ECLI:NL:RBROT:2025:14787

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
C/10/708513 / JE RK 25-2129
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met traumatherapiebehoefte

Op 18 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken in de zaak van een minderjarige, hierna te noemen [voornaam minderjarige], die dringend traumatherapie nodig heeft. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 8 juni 2026 en de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg eveneens verlengd tot dezelfde datum. De zaak werd behandeld met gesloten deuren, waarbij de moeder, stiefvader, pleegouders en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zuid-Holland aanwezig waren. De kinderrechter heeft vastgesteld dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd door trauma's uit het verleden, wat heeft geleid tot gedragsproblemen. De kinderrechter oordeelde dat vrijwillige hulpverlening niet voldoende is en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De kinderrechter prees de samenwerking tussen de ouders en pleegouders in het belang van [voornaam minderjarige].

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/708513 / JE RK 25-2129
Datum uitspraak: 18 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam stiefvader] ,
hierna te noemen: de stiefvader, wonende in [woonplaats] ,
[pleegmoeder] en [pleegvader] ,
hierna te noemen: de pleegouders, wonende in [woonplaats] ,

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 16 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum;
  • het e-mailbericht van de pleegmoeder van 17 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder;
  • de stiefvader (telefonisch);
  • de pleegouders;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. De pleegmoeder heeft per e-mailbericht van 17 november 2025 laten weten dat het voor [voornaam minderjarige] te veel is om met de kinderrechter te spreken.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de pleegouders.
2.3.
Bij beschikking van 2 december 2024 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 8 december 2025.
2.4.
Bij beschikking van 6 juni 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 8 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De afgelopen zes weken zijn de traumaklachten van [voornaam minderjarige] toegenomen. Als gevolg van deze traumaklachten plaste [voornaam minderjarige] in zijn bed en wilde hij niet van de zijde van de pleegmoeder afwijken. Daarnaast wilde hij veel tijd doorbrengen met zijn moeder. Vanwege de toename van zijn traumaklachten moest [voornaam minderjarige] versneld therapie krijgen. Vorige week heeft een intake plaatsgevonden bij Yulius voor medicatie. Er is goed samengewerkt tussen de moeder, stiefvader en pleegouders, waarbij pleegzorg heeft ondersteund. De pleegouders zijn begonnen met trauma en sensitief opvoeden. De omgang tussen [voornaam minderjarige] en zijn moeder is uitgebreid, omdat [voornaam minderjarige] daar behoefte aan had. Zij zien elkaar vaker wanneer zowel de moeder als [voornaam minderjarige] daar behoefte aan hebben. Het lukt de ouders en de pleegouders om dit goed af te stemmen. Bovendien hebben de ouders met de pleegouders besproken dat [voornaam minderjarige] mag opgroeien waar hij wil.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
De moeder stemt in met het verzoek. Een reden waarom de moeder eerder niet wilde dat [voornaam minderjarige] bij de pleegouders verbleef, was dat [voornaam minderjarige] professionele hulp nodig had. Gelukkig krijgt [voornaam minderjarige] nu medicatie en is hij gestart met een behandeltraject. De moeder vindt het nu goed dat [voornaam minderjarige] bij de pleegouders blijft.

5.Het standpunt van de stiefvader

5.1.
De stiefvader stemt in met het verzoek. Zowel de moeder als de stiefvader hebben vanaf het begin aangegeven dat [voornaam minderjarige] professionele hulp nodig heeft. De stiefvader is opgelucht dat [voornaam minderjarige] zijn ernstige gedragsproblemen nu ook in het pleeggezin heeft laten zien, waardoor voor iedereen duidelijk is geworden dat [voornaam minderjarige] professionele hulp nodig heeft.

6.Het standpunt van de pleegouders

6.1.
De pleegouders stemmen in met het verzoek. Vijf weken geleden kwam [voornaam minderjarige] zijn opa tegen, terwijl hij hem al twee en een halfjaar niet had gezien. [voornaam minderjarige] heeft geen fijne herinneringen aan zijn opa. Toen zijn opa hem aansprak, schoot hij in zijn trauma. In vijf weken tijd is [voornaam minderjarige] van een vrolijke jongen die het goed deed, veranderd in een jongen met straatvrees. De psychiater gaf aan dat [voornaam minderjarige] drie weken boven zijn stressgrens heeft gezeten, wat leidde tot psychotische klachten. Uiteindelijk is gebleken dat [voornaam minderjarige] PTSS heeft, waarvoor hij medicatie nodig heeft om zijn stressniveau weer naar een normaal niveau te brengen. De situatie heeft inzicht gegeven in zijn problematiek en heeft er bovendien voor gezorgd dat de pleegouders zijn gaan samenwerken met de moeder.

7.De beoordeling

7.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
7.2.
[voornaam minderjarige] wordt nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. [voornaam minderjarige] heeft in het verleden trauma’s opgelopen, waardoor hij gedragsproblemen heeft. Na een incident met zijn halfzusje werd [voornaam minderjarige] met spoed geplaatst in een netwerkpleeggezin, waar hij het goed deed en geen gedragsproblemen vertoonde, totdat hij vijf weken geleden zijn opa tegenkwam en in zijn trauma schoot. De pleegouders hebben nu ook gezien hoe zorgelijk de situatie van [voornaam minderjarige] is. De afgelopen periode heeft aangetoond dat [voornaam minderjarige] dringend traumatherapie nodig heeft. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de situatie te complex is en daarmee het vrijwillige kader overstijgt. De ondertoezichtstelling is nog steeds nodig en de kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de verzochte duur van zes maanden.
7.3.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] Aangezien op korte termijn behandeling voor [voornaam minderjarige] gaat starten, moet dit vanuit een stabiele omgeving gebeuren. [voornaam minderjarige] verblijft inmiddels geruime tijd in het netwerkpleeggezin en heeft het daar goed. Alle betrokkenen zijn het erover eens dat [voornaam minderjarige] op dit moment het beste in het netwerkpleeggezin kan verblijven. De kinderrechter spreekt haar complimenten uit over de wijze waarop de moeder, de stiefvader en de pleegouders de afgelopen periode met elkaar hebben samengewerkt en over hun eigen schaduwen zijn heengestapt in het belang van [voornaam minderjarige] .
7.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

8.De beslissing

De kinderrechter:
8.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 8 juni 2026;
8.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 8 juni 2026;
8.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025 door
mr. M.C. Woudstra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 28 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.