechtbank stelt voorop dat dit niet komt doordat zij twijfelt aan de verklaringen van [slachtoffer 1] . De rechtbank moet echter beoordelen of – gelet op het hiervoor geschetste (wettelijke) kader – sprake is geweest van ontuchtige handelingen, ondanks het feit dat er geen fysiek contact is geweest tussen de verdachte en [slachtoffer 1] . Dit kan de rechtbank op basis van het dossier niet vaststellen.
Vast staat dat op de telefoon van de verdachte naaktfoto’s en een video van [slachtoffer 1] zijn aangetroffen, die zijn verstuurd op 25 juni 2023. Echter volgt uit het dossier niet dat dat de verdachte enige concrete bemoeienis heeft gehad met de wijze waarop [slachtoffer 1] zijn (dwingende) verzoeken heeft uitgevoerd. De chatgesprekken met ‘
[accountnaam 1] ’, waaruit het voor het plegen van ontuchtige handelingen relevante interactie tussen de verdachte en [slachtoffer 1] zou kunnen blijken, zijn verloren gegaan. Ook anderszins blijkt uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet dat er – ondanks het ontbreken van lichamelijk contact – een zodanige interactie tussen de verdachte en [slachtoffer 1] heeft plaatsgevonden dat sprake is geweest van ontuchtige handelingen ‘met’ iemand, zoals bedoeld in artikel 246 (oud) Sr.
Feit 4: [slachtoffer 4]
De rechtbank stelt vast dat op de telefoon van de verdachte diverse screenshots zijn aangetroffen van naaktfoto’s die door de destijds 13-jarige [slachtoffer 4] zijn verstuurd. [slachtoffer 4] heeft verklaard dat zij op Snapchat werd toegevoegd en dat diegene al snel vroeg om naaktfoto’s. Door de gebruiker van het Snapchataccount was een foto van haar bewerkt waarbij het leek alsof zij haar blote borsten toonde. Hij dreigde deze foto door te sturen naar het Facebookaccount van haar moeder indien zij geen naaktfoto’s en video’s aan hem zou sturen. [slachtoffer 4] heeft hierop naaktfoto’s en video’s gestuurd. Vervolgens werd zij door een ander Snapchataccount toegevoegd, waarbij wederom om naaktfoto’s en video’s werd verzocht en dreigementen werden geuit.
De verklaring van [slachtoffer 4] wordt ondersteund door de aangetroffen naaktbeelden en het screenshot van het Facebookaccount van haar moeder, en de rechtbank ziet dan ook geen enkele aanleiding om aan die verklaring te twijfelen.
Toch komt de rechtbank tot vrijspraak van de onder 4 ten laste gelegde aanranding van [slachtoffer 4] . De chatgesprekken tussen de verdachte en [slachtoffer 4] zijn niet in het dossier aangetroffen zodat niet kan worden vastgesteld dat er interactie tussen de verdachte en [slachtoffer 4] heeft plaatsgevonden rondom het moment waarop [slachtoffer 4] is overgegaan tot het maken en versturen van de naaktbeelden, noch dat de verdachte enige concrete bemoeienis heeft gehad met de wijze waarop [slachtoffer 4] aan zijn (dwingende) verzoeken uitvoering heeft gegeven. Dit maakt dat er ook in dit geval geen sprake is geweest van ontuchtige handelingen ‘met’ iemand, in de zin van artikel 246 (oud) Sr.
Feit 5: [slachtoffer 5]
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat de verdachte en [slachtoffer 5] in de periode van 6 oktober 2023 tot en met 10 november 2023 seksueel getint contact met elkaar hebben gehad via sociale media apps BeReal, Snapchat en Tiktok, waarbij de verdachte seksueel getinte instructies heeft gestuurd aan [slachtoffer 5] en er vervolgens seksueel beeldmateriaal is uitgewisseld. Op de telefoon van de verdachte zijn screenshots van de gesprekken en naaktfoto’s en video’s van [slachtoffer 5] aangetroffen. De rechtbank stelt – gelet op het voorgaande – vast dat tussen de verdachte en [slachtoffer 5] aantoonbaar de voor het plegen en dulden van ontuchtige handelingen relevante interactie heeft plaatsgevonden, ondanks het feit dat zij geen fysiek contact hebben gehad.
Met de verdediging is de rechtbank echter van oordeel dat de voor een bewezenverklaring vereiste dwang niet uit het dossier kan worden afgeleid. [slachtoffer 5] verklaart namelijk aan de politie dat zij de foto’s en video’s vrijwillig heeft gestuurd, zonder dat er enige dwang of bedreiging vanuit de verdachte kwam. Evenmin is gebleken dat de verdachte door andere feitelijkheden opzettelijk een situatie heeft gecreëerd waarin [slachtoffer 5] redelijkerwijs geen weerstand kon bieden. Dit alles betekent dat de rechtbank komt tot een vrijspraak van de onder 5 ten laste gelegde aanranding van [slachtoffer 5] .
4.2.4.
Conclusie
Het onder feit 1, 4 en 5 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
4.3.
Bewijswaardering 10/278985-23 feit 2: [slachtoffer 2]
4.3.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van aanranding, nu niet kan worden vastgesteld dat [slachtoffer 2] onder dwang de ontuchtige handelingen heeft gepleegd. De verklaring van [slachtoffer 2] wordt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier en het steunbewijs staat in een te ver verwijderd verband met de kern van de tenlastelegging.
4.3.2.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 2: [slachtoffer 2]
De rechtbank stelt vast dat de verdachte, destijds 30 jaar oud, via Snapchat de destijds 15-jarige [slachtoffer 2] heeft benaderd om seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten. Hij heeft haar verzocht foto’s en video’s van zichzelf te maken (en te sturen) en daarbij instructies gegeven. Screenshots van deze gesprekken en foto’s en video’s zijn aangetroffen op de telefoon van de verdachte. Daarmee is sprake van het plegen dan wel dulden van ontuchtige handelingen.
Ook de vraag of kan worden vastgesteld dat [slachtoffer 2] tot de ontuchtige handelingen is gedwongen, beantwoordt de rechtbank bevestigend. De rechtbank overweegt hiertoe dat sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen de verdachte en [slachtoffer 2] en dat zij de naaktfoto’s en video’s niet vrijwillig en op eigen initiatief heeft gemaakt. [slachtoffer 2] heeft immers hierover verklaard dat de verdachte bleef aandringen en doorvragen. Ook dreigde hij materiaal op internet te zetten en bij haar langs te komen, waarbij zij hem dan zou moeten pijpen, om met rust gelaten te worden. Ook heeft [slachtoffer 2] verklaard dat de verdachte zich voordeed als [naam 1] en dat hij 21 jaar oud was. De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer 2] betrouwbaar, nu deze niet alleen steun vindt in de verklaring van de verdachte dat hij [slachtoffer 2] met twee Snapchataccounts heeft benaderd, maar ook in de aangetroffen Snapchatgesprekken en de door [slachtoffer 2] verstuurde naaktfoto’s en video’s. Mede gelet op de jonge leeftijd van [slachtoffer 2] , kon niet van haar worden verwacht dat zij weerstand bood tegen de door de verdachte uitgeoefende (psychische) dwang. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [slachtoffer 2] onder dwang, de naaktbeelden heeft gemaakt en naar de verdachte heeft verzonden.
4.3.3.
Conclusie
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan.
4.4.
Bewijswaardering 10/278985-23 feit 6 en 10/228795-24: [slachtoffer 6]
4.4.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde verleiding van de minderjarige [minderjarige 1] , [slachtoffer 6] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 5] , [minderjarige 6] , [minderjarige 7] , [minderjarige 8] , [minderjarige 9] en [minderjarige 10] , [minderjarige 11] en [minderjarige 12] tot ontucht. De verdachte heeft bekend dat hij via sociale media minderjarigen heeft verleid tot het plegen van ontuchtige handelingen bij zichzelf en het maken van foto’s en video’s daarvan. De verdachte sloeg de foto’s en video’s zonder hun medeweten op en heeft hier meermaals voor betaald.
Uit het dossier blijkt voorts dat de verdachte geld heeft overgemaakt aan [minderjarige 1] , [slachtoffer 6] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 5] , [minderjarige 6] , [minderjarige 7] , [minderjarige 8] , [minderjarige 9] , [minderjarige 11] en [minderjarige 12] . Van [minderjarige 1] , [slachtoffer 6] , [minderjarige 4] , [minderjarige 5] , [minderjarige 6] en [minderjarige 10] zijn ook kinderpornografische afbeeldingen op de gegevensdragers van de verdachte aangetroffen. Ondanks het feit dat niet aan alle minderjarigen afbeeldingen gekoppeld kunnen worden, kan het naar het oordeel van de officier van justitie niet anders zijn dan dat de minderjarigen verleid zijn met de belofte van geldbedragen tot het versturen van naaktbeelden gelet op de werkwijze van de verdachte en de door de verdachte verrichtte betalingen aan de minderjarigen.
De officier van justitie heeft verzocht de verdachte partieel vrij te spreken van de verleiding van [minderjarige 13] , nu de verdachte hierover heeft verklaard dat hij voor haar een zwangerschapstest heeft betaald en die betaling niet gekoppeld kan worden aan het versturen van naaktbeelden.
4.4.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is geweest van een door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of van misleiding, en heeft verzocht de verdachte daarvan partieel vrij te spreken. Uit de gesprekken volgt niet dat de minderjarigen door het leeftijdsverschil of door de misleiding zijn overgegaan tot het delen van naaktfoto’s en video’s.
4.4.3.
Beoordeling door de rechtbank
Juridisch kader
Blijkens de wetsgeschiedenis strekt artikel 248a Sr zoals dat gold tot 1 juli 2024, tot bescherming van de seksuele integriteit van personen die, gelet op hun jeugdige leeftijd, in het algemeen geacht moeten worden niet of onvoldoende in staat te zijn zelf die integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien.
Van verleiding is sprake bij het door giften of beloften van geld of goed, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of het door misleiding opzettelijk bewegen van een minderjarige tot ontuchtige handelingen. Van ‘bewegen’ in de zin van artikel 248a (oud) Sr is niet slechts sprake wanneer blijkt van het breken van psychische weerstand van het slachtoffer. Van het in deze bepaling door het bestanddeel ‘beweegt’ tot uitdrukking gebrachte causaal verband is reeds sprake als voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van giften of beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding is overgegaan tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen. Daarnaast is voor strafbaarheid vereist dat het opzet van de verdachte is gericht op het bewegen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen.
Zoals eerder is overwogen kan van het plegen of het dulden van ontuchtige handelingen ook sprake zijn als er geen lichamelijke aanraking tussen de dader en het slachtoffer heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld via internet.
De rechtbank stelt op basis van het dossier en de verklaring van de verdachte vast dat de verdachte in de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 september 2023 veelvuldig seksueel getint contact heeft gehad op sociale media met minderjarige meisjes. De verdachte heeft zich telkens voorgedaan als iemand anders door een andere naam te gebruiken, zoals [naam 1] of [naam 2] , en door zich jonger voor te doen dan hij feitelijk was. De verdachte was ten tijde van de gedragingen rond de 30 jaar oud en de minderjarigen tussen de 14 en 17 jaar. De verdachte stuurde seksueel getinte opdrachten waarop seksueel beeldmateriaal werd uitgewisseld. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op bepaalde momenten geld heeft betaald voor het verkrijgen van seksueel beeldmateriaal en dat hij pas overging tot betaling wanneer hij de naaktfoto’s en/of video’s daadwerkelijk had ontvangen. Hij werd geregeld door de meisjes ‘daddy’ of ‘sugardaddy’ genoemd.
[minderjarige 5] en [minderjarige 4]
De verdediging heeft zich gerefereerd ten aanzien van een bewezenverklaring van de verleiding van [minderjarige 5] en [minderjarige 4] . De rechtbank stelt vast dat de verdachte [minderjarige 5] en [minderjarige 4] opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen door hen te betalen voor de naaktbeelden die zij hem stuurden. Het feit zal ten aanzien van [minderjarige 5] en [minderjarige 4] dan ook zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
[slachtoffer 6]
De rechtbank stelt vast dat de verdachte in de ten laste gelegde periode meerdere betalingen aan de destijds 15-jarige [slachtoffer 6] heeft gedaan. [slachtoffer 6] heeft hierover verklaard dat zij vanaf 3 november 2021 op verzoek van de verdachte naaktfoto’s heeft verstuurd en dat de verdachte haar hiervoor betaalde. De verdachte heeft bekend dat hij heeft betaald voor het verkrijgen van naaktfoto’s. Op de telefoon van de verdachte zijn, naast Snapchatgesprekken met [slachtoffer 6] , ook naaktbeelden van haar aangetroffen. De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat gelet op voornoemde feiten en omstandigheden vaststaat dat de verdachte door het betalen van geld [slachtoffer 6] heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen.
[minderjarige 8]
De rechtbank stelt vast dat de verdachte aan de destijds 15-jarige [minderjarige 8] op Snapchat naaktfoto’s heeft gevraagd en dat de verdachte op 30 juli 2023 een betaling van € 10,- heeft verricht aan [minderjarige 8] . De verdachte heeft op zitting verklaard dat hij pas betaalde voor naaktfoto’s wanneer hij deze daadwerkelijk had ontvangen. Gelet op voorgaande feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien is de rechtbank, anders dan de verdediging, van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de verdachte door het betalen van geld [minderjarige 8] heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen.
[minderjarige 6]
De rechtbank stelt vast dat de verdachte op 24 juni 2023 een betaling van € 10,- heeft gedaan aan de destijds 16-jarige [minderjarige 6] . Verder blijkt uit het dossier dat de verdachte Snapchatgesprekken met [minderjarige 6] heeft gevoerd en dat [minderjarige 6] op 25 juni 2023 een naaktfoto naar de verdachte heeft gestuurd. Op de gegevensdragers van de verdachte werden nog verdere foto’s en een filmpje met seksuele inhoud aangetroffen waarop [minderjarige 6] wordt herkend. Eén van deze afbeeldingen is vervaardigd op 21 juni 2023. Anders dan de verdediging, acht de rechtbank het gelet op het voorgaande bewezen dat de verdachte door het betalen van geld aan [minderjarige 6] , [minderjarige 6] heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen.
[minderjarige 1]
De rechtbank stelt vast dat de verdachte op Snapchat de destijds 13-jarige [minderjarige 1] heeft gevraagd naaktfoto’s op te sturen tegen betaling. Op de telefoon van verdachte zijn een screenshot van een betaling van € 10,- via Tikkie, alsmede de gesprekken met [minderjarige 1] aangetroffen. [minderjarige 1] geeft in een van die gesprekken echter aan dat zij foto’s van zichzelf aan verdachte heeft verstuurd die zij al eerder in haar bezit had. Daarmee is er dus geen sprake van het plegen van (nieuwe) ontuchtige handelingen naar aanleiding van de betaling van de verdachte. De verdachte wordt ten aanzien van [minderjarige 1] dan ook partieel vrijgesproken.
[minderjarige 13]
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde ten aanzien van [minderjarige 13] niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering partieel wordt vrijgesproken.
[minderjarige 2],
[minderjarige 3] , [minderjarige 7] en [minderjarige 12]
De rechtbank stelt vast dat de verdachte op verschillende momenten geldbedragen heeft overgemaakt aan de destijds 16-jarige [minderjarige 2] , de destijds 17-jarige [minderjarige 3] , de destijds 16-jarige [minderjarige 7] en de destijds 13-jarige [minderjarige 12] . Uit de bewijsmiddelen blijkt echter niet dat deze minderjarige meisjes tegen betaling naaktbeelden aan verdachte hebben verstuurd, omdat er geen gesprekken of naaktbeelden zijn aangetroffen die gekoppeld kunnen worden aan genoemde minderjarige meisjes. Gelet op het voorgaande is de rechtbank – met de verdediging – van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat deze minderjarige meisjes bewogen zijn tot het plegen van ontuchtige handelingen. De verdachte wordt ten aanzien van [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 7] en [minderjarige 12] dan ook partieel vrijgesproken.
Rosalie
De rechtbank stelt voorop dat in het dossier gesproken wordt over [minderjarige 9] en [minderjarige 10] .
De rechtbank stelt vast dat de verdachte op 29 augustus 2023 een bedrag van € 6,- heeft overgemaakt aan de destijds 13-jarige [minderjarige 9] . Op de telefoon van de verdachte zijn echter geen gesprekken of naaktbeelden aangetroffen die gekoppeld kunnen worden aan [minderjarige 9] , waardoor niet kan worden vastgesteld dat zij tegen betaling naaktbeelden heeft verstuurd. Gelet op het voorgaande is de rechtbank – met de verdediging – van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat [minderjarige 9] bewogen is tot het plegen van ontuchtige handelingen. De verdachte wordt ten aanzien van [minderjarige 9] , voor zover de tenlastelegging ziet op [minderjarige 9] , partieel vrijgesproken.
Ten aanzien van de destijds 15-jarige [minderjarige 10] stelt de rechtbank vast dat zij naaktfoto’s heeft gestuurd naar de verdachte. Ook zijn screenshots aangetroffen van een Snapchatgesprek tussen de verdachte en [minderjarige 10] waarbij de verdachte vraagt of ze € 100,- wil verdienen en dat ze dit geld cash krijgt als ze afspreken. Uit de bewijsmiddelen volgt echter niet dat de verdachte heeft betaald voor de afbeeldingen en dat zij daardoor is bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen. De verdachte wordt ook ten aanzien van [minderjarige 10] , voor zover de tenlastelegging ziet op [minderjarige 10] , partieel vrijgesproken.
[minderjarige 11]
De rechtbank stelt vast dat de verdachte op 31 augustus 2023 een bedrag van € 20,- heeft overgemaakt aan de destijds 16-jarige [minderjarige 11] . Op de telefoon van de verdachte zijn gesprekken aangetroffen waarin de verdachte aan [minderjarige 11] vraagt of zij een video van zichzelf wil maken en met zichzelf wil spelen voor geld. Ook zegt hij “
als ik 100 overmaak mag ik je neuken?” en dat hij niet zomaar 100 gaat overmaken, maar dat hij dan liever cash heeft als zij “
hem hoofd geeft”. Op de telefoon van de verdachte worden echter geen naaktbeelden aangetroffen die gekoppeld kunnen worden aan [minderjarige 11] . Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat [minderjarige 11] tegen betaling naaktbeelden heeft verstuurd naar de verdachte. Gelet op het voorgaande is de rechtbank – met de verdediging – van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat [minderjarige 11] bewogen is tot het plegen van ontuchtige handelingen. De verdachte wordt ten aanzien van [minderjarige 11] dan ook partieel vrijgesproken.
Misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht?
Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat ook sprake is van door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht. Naast het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen de verdachte en de slachtoffers heeft de verdachte zich telkens voorgedaan als iemand anders door een andere naam te gebruiken en zich jonger voor te doen dan hij feitelijk was. Hij sloeg de beelden, zonder medeweten van de slachtoffers, op door ze te filmen met een andere telefoon en manipuleerde de slachtoffers door ze te benaderen met een ander account waarop hij zich voordeed als weer een ander persoon, waardoor de slachtoffers dachten met ten minste twee mensen te maken te hebben. Ook sloeg hij informatie op over de slachtoffers, zoals gegevens over hun familieleden, sportverenigingen en scholen. De verdachte had seksuele intenties en door het aanzienlijke leeftijdsverschil kon hij sturend optreden. Het overwicht stelde de verdachte in staat om de slachtoffers zover te krijgen dat zij seksuele handelingen bij zichzelf verrichtten en dat filmden of fotografeerden. Naast het feitelijke overwicht was de verdachte zich ervan bewust dat dit overwicht (mede) van invloed was op het door de slachtoffers plegen van ontuchtige handelingen.
Immers, wanneer de slachtoffers hun minderjarige leeftijd aan hem vertelden, weerhield dit de verdachte er niet van om naaktfoto’s of video’s te vragen en te ontvangen. Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden – in onderlinge samenhang bezien – is de rechtbank van oordeel dat de minderjarige slachtoffers (mede) door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, zijn bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen.
Misleiding?
Hoewel de handelwijze van de verdachte (zich telkens voordoen als iemand anders door een andere naam te gebruiken en zich jonger voor te doen dan hij feitelijk is) het vermoeden rechtvaardigt dat de verdachte de minderjarige slachtoffers heeft misleid, biedt het dossier te weinig aanknopingspunten om te kunnen vaststellen dat de slachtoffers door de misleiding zijn overgegaan tot het plegen van de ontuchtige handelingen. De verdachte wordt daarvan partieel vrijgesproken.
4.4.4.
Conclusie
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte het onder feit 6 ten aanzien van [slachtoffer 6] , [minderjarige 4] , [minderjarige 5] , [minderjarige 6] en [minderjarige 8] ten laste gelegde heeft begaan.
4.5.
Bewijswaardering 10/228795-24
4.5.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde verleiding van [slachtoffer 6] tot ontucht. De verklaringen van [slachtoffer 6] worden ondersteund door de bankoverschrijvingen en de chatgesprekken.
4.5.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hiertoe is aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van orale bevrediging en betasting van de billen en borsten van [slachtoffer 6] . Ook kan niet worden vastgesteld dat de verdachte contant geld heeft betaald. De verklaring van [slachtoffer 6] wordt niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel. Bovendien is geen sprake geweest van misleiding of van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht. Ten aanzien van de door de verdachte betaalde treinkaartjes en de verklaring van de verdachte dat zij hebben gezoend, heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4.5.3.
Beoordeling door de rechtbank
Gelet op de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting, neemt de rechtbank als vaststaand aan dat de destijds 16-jarige [slachtoffer 6] op 26 april 2022 met de trein naar Rotterdam is gegaan. De verdachte was op dat moment 30 jaar oud en heeft de treinkaartjes van [slachtoffer 6] betaald.
[slachtoffer 6] heeft verklaard dat zij bij de verdachte thuis hebben gezoend, dat zij de verdachte oraal heeft bevredigd en dat de verdachte haar billen en borsten heeft betast. Zij heeft hiervoor een contant geldbedrag van € 400,- gekregen. De verdachte heeft bekend dat zij hebben gezoend maar ontkend dat [slachtoffer 6] hem oraal heeft bevredigd en dat hij de billen en borsten van [slachtoffer 6] heeft betast. Tevens heeft de verdachte ontkend dat hij [slachtoffer 6] contant geld heeft gegeven.
De rechtbank gaat evenwel uit van de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 6] , omdat het dossier daarvoor voldoende steunbewijs bevat.
Allereerst worden de verklaringen op essentiële onderdelen ondersteund door de betaalgegevens en de chatgesprekken. Zo blijkt uit de betaalgegevens dat de verdachte tweemaal een bedrag van € 21,95 heeft overgemaakt aan [slachtoffer 6] voor de treinkaartjes van en naar Rotterdam. Uit de in het dossier aangetroffen chatgesprekken met andere minderjarige meisjes leidt de rechtbank bovendien af dat de verdachte vaker contant geld aanbood aan meisjes als zij naar Rotterdam zouden komen en “
hem hoofd zouden geven”(pagina 292 van het doorgenummerde procesdossier Costa Rica). Zo ook in het chatgesprek met [slachtoffer 6] , waarin de verdachte zegt dat zij cash krijgt als zij naar Rotterdam komt. [slachtoffer 6] zegt later tegen de verdachte: “
K daxcht dat jij dit soort dingen niet vaker deed met meiden van mijn leeftijd”, “
Betalen” en “
Naar jou laten komen”. De enkele omstandigheid dat de verdachte in de periode van 21 tot en met 27 april 2024 geen € 400,- aan contant geld zou hebben opgenomen van zijn bankrekening, zoals de verdediging heeft aangevoerd, maakt niet dat de verklaring van [slachtoffer 6] – dat zij een contant geldbedrag voor de seksuele handelingen heeft gekregen – als onaannemelijk terzijde dient te worden geschoven.
Tegenover de door de rechtbank betrouwbaar geachte verklaring van [slachtoffer 6] , staat de verklaring van de verdachte dat zij alleen gezoend hebben en dat hij [slachtoffer 6] niet heeft betaald. De verdachte heeft echter wisselend en onvolledig verklaard. Zo heeft hij eerst op 24 juli 2024 bij de politie verklaard dat hij zich de gesprekken en het afspraakje met [slachtoffer 6] niet meer kan herinneren. Ter zitting heeft hij bekend dat ze hebben gezoend maar dat hij zich niet kan herinneren of het zoenen heeft plaatsgevonden in de woonkamer of de slaapkamer. Deze verklaringen staan niet alleen haaks op de verklaringen van [slachtoffer 6] , zij worden bovendien niet ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier. [slachtoffer 6] heeft immers een beschrijving gegeven van de slaapkamer van de verdachte. Daar komt bij dat de verklaring van [slachtoffer 6] steun vindt in het gesprek op 18 juli 2023 tussen de verdachte en [naam 3] , een bekende van [slachtoffer 6] , waarin [naam 3] aangeeft dat ze met [slachtoffer 6] heeft besproken of de verdachte goed in bed was. Gelet op de inhoud en de context van deze gesprekken acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer 6] dat de ontuchtige handelingen zoals omschreven in de tenlastelegging hebben plaatsgevonden, geloofwaardig.
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte door het betalen van treinkaartjes en contant geld, [slachtoffer 6] opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen.
De rechtbank overweegt voorts dat, hoewel er een aanzienlijk leeftijdsverschil bestaat tussen de verdachte en [slachtoffer 6] en dat een dergelijk leeftijdsverschil in beginsel een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht oplevert, onvoldoende is gebleken dat [slachtoffer 6] door dat overwicht is overgegaan tot het plegen en het dulden van ontuchtige handelingen. Evenmin is komen vast te staan dat sprake is geweest van misleiding. De verdachte wordt daarvan partieel vrijgesproken.
4.5.4.
Conclusie
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
4.6.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/278985-23 feit 2 en 6 en het onder parketnummer 10/228795-24 ten laste gelegde heeft begaan.
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/278985-23 feit 3 en 7 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
2
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2023 tot en met 31 augustus 2023 te Ridderkerk, in elk geval in Nederland,
(meermalen) (telkens)
door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/ofdoor bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum 2] 2007, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),
bestaande uit het (meermalen)
- voeren van (een) (seksueel geladen en/of prikkelende(e)) chatgesprek(ken) met haar en/of
- brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van haar vinger(s) en/of een dildo, althans een voorwerp, in haar vagina, althans tussen haar schaamlippen en/of
- brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van haar vinger(s) in haar anus en/of
- maken van (een) foto(’s) en/of film(s) van voornoemde seksuele handeling(en) en/of van haar (deels) ontblote lichaam en/of (vervolgens)
- naar verdachte sturen, althans aan verdachte tonen, van voornoemde foto('s) en/ of film(s), waarvan hij vervolgens de opname(n) heeft opgeslagen,
het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/ofde bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (meermalen)
- via social media (Snapchat) contact maken en/of onderhouden met haar en/of zich (in de chats) voordoen als een jongen (van 21 jaar oud), genaamd [naam 1] , althans een ander persoon dan verdachte en/of
- (vervolgens) (dwingend) vragen om (meer) (naakt)foto’s/film(s) en/of
- geven van opdrachten met betrekking tot de uit te voeren seksuele handeling(en) en/of
- dreigen om de eerder door hem ontvangen foto(‘s)/film(s) waarop zij te zien was met een (deels) ontbloot lichaam op internet en/of op sociale media(kanalen) te plaatsen en/of te verspreiden, indien zij niet méér naaktfoto('s) en/of foto(’s) en/of film(s) waarop seksuele handelingen te zien zijn naar hem zou sturen en/of
- dreigen om haar op te zoeken en/of wat anders met haar te doen en/of
- zeggen tegen haar dat als zij geen foto(‘s)/film(s) wilde sturen, zij
seks met hem moest hebben en/ofhem moest pijpen;
3
hij op
een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van13september 2023
tot en met 30 november 2023te Bloemendaal, in elk geval in Nederland,
(meermalen) (telkens)met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2008, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3], te weten het (meermalen)
- brengen en/of houden van zijn penis in haar vagina en/of mond en/of
- betasten van haar borst(en) en/of bil(len) en/of
- (tong)zoenen van haar;
6
hij op
een ofmeerdere tijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 01 januari 2022 tot en met
30 november6 september2023 te Ridderkerk, in elk geval in Nederland,
meermalen telkens
een ofmeerdere meisje
(s
), te weten
onder andere [minderjarige 1] en/of[slachtoffer 6]
en/of [minderjarige 13] en/of [minderjarige 2] en/of [minderjarige 3]en
/of[minderjarige 4] en
/of[minderjarige 5] en
/of[minderjarige 6]
en/of [minderjarige 7]en
/of[minderjarige 8]
en/of [minderjarige 10] en/of [minderjarige 11] en/of [minderjarige 12]), die de leeftijd van achttien jaren nog niet had
(den
)bereikt,
door giften en beloften van geld
en goeden misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht
en misleiding,
te weten door meermalen
- misbruik te maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, bestaande uit het grote/aanzienlijke leeftijdsverschil tussen hem en dat/die meisje(s) en/of
- zich in de chats op social media voor te doen als een ander persoon dan verdachte en/of
- via chats op social media (een) geld(bedrag(en) aan dat/die meisje(s) aan te bieden in ruil voor (een) naaktfoto(’s)/film(s) van dat/die meisje(s) en/of seksuele handeling(en) met dat/die meisjes(s) en/of foto('s)/film(s) van seksuele handelingen van dat/die meisje(s) bij zichzelf en/of
- geldbedragen naar de bankrekening(en) van die meisje(s) over te maken en/of
- via chats op social media tegen die meisje(s) te zeggen dat hij met haar/hen af wilde spreken voor geld en/of
-
via chats op social media (een) foto(’s) vangeld
en/of tikkiesaan die meisje
(s
)te sturen,
opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van een of meer ontuchtige handelingen,
te weten het meermalen,
- maken van één of meer foto’s en/of films van seksuele handelingen en/of van het (deels) ontblote lichaam van
dat/die meisje(s) en/of (vervolgens)
- naar hem sturen, althans aan hem tonen, van voornoemde foto's en/of films, waarvan hij vervolgens de opnamen heeft opgeslagen;
7
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2023 tot en met 01 december 2023 te Ridderkerk, in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens)
afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s/films en/of
gegevensdragers, te weten (een)
- mobiele telefoon(s) van het merk Samsung (goederen A.01.01.001 en/of A.01.01.002 en/of A.01.02.001) en/of
- externe harde schijf van het merk Seagate (goed A.01.01.005) en/of
- iPad (goed A.02.01.001) en/of
- USB-stick van het merk Duracell (goed A02.02.001 en/of
- harde schijf uit desktop van het merk Samsung (goed A.03.02.002)
bevattende afbeeldingen, te weten foto’s en/of video‘s/films en/of
een cloudstorage MEGA.nz, bevattende afbeeldingen, te weten foto’s en/of video/s films
van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft verworven en
/ofheeft vervaardigd en
/ofin bezit heeft gehad en
/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,
welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de/een penis en/of mond/tong en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het met de/een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het bij zichzelf met de/een vinger/hand en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(toonmapfoto’s 2, 3, 4 (toonmap [slachtoffer 2] ), 9, 10 (toonmap [minderjarige 6] ), 4 (toonmap [slachtoffer 3] ), 4, 5 (toonmap [minderjarige 10] ), 2, 3, 9, 30, 37 (toonmap algemeen))
en/of
het met de/een penis en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het met de/een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt bij zichzelf met de/een vinger/hand en/of mond/tong en/of voorwerp aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten
(toonmapfoto’s 5, 6 (toonmap [slachtoffer 2] ), 1, 2, 4 (toonmap [slachtoffer 4] ), 11 (toonmap [minderjarige 6] ), 7 (toonmap [naam 3] ), 1 (toonmap [slachtoffer 3] ), 3 (toonmap [slachtoffer 5] ), 7, 11, 22, 26, 31 (toonmap algemeen))
en/of
het door een dier vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het door een dier likken, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt likken, in de mond nemen, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een dier en/of
(toonmapfoto’s 46, 47, 48, 49 (toonmap algemeen))
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen
en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden,
(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(toonmapfoto’s 1, 2 (toonmap [slachtoffer 6] ), 1, 2, 6, 7 (toonmap [slachtoffer 2] ), 3, 5 (toonmap [slachtoffer 4] ), 7, 8, 12 (toonmap [minderjarige 6] ), 1, 2, 3 (toonmap [minderjarige 4] ), 1 (toonmap [minderjarige 5] ), 3, 4, 5, 6 (toonmap [naam 3] ), 2, 3, 5 (toonmap [slachtoffer 3] ), 1, 2 (toonmap [slachtoffer 5] ), 3, 6 (toonmap [minderjarige 9] ), 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 (toonmap [minderjarige 14] ), 41, 52, 53, 54 (toonmap algemeen))
en/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op dat gezicht en/of in de mond een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is)
(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(toonmapfoto’s 4, 40, 43 (toonmap algemeen))
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
10/228795-24
hij op
of omstreeks26 april 2022 te Rotterdam door giften
en/of beloftenvan geld
en/of goed,
misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding,te weten door het
-
leeftijdsverschil tussen hem en [slachtoffer 6] en/of- geven van een geldbedrag (€400) aan [slachtoffer 6] en
/of- betalen van het treinkaartje van [slachtoffer 6] ,
[slachtoffer 6] , geboren op 11 juni 2005, die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en
/ofvan hem, verdachte, te dulden,
door
- haar te zoenen en
/of- zijn penis in haar mond te brengen/houden en/of heen en weer te bewegen en
/of- in haar mond klaar te komen en
/of- haar borst(en) en
/ofbil(len) te betasten.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

5.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
Parketnummer 10/228795-24
2.
feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

3.met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

6.
door giften of beloften van geld en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd;
7.
gegevensdragers bevattende afbeeldingen en video’s van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;
Parketnummer 10/278985-23
door giften van geld een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden.
Ten aanzien van het bewezenverklaarde feit in de zaak met parketnummer 10/278985-23 en de onder 2 en 6 bewezenverklaarde feiten in de zaak met parketnummer 10/228795-24, is sprake van eendaadse samenloop met het in de laatstgenoemde zaak onder 7 bewezenverklaarde.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich in een periode van circa twee jaar schuldig gemaakt aan een vijftal ernstige zedendelicten.
De verdachte heeft fysiek ontucht gepleegd met een meisje onder de 16 jaar en een minderjarig meisje verleid tot het plegen van fysieke ontucht tegen betaling. Daarnaast heeft de verdachte zich in een periode van ruim anderhalf jaar schuldig gemaakt aan verleiding en aanranding, door minderjarige meisjes via sociale media te benaderen en ze door dwang en/of betaling te bewegen om seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten en foto’s en video’s van zichzelf te maken en aan hem te sturen. De verdachte was op dat moment zelf ongeveer 30 jaar oud. Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het verwerven, vervaardigen en het bezitten van een grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen en heeft hij hiervan een gewoonte gemaakt. Dit neemt de rechtbank in strafverzwarende zin mee bij de bepaling van de straf.
De ernst van deze zaak is niet alleen gelegen in het grote aantal feiten en slachtoffers, maar ook in de manier waarop de verdachte te werk is gegaan. Hij heeft zich enkel laten leiden door zijn eigen lusten en seksuele behoeften en hij heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met de minderjarige slachtoffers en de schade die hij hen toebracht. Zelfs wanneer de verdachte wetenschap had van de jonge leeftijd van de slachtoffers, heeft dit hem er niet van weerhouden de strafbare handelingen voort te zetten. Integendeel, de verdachte heeft op een gewiekste manier misbruik gemaakt van de leeftijd en kwetsbaarheid van de meisjes. Zo heeft hij zich jonger voorgedaan dat hij feitelijk was en het toegezonden beeldmateriaal zonder medeweten van de slachtoffers opgeslagen, terwijl hij hen verzekerde dat hij dit niet zou doen. Hij heeft slachtoffers via meerdere accounts benaderd en informatie over hen verzameld, zoals gegevens van familieleden, sportverenigingen en scholen, om hen te manipuleren en te bedreigen.
In het nadeel van de verdachte wordt bovendien meegenomen dat hij, gedurende zowel het onderzoek door de politie als het onderzoek ter terechtzitting, geen openheid van zaken heeft willen geven en nauwelijks verantwoordelijkheid heeft genomen of inzicht in de laakbaarheid van zijn handelen heeft getoond. De verdachte stelt weliswaar spijt te hebben, maar tegelijkertijd bagatelliseert hij voortdurend zijn handelen. Op een aanzienlijk deel van de vragen heeft de verdachte geantwoord zich een en ander niet te kunnen herinneren, zelfs wanneer hem chatgesprekken of andere bewijsmiddelen werden voorgehouden. De rechtbank kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de verdachte deze houding instrumenteel inzet en om de hete brij heen draait.
Door de wetgever is de geestelijke en lichamelijke integriteit van jeugdigen uitdrukkelijk beschermd, onder meer omdat zij op seksueel gebied nog niet volgroeid zijn en worden geacht niet zelfstandig de emotionele gevolgen van seksueel contact voldoende te kunnen overzien. Met het plegen van voornoemde feiten heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit en de normale (seksuele) ontwikkeling van de jonge slachtoffers. In dat verband overweegt de rechtbank dat buiten kijf staat dat (jonge) slachtoffers van seksueel misbruik nog geruime tijd worden geconfronteerd met de gevolgen daarvan. Dit blijkt ook uit de spreekrechtverklaringen van de slachtoffers en de toelichtingen op de vorderingen benadeelde partij. Ook op latere leeftijd kunnen slachtoffers nog last krijgen van hetgeen hen is overkomen. Afgezien van het feit dat kinderen van dit soort (online) seksuele benaderingen verschoond behoren te blijven, is dit ook voor ouders een zeer bedreigende situatie, waarop je als ouder niet of nauwelijks controle kunt uitoefenen om de kinderen te beschermen.
Ook het bezitten, vervaardigen en verwerven van kinderporno is bijzonder verwerpelijk, met name omdat bij de vervaardiging van kinderporno kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Het misbruik kan zeer nadelige gevolgen hebben voor deze kinderen en zij kunnen op ernstige wijze worden geschaad in hun verdere ontwikkeling. Door aldus te handelen, houdt de verdachte de vraag naar kinderporno en daarmee het misbruik van kinderen in stand.
De rechtbank rekent de verdachte dit alles zeer zwaar aan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
16 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages
Reclassering Nederland heeft twee rapporten over de verdachte opgemaakt, gedateerd
13 december 2023 en 28 oktober 2025. Deze rapporten houden onder meer het volgende in.
Met betrekking tot de sociaal-maatschappelijke situatie van de verdachte hebben wij geen problemen gezien. Hij heeft huisvesting, werk, inkomen en een stabiel netwerk in de vorm van familie en vrienden. Er zijn ook geen aanwijzingen voor psychische problematiek of middelenproblematiek, dit wordt bevestigd door de bevindingen in het NIFP rapport van 01-05-2024.
Bij een veroordeling adviseren wij een straf zonder bijzondere voorwaarden.
Wij vinden interventies of toezicht niet nodig. Risico taxaties komen uit op laag, behandeling is positief doorlopen. Er zijn geen interventies meer in te zetten die een lager recidive risico kunnen bewerkstelligen.
[naam psycholoog] heeft twee rapporten over de verdachte opgemaakt gedateerd 14 februari en 1 mei 2024. Deze rapporten houden onder meer het volgende in.
Als achterliggende motivatie noemt de verdachte zaken als “verveling, kijken hoever je kunt gaan en wat je kunt ‘bereiken’. Het ging hem ook niet om de beelden op zich. Hij haalde zijn ‘voldoening’ vooral uit het proces wat vooraf ging aan toezending van de beelden. “Een soort van jachtinstinct.” Voor zichzelf heeft de verdachte nooit het gevoel gehad dat hij met iets bezig was dat wettelijk strafbaar is. Hij deed dit zoals gezegd al sinds zijn 18e jaar en heeft zich onvoldoende gerealiseerd dat hij inmiddels geen 18 meer is, maar bijna 32.
In geval van de verdachte wordt geen diagnose gesteld. Er is in zijn geval geen sprake van een verstandelijke handicap en/of psychische stoornis. Op basis van de huidige ten laste gelegde feiten en hetgeen de verdachte hierover verklaart kan ook een parafiele stoornis niet worden onderbouwd. De momenteel ten laste gelegde feiten kunnen hem dan ook worden toegerekend.
Omstandigheden als een eventueel sociaal isolement en verveling zouden de neiging om weer via internet contacten aan te gaan kunnen versterken.
Vanuit zorgoogpunt en om de intrinsieke motivatie om niet weer in herhaling te vallen te stimuleren, is aan te bevelen dat de verdachte aansluitend op detentie ambulante begeleiding krijgt van een forensische polikliniek, dit voor een delictanalyse, alsmede voor het vergroten van het inzicht in de slachtoffers en het laten toenemen van het besef welke schadelijke invloed zijn gedrag op m.n. jonge meisjes kan hebben. Tegelijkertijd kan aandacht worden besteed aan zijn zelfbeeld en zelfvertrouwen en zijn functioneren op relationeel gebied (bindingsangst/onzekerheid).
Het bovenstaande advies kan worden geëffectueerd als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf met proeftijd en toezicht door de reclassering.
De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Nu de conclusies van de psycholoog gedragen worden door zijn bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus volledig toerekeningsvatbaar geacht.
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.
De rechtbank stelt voorop dat zij bij het bepalen van de straf niet gebonden is aan de eis van de officier van justitie. Hoewel de rechtbank de verdachte vrijspreekt van de feiten 1, 4 en 5 acht de rechtbank de ernst en de achterliggende omstandigheden van het bewezenverklaarde zodanig ernstig dat een hogere straf dan door de officier van justitie is gevorderd, aangewezen is. Een lichtere straf zou onvoldoende recht doen aan de ernst van de feiten, de belangen van de slachtoffers en de vereisten van generale en speciale preventie.
De rechtbank ziet het belang van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, zodat de verdachte ervan wordt weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal daaraan de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden verbinden, ondanks het feit dat dit door de reclassering niet is geadviseerd. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard, de ernst en de hoeveelheid van de feiten, de periode waarin deze feiten zijn gepleegd en het gebrek aan inzicht in het kwalijke van zijn daden bij de verdachte, een substantieel gevaar op herhaling aanwezig blijft dat met bijzondere voorwaarden dien te worden ingeperkt. Daarbij wordt langdurig toezicht van belang geacht, zodat een langere proeftijd dan gebruikelijk zal worden opgelegd.
Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding om een locatieverbod voor de woonadressen van de slachtoffers op te leggen omdat de verdachte zijn slachtoffers willekeurig op Snapchat toevoegde/benaderde en het contact doorgaans uitsluitend digitaal/online plaatsvond.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer (minderjarige) personen. Gezien de grote hoeveelheid strafbare feiten die de verdachte heeft gepleegd en de inschatting dat de kans op recidive zonder behandeling substantieel aanwezig is, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de hierna op grond van artikel 14c Sr te stellen voorwaarden en het daarop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. Het voorgaande maakt tevens dat de aan het voorwaardelijk strafdeel te verbinden proeftijd krachtens artikel 14b lid 2 Sr op een termijn langer dan drie jaren kan worden gesteld.
De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding de maatregel ex artikel 38v Sr ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten door verdachte, inhoudende een contact- en locatieverbod met de slachtoffers, op te leggen.
Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van
48 (achtenveertig) maanden, waarvan
6 (zes) maandenvoorwaardelijk, met daaraan verbonden de hierna te noemen bijzondere voorwaarden en een proeftijd van
5 (vijf) jaarpassend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.

8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

8.1.
De vorderingen
[benadeelde partij 1]
heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd ter zake van de onder parketnummer 10/278985-23 feit 1 en 7 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 342,95 aan materiële schade en een vergoeding van € 1.500,- aan immateriële schade. Voorts is een bedrag van € 835,10 aan proceskosten gevorderd.
[benadeelde partij 2]
heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd ter zake van de onder parketnummer 10/278985-23 feit 2 en 7 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 12,27 aan materiële schade en een vergoeding van € 3.500,- aan immateriële schade. Voorts is een bedrag van € 479,04 aan proceskosten gevorderd.
[benadeelde partij 3]
heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd ter zake van de onder parketnummer 10/278985-23 feit 4 en 7 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 3.500,- aan immateriële schade.
[benadeelde partij 4]
heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd ter zake van de onder parketnummer 10/278985-23 feit 6 en 7 en parketnummer 10/228795-24 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 90,34 aan materiële schade en een vergoeding van € 4.000,- aan immateriële schade.
De benadeelde partijen hebben tevens toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
8.2.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.3.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft primair verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen af te wijzen, dan wel niet-ontvankelijk te verklaren gelet op het verweer strekkende tot vrijspraak.
Subsidiair heeft de verdediging de vorderingen ten dele betwist.
8.4.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank overweegt dat artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek een limitatieve opsomming geeft van de gevallen waarin aanspraak kan worden gemaakt op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen. Het gaat dan om gevallen waarin de benadeelde partij: (i) lichamelijk letsel heeft opgelopen, (ii) in zijn of haar eer of goede naam is geschaad, of (iii) op andere wijze in zijn of haar persoon is aangetast.
Van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
Op basis van het dossier en wat ter terechtzitting en tijdens de uitoefening van het spreekrecht naar voren is gebracht, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partijen door het bewezenverklaarde schade hebben geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door het (online) seksueel misbruik, waaronder het maken en versturen van seksuele afbeeldingen, zijn de benadeelde partijen op andere wijze in de persoon aangetast. In het geval van de [benadeelde partij 1] is aannemelijk gemaakt dat zij onder behandeling is voor het door het handelen van de verdachte toegebracht geestelijk letsel. In het geval van de [benadeelde partij 2] is gebleken dat zij door de huisarts is verwezen voor behandeling van haar psychische klachten naar aanleiding van het gebeurde. Voor de benadeelde partijen [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 3] geldt dat weliswaar (nog) geen geestelijk letsel is vastgesteld maar dat de rechtbank van oordeel is dat de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor deze benadeelde partijen zo voor de hand liggen, dat ook voor hen een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
Zoals bleek uit de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaringen ondervinden de benadeelde partijen in het dagelijks leven nog veel last van het bewezenverklaarde. Dit is aan verdachte toe te rekenen.
De rechtbank houdt bij het bepalen van de hoogte van het smartengeld van de schade rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Tevens is acht geslagen op de categorieën aangaande ‘sextortion’ en ‘aanranding’ van de Rotterdamse Schaal.
[benadeelde partij 1]
De rechtbank overweegt dat, hoewel de verdachte wordt vrijgesproken van de onder feit 1 ten laste gelegde aanranding, uit het dossier blijkt dat het onder feit 7 bewezen verklaarde ook betrekking heeft op de [benadeelde partij 1] . Haar naaktfoto’s en video’s zijn immers op de telefoon van de verdachte aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op het voorgaande ook vast komen te staan dat door het bewezen verklaarde strafbare feit aan de [benadeelde partij 1] rechtstreeks materiële en immateriële schade is toegebracht. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en is door de verdediging ook niet weersproken. De vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen ten aanzien van de posten ‘smartengeld’, ‘vakantiedagen vader’ en ‘reiskosten GGZ’.
Nu de gemachtigde van de benadeelde partij ter zitting is verschenen en op grond van artikel 238 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) reis- en parkeerkosten slechts voor vergoeding in aanmerking komen voor zover in persoon (dat wil zeggen: zonder gemachtigde (advocaat)) wordt geprocedeerd, komen slechts de kosten voor salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde op de voet van artikel 532 Sv voor vergoeding in aanmerking en niet de door de benadeelde partij gevorderde reis- en parkeerkosten. De rechtbank wijst de proceskosten ten aanzien van de reis-en parkeerkosten af.
Omdat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 350,- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
[benadeelde partij 2]
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 2.000,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Met betrekking tot de reiskosten overweegt de rechtbank dat reiskosten gemaakt voor het bevorderen van het herstel van de door verdachte toegebrachte schade (bijv. voor medische behandelingen) toewijsbaar zijn als materiële schade mits in redelijkheid gemaakt en redelijk van hoogte (ex artikel 6:96, tweede lid, aanhef en onder a van het Burgerlijk Wetboek). Gelet op voorgaande worden de reiskosten naar de huisarts ad € 12,27 toegewezen.
Nu de gemachtigde van de benadeelde partij ter zitting is verschenen en op grond van artikel 238 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) reis- en parkeerkosten slechts voor vergoeding in aanmerking komen voor zover in persoon (dat wil zeggen: zonder gemachtigde (advocaat)) wordt geprocedeerd, komen slechts de kosten voor salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde op de voet van artikel 532 Sv voor vergoeding in aanmerking en niet de door de benadeelde partij gevorderde reis- en parkeerkosten. De rechtbank wijst de proceskosten ten aanzien van de reis-en parkeerkosten af.
Omdat de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 250,- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
[benadeelde partij 3]
De rechtbank overweegt dat, hoewel de verdachte wordt vrijgesproken van de onder feit 4 ten laste gelegde aanranding, uit het dossier blijkt dat het onder feit 7 bewezen verklaarde ook betrekking heeft op de [benadeelde partij 3] . Haar naaktfoto’s en video’s zijn immers op de telefoon van de verdachte aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op het voorgaande ook vast komen te staan dat door het bewezen verklaarde strafbare feit aan de [benadeelde partij 3] rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 2.000,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Omdat de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
[benadeelde partij 4]
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de bewezen verklaarde strafbare feiten, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 3.000,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De benadeelde partij heeft vergoeding verzocht van de reis- en parkeerkosten die zij heeft gemaakt om de zitting in de rechtbank bij te wonen. De rechtbank is van oordeel dat deze kosten niet als materiële schade voor vergoeding in aanmerking komen, gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:3340). Daarin is immers overwogen dat op grond van artikel 238 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering reis- en verblijfkosten slechts voor vergoeding in aanmerking komen voor zover in persoon – dat wil zeggen: zonder gemachtigde (advocaat) – wordt geprocedeerd. Procedeert de benadeelde partij met een gemachtigde, dan komen slechts de kosten voor salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde voor vergoeding in aanmerking, en dus niet ook de in artikel 238 lid 1 Rv bedoelde kosten van de benadeelde partij. De benadeelde partij zal ten aanzien van de materiële schade niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Omdat de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
8.5.
Conclusie
De verdachte moet aan de benadeelde partijen een schadevergoeding betalen als volgt:
  • aan [benadeelde partij 1]
  • aan [benadeelde partij 2]
  • aan [benadeelde partij 3]
  • aan [benadeelde partij 4]
Een en ander telkens vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.
Proceskosten
De verdachte moet aan de benadeelde partijen proceskosten betalen als volgt:
  • aan [benadeelde partij 1]
  • aan [benadeelde partij 2] een

9.Voorlopige hechtenis

De voorlopige hechtenis van de verdachte is met ingang van 19 juli 2024 geschorst. Hierbij zijn voorwaarden gesteld.
De verdediging heeft primair verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen bij oplegging van een gevangenisstraf hoger dan het door de verdachte ondergane voorarrest en heeft hiertoe aangevoerd dat de enige grond voor de voorlopige hechtenis, te weten de recidivegrond, is komen te vervallen, nu blijkens de reclasserings- en NIFP-rapporten het recidiverisico laag is en de verdachte in de schorsingsperiode geen strafbare feiten heeft gepleegd. Subsidiair heeft de verdediging verzocht om de schorsing van de voorlopige hechtenis niet op te heffen en deze te laten voortduren vanwege de persoonlijke belangen van de verdachte.
De officier van justitie heeft zich verzet tegen opheffing van de voorlopige hechtenis vanwege het recidiverisico en heeft verzocht de schorsing te laten voortduren tot onherroepelijkheid van het vonnis gelet op de hoeveelheid feiten en de lange periode waarin de feiten zijn gepleegd, alsmede het feit dat de behandeling van de verdachte nog niet is afgerond.
De rechtbank stelt vast dat, gelet op de inhoud van dit vonnis, nog immer sprake is van ernstige bezwaren. Ook de dragende grond – de recidivegrond – is naar het oordeel van de rechtbank nog aanwezig. De rechtbank verwijst in dit kader naar de strafmotivering en de daarin gegeven redenen voor het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden. Er zijn dus ook nog steeds gronden voor de voorlopige hechtenis.
De rechtbank ziet evenmin aanleiding om de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen. De rechtbank stelt vast dat de verdachte zich heeft gehouden aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de schorsing van de voorlopige hechtenis, zoals het ondergaan van een behandeling, en dat de persoonlijke situatie van de verdachte ongewijzigd is gebleven. Dit brengt met zich dat de rechtbank geen aanleiding ziet de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen en dat het zowel in het belang van de verdachte als in het belang van de samenleving in zijn geheel is om de schorsing onder de betreffende voorwaarden te laten voortduren. De enkele omstandigheid dat bij een veroordelend vonnis een gevangenisstraf is opgelegd van langere duur dan de reeds ondergane voorlopige hechtenis, is geen zelfstandige grond voor opheffing van de schorsing of het laten herleven van de voorlopige hechtenis (Hoge Raad 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:987).

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 55, 57, 60a, 240b (oud), 245 (oud), 246 (oud) en 248a (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

11.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder parketnummer 10/278985-23 feit 1, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder parketnummer 10/278985-23 feit 2, 3, 6 en 7 en het onder parketnummer ten laste gelegde feit 10/228795-24, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte,
groot 6 (zes) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op
5 (vijf) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
stelt als bijzondere voorwaarden:
1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland (Zuid-West) op de Marconistraat 2 te Rotterdam en blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
2. de veroordeelde zal zich laten behandelen door polikliniek De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Deze behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt en de veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
3. de veroordeelde zal gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt op geen enkele wijze contact (laten) opnemen, zoeken of hebben met:
- [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 4] 2012),
- [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 2] 2007),
- [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 3] 2008),
- [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum 5] 2009),
- [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 6] 2007) en
- [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum 7] 2005);
4. de veroordeelde zal gedurende de proeftijd:
a. digitale omgevingen vermijden waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
b. digitale omgevingen vermijden waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
c. geen gebruik maken van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
d. inzicht geven in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en bespreken hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de veroordeelde in gebruik heeft.
De veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde.
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
[benadeelde partij 1]
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 1] , te betalen een bedrag van
€ 1.842,95 (zegge: duizend achthonderdtweeënveertig euro en vijfennegentig eurocent), bestaande uit € 342,95 aan materiële schade en € 1.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 25 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 350,00 en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; wijst het door de benadeelde partij als reis- en parkeerkosten gevorderde bedrag van € 485,10 af;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 1] te betalen
€ 1.842,95(hoofdsom,
zegge:
duizend achthonderdtweeënveertig euro en vijfennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 juni 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.842,95 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
29 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[benadeelde partij 2]
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 2] , te betalen een bedrag van
€ 2.012,27 (zegge: tweeduizend twaalf euro en zevenentwintig eurocent), bestaande uit € 12,27 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 250,00 en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; wijst het door de benadeelde partij als reis- en parkeerkosten gevorderde bedrag van € 229,04 af;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 2] te betalen
€ 2.012,27(hoofdsom,
zegge:
tweeduizend twaalf euro en zevenentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.012,27 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
31 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[benadeelde partij 3]
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 3] , te betalen een bedrag van
€ 2.000,- (zegge: tweeduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 3] te betalen
€ 2.000,-(hoofdsom,
zegge:
tweeduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
€ 2.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
30 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[benadeelde partij 4]
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 4] , te betalen een bedrag van
€ 3.000,00 (zegge: drieduizend euro), bestaande uit € 3.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 26 april 2022 aan de dag der algehele voldoening;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 4] te betalen
€ 3.000,00(hoofdsom,
zegge:
drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 april 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
€ 3.000,00 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
40 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partijen tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van der Leeden, voorzitter,
en mrs. J.L. Luiten en J.A. Terstegge, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.B.A. Slebus, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst (gewijzigde) tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 25 juni 2023 te Ovezande, gemeente Borsele
en/of Ridderkerk, in elk geval in Nederland,
(meermalen) (telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging
met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [slachtoffer 1]
, geboren [geboortedatum 4] 2012, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer
ontuchtige handeling(en),
bestaande uit het (meermalen)
- brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van haar vinger(s) in haar vagina, althans
tussen haar schaamlippen, en/of
- maken van (een) foto(’s) en/of film(s) van voornoemde seksuele handeling(en) en/of van haar
(deels) ontblote lichaam en/of (vervolgens)
- naar verdachte sturen, althans aan verdachte tonen, van voornoemde foto('s) en/of film(s),
waarvan hij vervolgens de opname(n) heeft opgeslagen,
het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de
bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (meermalen)
- via social media (Snapchat) contact maken en/of onderhouden met haar en/of zich (in de chats)
voordoen als een jongen (van 15 jaar oud), genaamd [naam 1] , althans een ander persoon dan
verdachte en/of
- ( dwingend) vragen om een/meer (naakt)foto('s) en/of
- ( dreigend) naar haar chatten dat
* hij wist waar ze woonde/was en/of
* hij bij haar thuis langs zou komen;
2
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2023 tot en met 31 augustus 2023 te Ridderkerk, in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum 2] 2007, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),
bestaande uit het (meermalen)
- voeren van (een) (seksueel geladen en/of prikkelende(e)) chatgesprek(ken) met haar en/of
- brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van haar vinger(s) en/of een dildo, althans
een voorwerp, in haar vagina, althans tussen haar schaamlippen en/of
- brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van haar vinger(s) in haar anus en/of
- maken van (een) foto(’s) en/of film(s) van voornoemde seksuele handeling(en) en/of van haar
(deels) ontblote lichaam en/of (vervolgens)
- naar verdachte sturen, althans aan verdachte tonen, van voornoemde foto('s) en/ of film(s),
waarvan hij vervolgens de opname(n) heeft opgeslagen,
het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de
bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (meermalen)
- via social media (Snapchat) contact maken en/of onderhouden met haar en/of zich (in de chats)
voordoen als een jongen (van 21 jaar oud), genaamd [naam 1] , althans een ander persoon dan
verdachte en/of
- ( vervolgens) (dwingend) vragen om (meer) (naakt)foto’s/film(s) en/of
- geven van opdrachten met betrekking tot de uit te voeren seksuele handeling(en) en/of
- dreigen om de eerder door hem ontvangen foto(‘s)/film(s) waarop zij te zien was met een (deels)
ontbloot lichaam op internet en/of op sociale media(kanalen) te plaatsen en/of te verspreiden,
indien zij niet méér naaktfoto('s) en/of foto(’s) en/of film(s) waarop seksuele handelingen te zien
zijn naar hem zou sturen en/of
- dreigen om haar op te zoeken en/of wat anders met haar te doen en/of
- zeggen tegen haar dat als zij geen foto(‘s)/film(s) wilde sturen, zij seks met hem moest hebben
en/of hem moest pijpen;
3
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 september 2023 tot en met
30 november 2023 te Bloemendaal, in elk geval in Nederland,
(meermalen) (telkens) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2008, die de leeftijd van twaalf
jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] ,
te weten het (meermalen)
- brengen en/of houden van zijn penis in haar vagina en/of mond en/of
- betasten van haar borst(en) en/of bil(len) en/of
- ( tong)zoenen van haar;
4
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2023 tot en met 30
november 2023 te Lunteren, gemeente Ede, en/of Ridderkerk, in elk geval in Nederland,
(meermalen) (telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging
met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 4] , geboren [geboortedatum 5]
2009, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),
bestaande uit het (meermalen)
- voeren van (een) (seksueel geladen en/of prikkelende(e)) chatgesprek(ken) met haar en/of
- brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van haar vinger(s) in haar vagina, althans
tussen haar schaamlippen en/of over haar schaamstreek en/of
- maken van (een) foto(’s) en/of film(s) van voornoemde seksuele handeling(en) en/of van haar
(deels) ontblote lichaam en/of (vervolgens)
- naar verdachte sturen, althans aan verdachte tonen, van voornoemde foto('s) en/of film(s),
waarvan hij vervolgens de opname(n) heeft opgeslagen,
het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de
bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (meermalen)
- via social media (Snapchat) contact maken en/of onderhouden met haar en/of zich (in de chats)
voordoen als een jongen wonende in de omgeving Utrecht, althans een ander persoon dan
verdachte en/of
- bewerken van een foto van haar tot een naaktfoto van haar en/of
- ( vervolgens) (dwingend) vragen om (meer) (naakt)foto’s/film(s) en/of
- geven van opdrachten met betrekking tot de uit te voeren seksuele handeling(en) en/of
- dreigen om de eerder door hem ontvangen/bewerkte foto(‘s)/film(s) waarop zij te zien was met
een (deels) ontbloot lichaam aan haar moeder te sturen, indien zij niet méér naaktfoto('s) en/of
foto(’s) en/of film(s) waarop seksuele handelingen te zien zijn naar hem zou sturen;
5
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 oktober 2023 tot en met 10
november 2023 te Maastricht en/of Ridderkerk, in elk geval in Nederland,
(meermalen) (telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging
met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 5] , geboren [geboortedatum 6]
2007, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige
handeling(en),
bestaande uit het (meermalen)
- voeren van (een) (seksueel geladen en/of prikkelende(e)) chatgesprek(ken) met haar en/of
- brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van haar vinger(s) in haar vagina, althans
tussen haar schaamlippen en/of over haar schaamstreek en/of
- maken van (een) foto(’s) en/of film(s) van voornoemde seksuele handeling(en) en/of van haar
(deels) ontblote lichaam en/of (vervolgens)
- naar verdachte sturen, althans aan verdachte tonen, van voornoemde foto('s) en/of film(s),
waarvan hij vervolgens de opname(n) heeft opgeslagen,
het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de
bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (meermalen)
- via social media (Snapchat en/of BeReal) contact maken en/of onderhouden met haar en/of zich (in de chats) voordoen als een jongen van 20/22, althans een ander persoon dan verdachte en/of
- ( vervolgens) (dwingend) vragen om (meer) (naakt)foto’s/film(s) en/of
- geven van opdrachten met betrekking tot de uit te voeren seksuele handeling(en);
6
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2022 tot en met 30 november 2023 te Ridderkerk, in elk geval in Nederland,
meermalen telkens
een of meerdere meisje(s), te weten onder andere [minderjarige 1] en/of [slachtoffer 6] en/of [minderjarige 13] en/of [minderjarige 2] en/of [minderjarige 3] en/of [minderjarige 4] en/of [minderjarige 5] en/of [minderjarige 6] en/of [minderjarige 7] en/of [minderjarige 8] en/of [minderjarige 10] en/of [minderjarige 11] en/of [minderjarige 12] ), die de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt,
door giften en beloften van geld en goed en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en misleiding,
te weten door meermalen
- misbruik te maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, bestaande uit het grote/aanzienlijke leeftijdsverschil tussen hem en dat/die meisje(s) en/of
- zich in de chats op social media voor te doen als een ander persoon dan verdachte en/of
- via chats op social media (een) geld(bedrag(en) aan dat/die meisje(s) aan te bieden in ruil voor (een) naaktfoto(’s)/film(s) van dat/die meisje(s) en/of seksuele handeling(en) met dat/die meisjes(s) en/of foto('s)/film(s) van seksuele handelingen van dat/die meisje(s) bij zichzelf en/of
- geldbedragen naar de bankrekening(en) van die meisje(s) over te maken en/of
- via chats op social media tegen die meisje(s) te zeggen dat hij met haar/hen af wilde spreken voor geld en/of
- via chats op social media (een) foto(’s) van geld en/of tikkies aan die meisje(s) te sturen,
opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van een of meer ontuchtige handelingen,
te weten het meermalen,
- maken van één of meer foto’s en/of films van seksuele handelingen en/of van het (deels) ontblote lichaam van dat/die meisje(s) en/of (vervolgens)
- naar hem sturen, althans aan hem tonen, van voornoemde foto's en/of films, waarvan hij vervolgens de opnamen heeft opgeslagen;
( art 248a Wetboek van Strafrecht )
en
7
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2023 tot en met 01 december 2023 te Ridderkerk, in elk geval in Nederland,
(meermalen) (telkens)
afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s/films en/of
gegevensdragers, te weten (een)
- mobiele telefoon(s) van het merk Samsung (goederen A.01.01.001 en/of A.01.01.002 en/of A.01.02.001) en/of
- externe harde schijf van het merk Seagate (goed A.01.01.005) en/of
- iPad (goed A.02.01.001) en/of
- USB-stick van het merk Duracell (goed A02.02.001 en/of
- harde schijf uit desktop van het merk Samsung (goed A.03.02.002)
bevattende afbeeldingen, te weten foto’s en/of video‘s/films en/of
een cloudstorage MEGA.nz, bevattende afbeeldingen, te weten foto’s en/of video/s films
van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft verworven en/of
heeft vervaardigd en/of
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,
welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de/een penis en/of mond/tong en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het met de/een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het bij zichzelf met de/een vinger/hand en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(toonmapfoto’s 2, 3, 4 (toonmap [slachtoffer 2] ), 9, 10 (toonmap [minderjarige 6] ), 4 (toonmap [slachtoffer 3] ), 4, 5 (toonmap [minderjarige 10] ), 2, 3, 9, 30, 37 (toonmap algemeen))
en/of
het met de/een penis en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het met de/een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt bij zichzelf met de/een vinger/hand en/of mond/tong en/of voorwerp aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten
(toonmapfoto’s 5, 6 (toonmap [slachtoffer 2] ), 1, 2, 4 (toonmap [slachtoffer 4] ), 11 (toonmap [minderjarige 6] ), 7 (toonmap [naam 3] ), 1 (toonmap [slachtoffer 3] ), 3 (toonmap [slachtoffer 5] ), 7, 11, 22, 26, 31 (toonmap algemeen))
en/of
het door een dier vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het door een dier likken, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt likken, in de mond nemen, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een dier en/of
(toonmapfoto’s 46, 47, 48, 49 (toonmap algemeen))
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen
en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden,
(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(toonmapfoto’s 1, 2 (toonmap [slachtoffer 6] ), 1, 2, 6, 7 (toonmap [slachtoffer 2] ), 3, 5 (toonmap [slachtoffer 4] ), 7, 8, 12 (toonmap [minderjarige 6] ), 1, 2, 3 (toonmap [minderjarige 4] ), 1 (toonmap [minderjarige 5] ), 3, 4, 5, 6 (toonmap [naam 3] ), 2, 3, 5 (toonmap [slachtoffer 3] ), 1, 2 (toonmap [slachtoffer 5] ), 3, 6 (toonmap [minderjarige 9] ), 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 (toonmap [minderjarige 14] ), 41, 52, 53, 54 (toonmap algemeen))
en/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op dat gezicht en/of in de mond een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is)
(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(toonmapfoto’s 4, 40, 43 (toonmap algemeen))
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
10/228795-24
hij op of omstreeks 26 april 2022 te Rotterdam door giften en/of beloften van geld en/of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding, te weten door het
- leeftijdsverschil tussen hem en [slachtoffer 6] en/of
- geven van een geldbedrag (€400) aan [slachtoffer 6] en/of
- betalen van het treinkaartje van [slachtoffer 6] ,
[slachtoffer 6] , geboren op 11 juni 2005, die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem, verdachte, te dulden,
door
- haar te zoenen en/of
- zijn penis in haar mond te brengen/houden en/of heen en weer te bewegen en/of
- in haar mond klaar te komen en/of
- haar borst(en) en/of bil(len) te betasten.