Vader huurt sinds 1982 een woning van Woonstad Rotterdam. Dochter, geboren in 1990, groeide op in deze woning, vertrok in 2014 en keerde in 2022 terug na het overlijden van moeder. Vader en dochter willen dat zij medehuurder wordt om zekerheid te verkrijgen dat zij kan blijven wonen na het overlijden van vader.
Woonstad weigerde dit verzoek omdat zij meende dat niet voldaan was aan de voorwaarden voor een duurzame gemeenschappelijke huishouding en dat dochter onvoldoende financiële waarborg bood. De kantonrechter oordeelt dat vader en dochter een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij zij samen koken, eten, huishoudelijke taken verdelen en elkaar ondersteunen.
Ook is niet gebleken dat het verzoek een opzetje is om dochter snel huurder te maken en biedt zij voldoende financiële waarborg gezien haar vaste baan en inkomen. De kantonrechter wijst het verzoek toe en veroordeelt Woonstad tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.