2.3.1.Teweegbrengen ontploffing (parketnummer 10-070081-25)
De rechtbank is van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte niet is komen vast te staan. Van een gezamenlijke uitvoering is geen sprake geweest. De bijdrage van de verdachte aan het veroorzaken van de ontploffing was daarvoor van onvoldoende gewicht. De verdachte zal daarom van de primaire beschuldiging worden vrijgesproken.
De rechtbank beoordeelt de rol van de verdachte als die van medeplichtige. Op enig moment wist hij immers met welk doel hij de medeverdachte met zijn auto ophaalde en vervolgens vervoerde. Daarmee had hij opzet op het gronddelict dat is gepleegd door de medeverdachte die hij vervoerde en ook op zijn ondersteunende rol als chauffeur. De subsidiaire beschuldiging is dan ook bewezen.
2.3.2.Mensenhandel (parketnummer 10-259753-25)
De verdachte heeft midden in de nacht een minderjarige opgehaald, vervoerd en overgebracht naar de nabije omgeving van de Franselaan in Rotterdam om daar een ontploffing teweeg te brengen. Het gaat hier om een eenmalige inzet van de betreffende minderjarige, in ieder geval blijkt uit het dossier niet iets anders. De duur van de te verrichten activiteit, namelijk het plaatsen en aansteken van een explosief, is daarmee beperkt wanneer die wordt vergeleken met andere zaken van criminele uitbuiting waarbij een slachtoffer wordt ingezet voor een reeks van criminele activiteiten (bijvoorbeeld een reeks winkeldiefstallen). Echter hoeft volgens de Hoge Raad het slechts eenmaal laten plegen van een strafbaar feit niet aan het aannemen van ‘oogmerk tot uitbuiting’ in de weg te staan (HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:672). In deze zaak wordt de beperkte duur van de strafbare activiteit - die dus op zichzelf al niet aan het aannemen van een oogmerk tot uitbuiting in de weg staat - ruimschoots gecompenseerd door de aard van de gedraging. Van de minderjarige werd immers verlangd dat hij een ernstig strafbaar feit zou plegen, namelijk het tot ontploffing brengen van een explosief bij een woning met levensgevaar voor zichzelf en anderen. Het gevaar voor de minderjarige was ook gelegen in de aard van het feit zelf. Hij moest een zwaar explosief aansteken in een portiek, waarvan de uitwerking niet te voorspellen was. Het had, zowel voor de minderjarige als de bewoners van de woningen, heel anders kunnen aflopen.
De rechtbank merkt op dat de minderjarige in het bijzonder kwetsbaar was vanwege zijn leeftijd. Hij bevond zich in een gevaarlijke situatie en was van anderen afhankelijk voor zijn vervoer vanaf de plaats delict.
Het onder deze omstandigheden vervoeren en overbrengen van een minderjarige leidt er naar het oordeel van de rechtbank toe, dat de verdachte heeft gehandeld met het oogmerk van uitbuiting. Dat niet kon worden vastgesteld dat de verdachte hiervoor een vergoeding in het vooruitzicht werd gesteld en de verrichte criminele activiteiten van korte duur waren, doet daaraan naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad niet af.
Voor de stelling van de verdediging dat de verdachte onder druk heeft gehandeld, biedt het dossier geen houvast. De verklaring van de verdachte daartoe wordt op geen enkele wijze ondersteund.
2.3.3.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte als medeplichtige betrokken is geweest bij het teweegbrengen van een ontploffing en dat hij een minderjarige heeft vervoerd en overgebracht met het oogmerk van uitbuiting. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf
2.3.4.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de bovenstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachte
Op 18 januari 2025 heb ik met mijn auto, een Toyota Aygo met kenteken [kenteken], [naam] opgehaald aan de Blekerslaan en afgezet in de Zweedsestraat in Rotterdam. Nadat hij was ingestapt kreeg ik telefonisch instructies die ik aan [naam] heb doorgegeven. Ik zag dat hij een pakketje bij zich had. Door de instructies en het pakketje was voor mij duidelijk wat de bedoeling was. Ik heb aan [naam] doorgegeven dat hij iets voor een deur moest neerleggen. Nadat [naam] was uitgestapt ben ik weggereden. Hierna heb ik een geldbedrag van twintig euro bij de woning van [naam] neergelegd waarmee hij de taxi kon betalen.
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam]
Geldorp heeft mij op 18 januari 2025 opgehaald met zijn auto, een Toyota Aygo. Hij heeft mij ergens in Rotterdam afgezet. Ik moest het ding waardoor de explosie plaatsvond voor een deur zetten en aansteken. Dat heb ik gedaan. Daarna ben ik met een taxi naar huis gegaan. Geldorp heeft mij twintig euro gegeven om de taxi te betalen.
3.
Proces-verbaal van de politie
Op 18 januari 2025 is bij de voordeur van de woning aan de Franselaan in Rotterdam, met huisnummer 274C, in het portiek, een explosief afgegaan. Door de explosie is veel schade ontstaan aan het portiek en de woningen. Alle bewoners van de woningen van het portiek waren geëvacueerd. De portiek behelst de [woningen]. Tijdens deze explosie is het onder artikel 157 Wetboek van Strafrecht omschreven gemeen gevaar van goederen opgetreden.
4.
Deskundigenverslag
Op 18 januari 2025 heeft er in het portiek aan de Franselaan te Rotterdam een explosie plaatsgevonden. In het toegangshalletje buiten bij de vier voordeuren waar het explosief tot ontploffing kwam, is zeer ernstig lichamelijk letsel tot dodelijk letsel door de drukgolf, de hitte en het verscherven van hout en stenen door een explosie met zo’n kracht een gegeven.
2.3.4.Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
(parketnummer 10-070081-25 subsidiair)
[naam]
-op 18 januari 2025 te Rotterdam- opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een explosief te plaatsen in een portiek aan [locatie] en voornoemd explosief aan te steken, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de woningen plus inboedel aan [locatie] en één of meer aangrenzende woningen en
- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de bewoners van de woningen aan [locatie] en één of meer aangrenzende woningen en passanten aan de Franselaan, te duchten was, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 18 januari 2025 te Rotterdam, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk inlichtingen heeft verschaft, door:
- voorafgaand aan de explosie telefonisch contact te leggen met voornoemde
[naam],
- met zijn voertuig voornoemde [naam] op te halen en af te zetten in de Zweedsestraat zijnde de nabije omgeving waar voornoemde explosie heeft plaatsgevonden,
- een geldbedrag (20 euro) neer te leggen bij de woning van die [naam] waarmee [naam] een taxi kon betalen;
(parketnummer 10-259753-25)
hij in de periode 17 januari tot en met 18 januari 2025 te Rotterdam,
een ander, te weten[naam], geboren op 16 februari 2009,
heeft vervoerd en overgebracht, met het oogmerk van uitbuiting van die [naam], terwijl die [naam] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, door:
- die [naam] met zijn, verdachtes, auto (Toyota met kenteken: [kenteken]) op te halen aan de Blekerslaan en
- die [naam] naar de Italiaansestraat of Franselaan te brengen en aldaar die [naam] af te zetten.