De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die momenteel verblijft in een crisispleeggezin. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, verblijft in een penitentiaire inrichting en is verdachte in een strafzaak wegens een incident waarbij zij de medische apparatuur van de minderjarige loskoppelde, waardoor het leven van het kind in gevaar kwam.
De kinderrechter heeft eerder een spoedmachtiging verleend tot 15 december 2025 en beoordeelt nu het verzoek tot verlenging tot 21 januari 2026, de duur van de ondertoezichtstelling. De moeder erkent het belang van het kind en stemt in met individuele behandeling en passende begeleiding om contact met het kind mogelijk te maken, onder voorwaarden en mogelijk via videobellen.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, waarbij de veiligheid en ontwikkeling van het kind voorop staan. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.