Op 18 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken in de zaak van een minderjarige, hierna te noemen [voornaam minderjarige], die dringend traumatherapie nodig heeft. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 8 juni 2026 en de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg eveneens verlengd tot dezelfde datum. De zaak werd behandeld met gesloten deuren, waarbij de moeder, stiefvader, pleegouders en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zuid-Holland aanwezig waren. De kinderrechter heeft vastgesteld dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd door trauma's uit het verleden, wat heeft geleid tot gedragsproblemen. De kinderrechter oordeelde dat vrijwillige hulpverlening niet voldoende is en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De kinderrechter prees de samenwerking tussen de ouders en pleegouders in het belang van [voornaam minderjarige].