ECLI:NL:RBROT:2025:14732

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
ROT 24/11884
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 Wht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieaanvraag Wet hersteloperatie toeslagen wegens ontbreken kinderopvangtoeslagaanvragen

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), welke door de Dienst Toeslagen is afgewezen voor de jaren 2013 tot en met 2016 en 2019. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen deze afwijzing behandeld en beoordeeld.

De rechtbank constateert dat er geen bewijs is dat eiser voor de jaren 2013, 2014 en 2015 een aanvraag voor kinderopvangtoeslag heeft ingediend. Ook is niet gebleken dat eiser in de Fraude Signalering Voorziening stond, hetgeen de verklaring van eiser en zijn voormalige partner over vermeende vooringenomenheid onvoldoende ondersteunt. Voor het jaar 2016 is het aannemelijk dat eiser zelf de stopzetting van de kinderopvangtoeslag heeft doorgegeven via het online burgerportaal, waardoor geen sprake is van vooringenomen handelen. Voor het jaar 2019 was er geen terugvordering of verlaging van het recht op kinderopvangtoeslag, en een herziening van een beschikking impliceert niet automatisch vooringenomenheid.

De rechtbank concludeert dat de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.P. Ferwerda op 12 december 2025.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de compensatieaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/11884

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2025 in de zaak tussen

[eiser], uit Vlaardingen, eiser

(gemachtigde: mr. J. Berkouwer),
en

Dienst Toeslagen

(gemachtigden: mr. W.L. Louwerse en mr. S.R. Busch).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met de besluiten van 20 oktober 2022 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiser om compensatie op grond van de Wht afgewezen.
2.1.
Met het besluit van 21 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de Dienst Toeslagen de bezwaren van eiser tegen de besluiten van 20 oktober 2022 ongegrond verklaard.
2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op de zitting van 6 augustus 2025 behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de Dienst Toeslagen.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser heeft een aanvraag ingediend om compensatie op grond van de Wht. Met het besluit van 20 oktober 2022 (kenmerk UHT-DH5 A) heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiser afgewezen ten aanzien van de toeslagjaren 2013 tot en met 2016. Met het besluit van 20 oktober 2022 (kenmerk UHT-DH A) heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiser afgewezen ten aanzien van het toeslagjaar 2019. De bezwaarschriftenadviescommissie heeft geadviseerd de bezwaren van eiser ongegrond te verklaren. Met het bestreden besluit heeft de Dienst Toeslagen dat advies overgenomen.
Toetsingskader
4. De Dienst Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem: voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen; of de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang of de op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem. [1] Een aanvrager van een kinderopvangtoeslag als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, komt niet in aanmerking voor compensatie van schade met betrekking tot een berekeningsjaar waarover minder dan € 1.500 aan kinderopvangtoeslag is teruggevorderd of het recht op kinderopvangtoeslag met minder dan € 1.500 is verlaagd. [2]
Heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiser terecht afgewezen?
5. Eiser betoogt dat de Dienst Toeslagen ten onrechte geen compensatie heeft toegekend. Ten aanzien van de toeslagjaren 2013, 2014 en 2015 geldt dat de aanvragen van eiser om kinderopvangtoeslag destijds niet in behandeling zijn genomen. Een medewerker van de Belastingdienst heeft gezegd dat eiser op een zwarte lijst stond en zijn aanvragen daarom niet werden behandeld. De voormalige partner van eiser was bij dat gesprek aanwezig. Eiser had ook belang bij het doen van een aanvraag, omdat er opvang is genoten. Verder betwist eiser dat hij de kinderopvangtoeslag voor de toeslagjaren 2016 en 2019 zelf heeft stopgezet. Eiser had daarbij geen enkel belang. Het toeslagjaar 2019 is later door de Belastingdienst gecorrigeerd; het zou kunnen dat ook in toeslagjaar 2016 een fout is gemaakt.
5.1.
De rechtbank stelt voorop dat uit het dossier blijkt dat eiser in het verleden problemen had met de Belastingdienst in het kader van de huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Bij de beoordeling van de aanvraag van eiser om compensatie op grond van de Wht gaat het echter alleen om de uitvoering van de kinderopvangtoeslag. Daarbij geldt als uitgangspunt dat eiser aannemelijk moet maken dat aan de voorwaarden voor toekenning van compensatie is voldaan. De Dienst Toeslagen moet wel voldoende informatie overleggen waaruit blijkt op welke wijze uitvoering is gegeven aan de kinderopvangtoeslag in het geval van eiser. [3]
5.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiser om compensatie terecht afgewezen. De rechtbank licht dit hierna toe.
5.2.1.
De Dienst Toeslagen heeft in het Digitaal Archief Systeem (DAS) en Toeslagen Verstrekkingen Systeem (TVS) gezocht of eiser een aanvraag voor kinderopvangtoeslag heeft gedaan. [4] Daaruit blijkt niet van een dergelijke aanvraag voor de toeslagjaren 2013, 2014 of 2015. De Dienst Toeslagen heeft verder onderzocht of eiser voorkomt in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). In het dossier bevindt zich een schermafbeelding van een zoekopdracht in de FSV op het burgerservicenummer van eiser, zonder resultaten. Daarmee is aannemelijk dat eiser niet voorkwam in de FSV. Dat betekent dat het dossier geen aanknopingspunten bevat die de verklaring van eiser en zijn voormalige partner over het gesprek met de medewerker van de Belastingdienst ondersteunen. Die enkele verklaring is op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat het aannemelijk is dat de Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld of dat sprake was van een te harde toepassing van het wettelijke systeem. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag van eiser ten aanzien van de toeslagjaren 2013, 2014 en 2015 dus terecht afgewezen.
5.2.2.
De zoon van eiser is geboren op 31 oktober 2012. In het dossier zit een brief van de Dienst Toeslagen van 12 september 2016, waarin staat dat het vanaf de vierde verjaardag van het kind niet meer mogelijk is kinderopvangtoeslag te ontvangen voor dagopvang, maar alleen nog voor buitenschoolse opvang. De Dienst Toeslagen heeft een stopzetting ontvangen op 18 september 2016, met ingangsdatum 1 november 2016. Uit een XML-bestand volgt dat deze stopzetting is doorgegeven via het online burgerportaal van de Belastingdienst. De voormalige partner van eiser heeft verklaard dat eiser en zij in 2016 geen kinderopvangtoeslag durfden aan te vragen toen hun zoon naar de basisschool ging, vanwege de problemen met de Belastingdienst. Naar het oordeel van de rechtbank is het gelet op deze omstandigheden aannemelijk dat eiser in 2016 zelf de kinderopvangtoeslag heeft stopgezet. De stopzetting is namelijk online doorgegeven via het burgerportaal, kort na de brief waarin staat dat het niet meer mogelijk is kinderopvangtoeslag te ontvangen voor dagopvang van de zoon van eiser, terwijl de voormalige partner van eiser heeft bevestigd dat in 2016 geen kinderopvangtoeslag is aangevraagd voor buitenschoolse opvang. Omdat het aannemelijk is dat eiser de stopzetting zelf heeft doorgegeven, is geen sprake van vooringenomen handelen door de Dienst Toeslagen. Voor het toeslagjaar 2016 bedroeg de verlaging van het recht op kinderopvangtoeslag minder dan € 1.500,-, zodat geen recht kan bestaan op compensatie wegens een te harde toepassing van het wettelijke systeem. [5] De verlaging heeft overigens niet geleid tot een terugvordering. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag van eiser ten aanzien van het toeslagjaar 2016 dus terecht afgewezen.
5.2.3.
Ten aanzien van het toeslagjaar 2019 is het recht op kinderopvangtoeslag aanvankelijk op nihil vastgesteld, op basis van de gegevens die eiser bij de aanvraag had verstrekt. Op 14 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen het recht op kinderopvangtoeslag herzien op basis van de door de gemachtigde van eiser verstrekte gegevens. Anders dan eiser betoogt, volgt uit het feit dat een beschikking is herzien, niet per definitie dat sprake was van vooringenomen handelen door de Dienst Toeslagen. Ook overigens bevat het dossier geen steun voor de conclusie dat de Dienst Toeslagen vooringenomen zou hebben gehandeld ten aanzien van het toeslagjaar 2019. In dat toeslagjaar was ook geen sprake van een terugvordering of verlaging van het recht op kinderopvangtoeslag, zodat geen recht kan bestaan op compensatie wegens een te harde toepassing van het wettelijke systeem. [6] De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag van eiser ten aanzien van het toeslagjaar 2019 dus terecht afgewezen.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiser om compensatie terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Joosse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 2.1, eerste lid, van de Wht.
2.Artikel 2.1, vierde lid, van de Wht.
3.Vgl. Kamerstukken II 2021/22, 36151, nr. 3, p. 72.
4.Vgl. ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3141.
5.Artikel 2.1, vierde lid, van de Wht.
6.Artikel 2.1, vierde lid, van de Wht.