ECLI:NL:RBROT:2025:14811
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling toeslagjaar 2017 en niet tijdig beslissen door de Dienst Toeslagen
In deze zaak heeft de rechtbank Rotterdam op 16 december 2025 uitspraak gedaan op het verzet van [opposante] tegen een eerdere uitspraak van 10 april 2025, waarin het beroep wegens niet tijdig beslissen op haar aanvraag om herbeoordeling van toeslagjaar 2017 niet-ontvankelijk was verklaard. De rechtbank stelt dat aanvragen en besluiten met betrekking tot dezelfde regeling samenhangend zijn, ook als ze betrekking hebben op verschillende toeslagjaren. Dit betekent echter niet dat er geen beroep wegens niet tijdig beslissen kan worden ingesteld na een beslissing over andere jaren. De rechtbank heeft vastgesteld dat zij in haar eerdere uitspraak het besluit van 27 december 2024 niet heeft meegenomen in haar beoordeling, wat in strijd is met artikel 6:20 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is het verzet gegrond verklaard.
De rechtbank heeft verder geoordeeld dat, omdat er inmiddels op de aanvraag is beslist, [opposante] haar procesbelang bij het beroep wegens niet tijdig beslissen heeft verloren. De rechtbank verwijst het beroep van rechtswege naar de Dienst Toeslagen om dit als bezwaar in behandeling te nemen. Tevens is de Dienst Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van [opposante]. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige beslissingen door bestuursorganen en de rechten van burgers in het kader van bestuursrechtelijke procedures.