De rechtbank Rotterdam heeft op 1 december 2025 uitspraak gedaan in de bestuursrechtelijke zaken ROT 24/5535 en ROT 24/5556 betreffende het verkeersbesluit van het college van burgemeester en wethouders tot invoering van een zero-emissiezone per 1 januari 2025.
Eiseressen waren het niet eens met de contourgrens van de zone, met name dat de wijk De Esch en het natuurgebied Polder De Esch niet volledig binnen de zone vallen. Zij voerden aan dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de gevolgen voor deze gebieden, waaronder toename van vervuiling en geluidsoverlast.
De rechtbank oordeelde dat het college het besluit zorgvuldig heeft voorbereid, onder meer door het volgen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure en het betrekken van zienswijzen. De aangevoerde rapporten toonden aan dat het besluit positieve milieueffecten heeft en dat er geen aanwijzingen zijn voor verslechtering van de situatie buiten de zone. De rechtbank verwierp de stellingen van eiseressen over negatieve gevolgen en concludeerde dat het college de contourgrens voldoende heeft gemotiveerd.
Verder werd vastgesteld dat eiseressen ontvankelijk zijn in hun beroepen, ondanks het ontbreken van ingediende zienswijzen, vanwege de omgevingsrechtelijke aard van het besluit. Uiteindelijk verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond, waardoor het verkeersbesluit in stand blijft en eiseressen het griffierecht niet terugkrijgen.