Op 18 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht betreffende de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2019. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door eerdere onveilige opvoedomstandigheden en vastgelopen vrijwillige hulpverlening. De ouders van de minderjarige zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de situatie is onveilig door verbale en fysieke agressie in het verleden. De minderjarige verblijft momenteel bij zijn moeder en oma, wat een verbetering is ten opzichte van de situatie bij de vader, maar nog steeds niet optimaal is. De Raad heeft verzocht om de minderjarige onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden, wat door de kinderrechter is toegewezen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders niet altijd meewerken aan de benodigde ondersteuning, waardoor vrijwillige hulpverlening niet voldoende is. De kinderrechter heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de regie te nemen en de ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen.