De Raad voor de kinderbescherming verzoekt ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2010. De minderjarige verblijft momenteel in een uitwijkhuis van Enver, nadat eerdere plaatsingen bij pleegouders en vader zijn geëscaleerd.
Tijdens de zitting, waarbij de ouders, hun advocaat, vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig waren, werd vastgesteld dat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd door overmatig schoolverzuim en gebrek aan structuur. De ouders zijn bereid maar onvoldoende in staat om de problemen vrijwillig op te lossen. De betrokken volwassenen hebben verstoorde relaties, wat de situatie bemoeilijkt.
De kinderrechter oordeelt dat ondertoezichtstelling noodzakelijk is voor de duur van een jaar en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. De minderjarige wil het liefst terugkeren naar haar pleegouders, maar het is onduidelijk wanneer dat mogelijk is.