Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 december 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit Strijen, verzoeker
Procesverloop
Deroptyus accipitrinus) die zijn voorzien van microchiptransponder met nummer [nummer 1] (man) en nummer [nummer 2] (vrouwelijke vogel: pop) zonder dat de legale herkomst van deze dieren bekend is
.Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Deroptyus accipitrinus) is genoemd in Bijlage B van de CITES-basisverordening.
Deroptyus accipitrinuslegaal in Nederland zijn ingevoerd, voornamelijk uit Suriname en Guyana. Het is dan ook volgens verzoeker aannemelijk dat de kraagpapegaaien of zelf uit legale import afkomstig zijn, of kweek zijn van dergelijke legaal ingevoerde ouderdieren. De overdrachtsverklaring vormt in de handel met Bijlage B-soorten het gebruikelijke en door toezichthouders jarenlang geaccepteerde bewijsdocument van legale herkomst. De knijpring draagt de codering E96, wat volgens verzoeker wijst op productiejaar 1996. Dat betekent volgens verzoeker dat de pop waarop de ring is aangebracht omstreeks 1996 is geboren of geïmporteerd. Deze datering sluit aan bij de inschatting dat het koppel circa 25 à 30 jaar oud is. De leeftijdsindicatie bevestigt dat de vogels reeds ruim vóór de huidige regelgeving (Omgevingswet en gewijzigde uitvoeringsbesluiten) zijn verworven en dus onder het destijds geldende CITES- en Wnb-regime vallen. Ten tijde van de overdracht op 2 januari 2020 gold een bewaarplicht van vijf jaar voor administratie en bescheiden inzake CITES-soorten. Deze plicht gold enkel voor de directe houder of handelaar en verviel na afloop van die termijn. Verzoeker heeft de overdrachtsverklaring correct bewaard, waarmee hij volledig heeft voldaan aan de destijds geldende verplichtingen. Van hem kan niet worden gevergd om bewijsstukken te overleggen die de vorige eigenaar, buiten zijn macht, rechtmatig niet langer hoefde te bewaren. Volgens verzoeker verlangt de staatssecretaris van verzoeker ten onrechte sluitend bewijs van de legale herkomst van de kraagpapegaaien. Dit is in strijd met artikel 8, vijfde lid, van de CITES-basisverordening. Volgens verzoeker ligt de bewijslast nu bij de staatssecretaris.