ECLI:NL:RBROT:2025:14811
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep niet tijdig beslissen toeslagjaar 2017
De rechtbank Rotterdam behandelt het verzet van opposante tegen de uitspraak waarin haar beroep wegens niet tijdig beslissen op een aanvraag voor toeslagjaar 2017 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank stelt dat aanvragen en besluiten over dezelfde regeling samenhangend zijn, ook als ze verschillende toeslagjaren betreffen, maar dat dit niet betekent dat een beroep op een latere aanvraag altijd uitgesloten is.
De rechtbank constateert dat zij in de eerdere uitspraak het besluit van 27 december 2024 niet heeft betrokken, terwijl op grond van artikel 6:20 lid 3 Awb Pro van rechtswege een beroep tegen dat besluit is ontstaan. Daarom verklaart zij het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.
In de nieuwe beoordeling oordeelt de rechtbank dat het procesbelang van opposante in het beroep wegens niet tijdig beslissen is komen te vervallen, omdat inmiddels op de aanvraag is beslist. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van rechtswege tegen het besluit wordt naar de Dienst Toeslagen verwezen om als bezwaar te worden behandeld.
De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van opposante. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar op 16 december 2025.
Uitkomst: Het beroep wegens niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van rechtswege wordt naar de Dienst Toeslagen verwezen om als bezwaar te worden behandeld.